Na het uiteindelijk succesvolle weekend in Slowakije, stond al snel het Isle of Man Festival of Darts op de agenda. Ik reisde met veel vertrouwen af naar de rots tussen Groot-Britannië en Ierland, maar de loting was erg zwaar. Op alle dagen zou ik snel een goede tegenstander treffen en met een beetje pech zou het weleens een erg kort weekend kunnen worden. Van dat laatste was gelukkig geen sprake, maar desondanks slaagde ik er niet in om punten voor de BDO-ranking te halen.

Op vrijdag kwam ik aan, na winderige vluchten langs de Engelse kust. Die avond stond al direct het eerste toernooi op het programma. Ik moest aantreden tegen een legende uit Wales: Martin Phillips. Ingooien bleek heel dit weekend trouwens praktisch onmogelijk. Voortdurend stond ik met vier of vijf man aan een baan. In de wedstrijd begon ik wel direct goed en won de eerste leg. In de tweede had ik Phillips moeten breken. Eerst mis ik 148 en daarna mis ik nog een volle beurt. Hij komt er vervolgens steeds beter in en met de nodige moeite en een 99-finish houd ik mijn eigen leg. Ik hoop op een kansje in zijn leg, maar dat komt er niet. In de vijfde en laatste leg kom ik tekort en zo zit deze avond er snel op. Als ik in het rond kijk naar de andere banen, valt me wel op dat er overal goed gespeeld wordt. Niet alleen door de vele grote namen die aanwezig zijn, maar ook door relatief onbekende spelers.
De dag erna is er een toernooi dat alleen meetelt voor de WDF ranking (en niet ook voor de BDO ranking helaas). De eerste twee wedstrijden speel ik tegen voor mij onbekende spelers. Zij spelen goed, maar ik ook. Mijn spel is zeer solide en zo kan ik beide keren met 4-1 winnen. De derde wedstrijd is de sheetfinale tegen de als 25e geplaatste Mark Layton. Hij speelt redelijk traag en ik heb aanvankelijk moeite om in mijn spel te komen. Hij houdt zijn eigen leg en als ik daarna twee dubbels mis, gooit hij 164 uit om een break te plaatsen. Gelukkig ben ik tegenwoordig niet meer zo snel onder de indruk als een aantal jaar geleden. Ik ga beter scoren en breek direct terug. Dan gaat het hard. Ik houd mijn eigen leg, breek opnieuw en gooi de wedstrijd vervolgens met 4-2 in het slot.
Bij de laatste 32 wacht een confrontatie met Richard Veenstra (ik deduceer dat hij als 8e ingeschaald was). Dit werd een zeer sterke partij, met een wat bitter einde. De eerste drie legs gaan met de darts mee. Daarna weet Veenstra me te breken met een 100 finish, na een kleine misser van mij. Ik weet ook dit keer terug te breken en kom met 3-3 weer helemaal terug in de wedstrijd. De laatste leg had mijn kant op moeten vallen, maar deed dat niet. Ik mis een aantal wedstrijdpijlen (ik denk vier of vijf) en dat moet je tegen een speler als Veenstra natuurlijk niet doen. Hij profiteert en ik moet me klaar maken voor het belangrijkste toernooi.

Want op zaterdagochtend begint het Isle of Man Open, een A+-toernooi. Net als de rest van het weekend, moet ik ook nu van meet af aan de bak. Mijn eerste tegenstander ken ik niet, maar hij kan prima gooien. Ik blijf hem steeds net wat voor en in de eerste leg check ik 135. Mijn scores blijven goed en zo kan ik steeds de druk erop houden. Uiteindelijk wordt hem dat in elke leg net iets te veel en pak ik met 4-0 de overwinning.
Na heel lang wachten, speel ik de tweede ronde tegen Willem Mandigers, die hoog geplaatst is. Met moeite houd ik mijn eigen leg, want hij zit me op de hielen. De Brabander wint vervolgens wat gemakkelijker zijn eigen leg. Zo zou het eigenlijk de hele wedstrijd gaan. Mandigers zit vlak achter me aan in mijn legs en ik kan ze steeds net houden. Hij wint zijn legs met iets minder moeite. Ik sta wel steeds in de buurt, maar richting het einde van de leg plaatst hij telkens nog een versnelling. Logischerwijs wordt het dan 3-3 en dan kom ik lekker weg in de zevende leg. Hij mist twee pijlen vanaf 60 om de wedstrijd te winnen en ik profiteer door opnieuw mijn eigen leg en daarmee de wedstrijd te winnen.
Een mooie overwinning, maar nog niet voldoende om ook echt met een resultaat (lees: punten voor de ranking) naar huis te kunnen. De wedstrijd ontmoet ik Niall Culleton, een Ier waar ik tot dan toe nooit van gehoord had. Later hoor ik dat hij vorig jaar op de Winmau World Masters en de Lakeside kwalificatie wel indruk had gemaakt. Hij gooit langzaam, maar wel zeer precies. Ik verlies de bull en de eerste leg. In de tweede mis ik twee pijlen om gelijk te maken en voor ik het weet sta ik met 3-0 achter. Ik vecht me terug in de wedstrijd; met een break en een goede eigen leg kom ik op 3-2. Het bleek helaas te laat, want daarna gooit Culleton een goede leg die hij zelf mocht beginnen. Een terechte nederlaag, maar toch heb ik het gevoel dat er meer in had gezeten.

Dat gevoel overheerst over het hele weekend. Ik heb eigenlijk drie dagen lang gewoon goed staan spelen. Hier en daar een foutje, maar dat overkomt zelfs de besten. Ik ging goed om met tegenslag, kon terugkomen van achterstanden en raakte niet in de war als het even iets minder ging. Het niveau was hoog en volgend jaar moet ik terugkomen om te laten zien dat ik niet alleen daarin mee kan, maar ook resultaten kan boeken in een dergelijk deelnemersveld. Daar denk ik de dag erna iets anders over, wanneer mijn dag bestaat uit wachten op luchthavens en schommelend door de lucht geslingerd worden. Die toernooien naar plekken waar geen rechtstreekse vlucht naartoe gaat, blijven toch vervelend wat dat betreft.


In zijn set word ik in de tweede leg gebroken en dan lijkt het toch echt voorbij. Ik recht nog een keer de rug en pak een break terug. Nadat Kevin vervolgens een paar wedstrijdpijlen mist, check ik 90 om de druk nog wat op te voeren. De vijfde leg van deze set zou de laatste worden. Kevin plaatst een versnelling en dit keer heb ik geen antwoord meer. Hij wint de set en daarmee met 4-2 de wedstrijd. Hoewel ik op zijn zachtst gezegd niet zo’n fan ben van verliezen, kan ik er dit keer goed mee leven. Het was een geweldige wedstrijd om te spelen en ik heb ervan genoten. Volgend jaar een nieuwe kans. Kevin zou uiteindelijk de finale halen en daarin verliezen van Saen Trophy veelvraat Remco van Eijden.




Daar komt bij dat ik voor het eerst in mijn loopbaan een geplaatste status heb gekregen. Dat is natuurlijk best een mooie mijlpaal en dat moet er normaal gesproken voor zorgen dat ik een paar rondes relatief eenvoudig door kan komen. In de eerste partij klopt dat. Ik begin goed, met een paar sterke scores. Mijn tegenstander is dermate onder de indruk dat hij niet veel meer gooit en zonder enige moeite win ik met 4-0. De ronde erna moet ik tegen mijn teammaatje Sjors Kolvers. Ik weet niet wie er verantwoordelijk is voor de loting, maar dit is de derde keer dat we elkaar op een internationaal toernooi in de eerste of tweede wedstrijd treffen. Sjors begint goed en check 144 en 102. Ik zet hier weinig tegenover. Ik pep mezelf nog een keer op, om er toch nog wat van te maken en met pijn en moeite win ik twee legs. Daarna gaat het langzaam beter en ik breek zelfs om 3-2 voor te komen. In de zesde leg kom ik op 80 voor de winst, maar door een fout krijg ik geen pijl op een dubbel. Sjors gooit 100 uit en wint hierna ook de laatste leg. Ik ben er letterlijk en figuurlijk doodziek van.
