Na een paar weken van relatieve rust, ging de WDF ranking verder met twee open toernooien in Denemarken. Tijdens het koppeltoernooi op vrijdagavond werden Sergio Krassen en ik samen tweede. Een succes dat helaas niet echt vervolg kreeg in de dagen erna.

Het niveau in de finale was prima

Na een lange dag reizen en de nodige vertraging bij het binnenkomen van het gehuurde huisje (de sleutel was niet aanwezig), vertrokken Brian Raman (die koppelde met de eerder aangekomen Moreno Blom), Sergio en ik naar de speellocatie. Sergio en ik hadden geen al te hoge verwachtingen, maar we gingen proberen om zo ver mogelijk te komen. De eerste ronde doorkomen zou al een hele opgave worden, tegen Andreas Harrysson. Met name Sergio begint sterk aan de wedstrijd en mede daardoor blijven we goed bij. Een goed getimede 134 score (vanaf 166) zorgt ervoor dat we direct kunnen breken. Deze eerste klap blijkt een daalder waard, want dit initiatief geven we niet meer uit handen en we winnen met 3-0.

In de rondes erna hebben we aanmerkelijk minder problemen. Deze komen we zonder noemenswaardige problemen door, al zit daar wel een bijzonder matige partij tussen bij de laatste 32 (waar volgens Sergio niet meer over gesproken dient te worden). Onze wedstrijd bij de laatste 16 werd op het hoofdpodium gespeeld. Wij treffen daarin onder andere de sterke Duitser Lukas Wenig. We komen deze wedstrijd voor het eerst op achterstand, maar met het nodige kunst- en vliegwerk trekken we de stand weer gelijk. In de derde leg raak ik de bull voor een 81 finish en een break. Die geven we niet meer uit handen, waardoor we ons mogen melden in de kwartfinale.

Daarin spelen we tegen de Nederlander Erik van Manen, die een koppel vormt met de Engelsman John Scott. Scott zat me een paar jaar geleden al eens pijnlijk dwars in Denemarken, maar dat gebeurde ditmaal niet. Deze wedstrijd is het Sergio die ijzersterk finisht, met een heerlijke 96 met onze tegenstanders op een dubbel. Middels een 3-0 overwinning plaatsen we ons voor de halve finale. Ook deze verloopt voorspoedig. Ik raak opnieuw de bull, ditmaal voor een 119 finish, wat een opmaat werd voor opnieuw een 3-0 zege.

Verlies in de koppelfinale mocht de pret niet drukken

In de finale treffen we onze Belgische reisgenoot Brian en Moreno. Het werd een heerlijke wedstrijd. We hadden even nodig om goed in de wedstrijd te komen, maar vanaf de tweede leg vallen de triples gemakkelijk. Het lage gemiddelde van de derde leg vertekent enigszins, omdat Brian en Moreno snel wegliepen en toen wij de leg al aan de wetenschap gedoneerd hadden, toen zij de nodige dubbels gingen missen. De vierde leg halen we in 13 pijlen binnen en vervolgens gaan de twee daaropvolgende legs ook weer met de darts mee. De zevende leg zou beslissend worden. Hierin doen we eigenlijk alles goed, maar hebben we de pech dat we hem niet mochten beginnen. Na tweemaal 140 en een keer 100, staan we na 9 pijlen op 121. Brian laat 24 staan, door vanaf 204 een maximale score te gooien. Op 121 begin ik met een triple, maar neem ik te veel risico door een triple 11 te willen raken. Het resultaat is een pijl in de 14 en er rest mij niets anders dan Sergio op dubbel 16 te zetten en te hopen dat hij nog een kans krijgt. Dat is niet het geval en we moeten tevreden zijn met een tweede plaats.

Op zaterdag heb ik een lastige loting voor het bereiken van de laatste 64. De eerste ronde kom ik nog gemakkelijk door, maar bij de laatste 128 tref ik de ervaren Engelsman Tony Martin. Martin breekt mij meteen in de eerste leg, maar ik recht mijn rug en met twee goede legs maak ik de achterstand weer ongedaan. Martin reageert door zijn eigen leg in 11 pijlen te houden, waarna ook ik de door mijzelf begonnen leg binnen sleep. In de zesde leg krijgt de Engelsman een kans om een decider af te dwingen, maar zijn poging vanaf 64 is niet succesvol. Ik profiteer door 105 uit te gooien en boek hiermee een fraaie overwinning.

Daarna is het helaas snel voorbij. Ik had nog nooit van de Schot Shaun McDonald gehoord, maar dat zou niet lang zo blijven. McDonald verslaat me met 4-0 in legs van 15, 16, 15 en 13 darts. De Schot strandt uiteindelijk in de kwartfinales.

Ook de zondag duurt helaas niet al te lang. In mijn eerste wedstrijd heb ik al moeite om mijn niveau te halen. Ik win wel met 4-1, maar daar is ook alles wel mee gezegd. In de ronde erna speel ik tegen een mij onbekende Deen, maar die blijkt uitstekend te kunnen gooien. Ik moet alle zeilen bijzetten om in de buurt te kunnen blijven en dat gaat niet heel lang goed. Mijn eerste eigen leg hou ik nog in 15 pijlen, maar de tweede keer lukt dat niet. Nadat ik na 12 darts op 32 sta, krijg ik die niet weggepoetst. Mijn opponent gooit hierop 144 uit, wat het breekpunt in de wedstrijd was. Ik verlies met 4-1, alhoewel het verschil dus maar een break was.

Met het resultaat op zaterdag heb ik een handvol punten gesprokkeld op weg naar Lakeside, maar al met al overheerst toch wel de teleurstelling dat ik mijn niveau van de koppels niet door kon trekken. Binnenkort een nieuwe kans in het Verenigd Koninkrijk.

Het beloofden drukke maanden te gaan worden; een week na Catalonië stonden het England Open en England Classic in Selsey alweer op het programma. Een onverdeeld succes werd het echter niet. Het lukt me alleen om een paar punten te schrapen op het England Open, wat uiteindelijk gewonnen werd door mijn vriend en reisgenoot Brian Raman.

Winnaar van het England Open: Brian Raman

De England Classic werd al op vrijdagavond afgewerkt. We hadden daarom de nodige haast om de kanaaltunnel door te komen en Selsey te bereiken. Nadat de vriendelijke doch lang van stof zijnde dame van onze B&B ons met rust liet, waren we op tijd op de speellocatie voor een fatsoenlijke voorbereiding. Ik speelde tegen de van de Faeröer Eilanden afkomstige John Imrie. Dit blijkt een uitstekende speler en de wedstrijd gaat zeer gelijk op. Ik mis twee darts om te breken en met 2-0 voor te komen en dat bleek achteraf cruciaal. Er moet een beslissende zevende leg aan te pas komen. Ik mis hierin een dart vanaf 76 en Imrie laat de kans om te winnen niet voorbij gaan.

Op naar de zaterdag dan. Ik begin goed aan de dag en haal zonder noemenswaardige problemen de laatste 128. Daar wacht een Engelsman die in zijn vorige ronde veel indruk op me gemaakt had. In de eerste paar legs overklast hij me. Het lukt hem alleen steeds net niet om me te breken. Dubbel 19 blijkt mijn beste vriend in deze fase; ik weet het vakje twee maal te raken. Daarna kom ik er beter in en slaag ik er zelfs in hem te breken met een 124 finish. De Engelsman slaat terug met een ijzersterke leg. De zevende en laatste leg is zenuwachtig van beide kanten. Nadat ik blunder vanaf 52 door geen pijl op een dubbel te krijgen, ga ik ervan uit dat de wedstrijd verloren is. Tot mijn grote verbazing mist hij en win ik de wedstrijd alsnog.

De ronde erna tref ik opnieuw een mij onbekende Engelsman. Scorend zijn we gelijkwaardig aan elkaar, maar de jongeman laat helemaal niets voor mij liggen. Elke leg kom ik net iets te kort en zo sta ik elke keer op een dubbel te wachten, terwijl hij uitgooit. Dan staat er aan het einde van de wedstrijd 4-0 op het bord, maar dat was niet helemaal een correcte afspiegeling van het krachtsverschil.

Tijdens het lange wachten op zondag, had ik wat tijd over om nieuwe vrienden te maken

’s Avonds stond nog het mixed fours toernooi op het programma met Anca Zijlstra, Nick Crouwel en John Scott. We speelden redelijk en hebben ontzettend veel lol met elkaar gehad (ook wat waard). Uiteindelijk strandde het schip in de kwartfinale, maar dat was slechts bijzaak. De dag erna speelde ik nog het koppeltoernooi met Brian Raman. Brian wist al dat hij later op de dag nog de podiumwedstrijden van de singletoernooien moest spelen, dus golden de koppels vooral als voorbereiding. Ik speelde zeer matig en we verloren in de derde ronde.

Brian zou later die avond tweede worden op de England Classic en het England Open won hij zelfs. Hiermee verzekerde hij zich direct van een plek op Lakeside en en passant nam hij de eerste plaats op de WDF-ranking over. Zelf pak ik 9 punten en daarmee blijf ik virtueel in de race voor kwalificatie. Toch is er nog een hoop werk aan de winkel om het daadwerkelijk te halen.

Overigens was het nog spannend op thuis te komen. In mijn planning had ik geen rekening gehouden met een lange zondag en eigenlijk waren we te laat om onze trein terug te halen. Gelukkig konden we zonder problemen omboeken naar een trein die (letterlijk) midden in de nacht ging. We zijn veilig thuis gekomen.

Na de succesvol verlopen World Masters ging het nieuwe seizoen (waarin gespeeld wordt voor deelname aan het WK van 2021) verder met een nieuw toernooi in het Ierse Killarney. Dat werd een zeer merkwaardig weekend op een prachtige locatie. Over een groep reisgenoten die steeds verder uitdunde, hoe een wegtrekker tot een nieuwe bijnaam leidde, een kwartfinaleplaats na een overwinning op Andy Hamilton en een Dirkie op het podium.

Het is me duidelijk waarom zoveel mensen van het Ierse landschap houden

Oorspronkelijk zouden we met vier man afreizen naar de Ierse zuidkust. In de aanloop naar het weekend dunde dat gezelschap echter steeds verder uit, waardoor alleen Brian Raman overbleef, naast mijzelf. Na een korte vlucht naar Cork en een ritje van ruim een uur door het prachtige landschap (met een huurauto, ik moest erg wennen aan schakelen met links), kwamen we aan in ons prachtige appartement. Veel tijd om ervan te genieten hadden we echter niet, want die avond stond het koppeltoernooi al op de agenda.

Daar hadden we best hoge verwachtingen van. Brian had zich recent immers geplaatst voor het WK en ik had een goede run op de World Masters gehad. Het lukte ons echter niet om ons niveau te halen aan het wedstrijdbord. We speelden niet slecht, maar de tegenstanders straften onze kleine foutjes af. In bijna elke leg kregen we wel kansen, maar uiteindelijk stond er met 5-1 toch een kille eindstand op het bord.

Wanneer ik moet wachten op Brian, heb ik eindelijk tijd om even bij te komen

Ik hoopte daarna snel naar bed te kunnen, maar niets bleek minder waar. Tijdens het schrijven na onze nederlaag, krijg ik het plots erg benauwd. Ik kan al slecht tegen lang stil moeten staan en de combinatie van oververmoeidheid en de felle lampen deden de rest. Het was me een keer eerder overkomen, jaren geleden op een Dutch Open. Toen was de wedstrijd net op tijd klaar, maar dat was nu niet het geval. Op 4-4 hoop ik het nog een leg vol te kunnen houden, maar het wordt langzaam steeds meer zwart voor mijn ogen. Als ik achteruit wil stappen om om vervanging te vragen, verlies ik mijn evenwicht en val ik achterover. Hoewel ik neerkom op mijn achterhoofd, voel ik me dan wel meteen iets beter, nu er weer bloed naar mijn hoofd gaat. Men laat me echter niet zomaar naar huis gaan. Om het zekere voor het onzekere te nemen, belt men zelfs een ambulance. Daar word mijn hartslag bekeken en daarna kunnen we dan eindelijk terug naar ons appartement. Onze opponenten van eerder op de avond blijken het toernooi gewonnen te hebben, dus zo vreemd was het niet dat we ban ze verloren.

De dag erna bellen Anoop en Jitse me op, om me te complimenteren met mijn moonwalk en noemt Brian me voortaan Blackout. Bij gebrek aan een goede bijnaam, besluit ik die laatste aan te houden. Hij klinkt wel stoer en er zit een verhaal achter. Door het gebrek aan een goede nachtrust, is mijn spel ook vandaag nog niet optimaal. Het gaat wel redelijk, maar al snel valt me op dat het niveau in Ierland behoorlijk hoog ligt. Mijn eerste wedstrijd kom ik door, maar de tweede verlies ik helaas met 5-3, van een goede tegenstander.

Als ik dan nog wat van het weekend wil maken, zal het op zondag moeten gebeuren. Langzaam maar zeker begint de goede vorm wel te komen. De eerste ronde kom ik eenvoudig door, maar de tweede wordt een thriller. Ik speel ontzettend goed, maar datzelfde geldt voor mijn tegenstander. Tot 4-4 gaan we gelijk op en met een 76 finish haal ik de wedstrijd binnen. Daarna volgt nog een ronde die ik met enig gemak weet te winnen, vooral omdat ik goed begin.

Bij de laatste 32 speel ik tegen Niall Culleton, die eerder dit jaar op het Isle of Man nog te sterk voor me was. Het wordt wederom een geweldige wedstrijd, maar ditmaal blijf ik hem vaak net voor. Met name mijn finishes zijn uitstekend en met 5-3 gaat de partij mijn kant op. Ik ben dit toernooi als 16e geplaatst en dus kom ik nu logischerwijs de nummer 1 tegen. Dat is voormalig PDC WK-finalist Andy Hamilton. Ik ben benieuwd wat ik tegen dit zwaargewicht in te brengen heb en mijn vertrouwen is groot door mijn spel eerder op de dag. Scorend blijft hij me vaak net iets voor in deze wedstrijd, maar ik straf in de beginfase alles af. Ik check 90 om meteen te breken en houd in 14 darts mijn eigen leg. Hierna breek ik opnieuw, nu met 76. Wanneer ik vervolgens opnieuw mijn eigen leg pak, komt de overwinning wel erg dichtbij. Hamilton gaat nu beter spelen en ik laat onbewust de teugels toch iets vieren. De Engelsman pakt 3 legs terug, maar gelukkig blijft het daarbij. In de achtste leg raak ik dubbel 5 voor de wedstrijd.

Het halen van een kwartfinale was lang een te groot obstakel voor me, dus ik ben blij dat na mijn eerste in Frankrijk, de tweede nu rap volgt. Ik speel op het podium tegen de jonge Engelsman Jack Vincent. Ik mag beginnen en de eerste leg verloopt voorspoedig, wanneer ik mijn eigen glazen ingooi. Na vanaf 180 de eerste 2 pijlen in de triple 20 gegooid te hebben, trek ik mijn derde te ver omlaag en die belandt in hetzelfde vak; dood. Dit kost me de leg. Ik kom nog wel terug, maar kan in de legs erna scorend niet meer domineren. De tank is leeg en met 5-2 ga ik onderuit.

Ik kan terugkijken op een enerverend weekend en ben blij dat het positief geëindigd is. Dat maakt alle ongemakken toch de moeite waard.

Het verplaatste toernooi in Brugge (dat oorspronkelijk in mei gepland stond) zou het laatste evenement voor de WK cut-off zijn. Al wist ik van tevoren dat ik een mirakel nodig zou hebben om dat nog te halen, toch ging ik wel voor een mooi resultaat naar onze zuiderburen. Dat lukte helaas van geen kant.

Hier werd het toernooi in het verleden gespeeld

Het was van begin tot eind niet goed. Het begon al op vrijdagavond bij de koppels met Jitse van der Wal. Na een behoorlijke eerste ronde, gingen we er in de tweede al uit met 3-1. Op zaterdag (mijn 32e verjaardag) kon ik niet spreken van een gelukkige loting, want ik speel tegen de Engelsman Adam Mould (die eerder dit jaar in Luxemburg al de sterkere was). Ik begon beter en kwam in 13 pijlen met 1-0 voor. Ik mis hierna een pijl vanaf 127 om te breken en later nog 2 pijlen om mijn eigen leg te houden. Daarna is het over, want ik verlies met 4-1. Ik heb Mould later nog even verweten mijn verjaardag verpest te hebben, maar vreemd genoeg leek hij daar ongevoelig voor.

Op zondag liggen er mogelijkheden, want de weg naar de laatste 32 lijkt open te liggen. Mijn eerste wedstrijd is tegen de Belg Jeroen Caron. De eerste legs gaan gelijk op, maar met een goed geplaatste break kom ik wel met 3-0 voor. Daarna gaat het mis en ik kan nog altijd niet goed begrijpen hoe. Mogelijk ben ik onbewust iets te makkelijk gaan denken dat het toch wel goed zou komen, of was ik wellicht in mijn hoofd al bezig met een volgende ronde. Hoe dan ook, die laatste pijl wilde er veelvuldig niet in. Met 4-3 zou ik deze wedstrijd nog verliezen, wat mijn rampweekend compleet maakte.

Anoop, Jitse en Brian, bedankt jongens, ik vind ze leuk!

Nu kan ik het hebben over de gezellige avond die we zaterdag hebben gehad (met uiteraard een traditioneel bezoekje aan El Churrasco Argentino), het rondje door het historisch centrum op zoek naar een ijszaak, het befaamde ‘uurtje’ met Anoop en Jitse of de attente verjaardagscadeaus. Hoewel ik daarvan kan genieten en het een voor de rest vervelend weekend toch nog de moeite waard maakt, blijft het gewoon zo dat ik dit weekend niet gepresteerd heb en daar heel erg van baal. Achteraf is het maar goed ook dat ik geen kans op het WK meer had. Als ik toch een slecht weekend had, dan kon het maar beter dit weekend zijn.

Begin september stond er, net als eerder in juni, een toernooiweekend in het Engelse Selsea op de agenda. Eerder dit seizoen wilde het aan de overkant van de plas nog niet zo lukken om een goed resultaat te halen, onder andere in Wales, Engeland en Isle of Man. Dit keer lukte dat wel met een waardevolle plaats bij de laatste 32 op de England Classic.

Het was de eerste keer dat we de overtocht naar Engeland via de kanaaltunnel deden

Presteren in de heimat van het darts is nu eenmaal lastiger dan op het vasteland, omdat het algehele niveau van de spelers gewoon hoger ligt. Daardoor is het moeilijker om de eerste rondes door te komen. Op vrijdag stond er een C-toernooi op het programma. Door wat vertraging op de Engelse wegen kwamen we wat later aan dan gehoopt, dus moesten we een beetje haasten. Desondanks begin ik goed aan het toernooi. De eerste rondes kom ik met solide spel goed door. Bij de laatste 64 tref ik de ervaren Engelsman Ritchie Edhouse. Door de lange reisdag zit ik er op dat moment al behoorlijk doorheen, dus de vrij kansloze uitschakeling komt niet heel hard aan. Edhouse zou later dit jaar nog de laatste 64 van het PDC WK halen, dus het was niet bepaald een schande om van hem te verliezen.

De tweede dag zou de belangrijkste worden, want dat was een A+-toernooi. De eerste twee rondes kom ik wederom goed door. Daarna wacht bij de laatste 128 de als tweede ingeschaalde Richard Veenstra. Eerder dit jaar versloeg ik hem in Luxemburg, maar dat is natuurlijk geen garantie op een goed resultaat. In de eerste leg mist hij twee pijlen op een dubbel en ik profiteer direct door 70 uit te gooien. In mijn leg neemt hij vervolgens een voorsprong, maar met een goed getimede 75 checkout red ik mezelf net op tijd uit de problemen. Daarna gaat zijn niveau omhoog en ik moet alle zeilen bijzetten om in zijn spoor te blijven. Dat lukt goed en beide scoren we zeer sterk in deze fase. Veenstra houdt zijn eigen leg en daarna is mijn leg weer zeer close. Met een 74-finish kom ik op één leg van de overwinning. In de vijfde leg heb ik geen kans om mijn landgenoot te breken en dus staat er veel druk op om het in mijn eigen leg af te maken. Hij zet weg op een dubbel om mij terug te kunnen breken, maar eerst krijg ik zelf nog een kans. De finishes in de zeventig blijken mij goed gezind, want vanaf 78 maak ik het af voor een 4-2 overwinning.

Eigenlijk komt nu pas de echte test; in het verleden kon ik zo’n goede wedstrijd vaak geen vervolg geven. Nu lukt dat wel. Mijn volgende opponent is een mij onbekende, maar goed spelende jonge Engelsman. Ik geef hem geen enkele kans om in de wedstrijd te komen en win met 4-0 voor een plek bij de laatste 32. Daar tref ik voor de tweede keer vandaag een Nederlander: Michael Busscher. Busscher speelt een zeer sterke wedstrijd en ik kom in de meeste legs net tekort. Bij 3-0 probeer ik me nog terug in de wedstrijd te vechten, maar door zijn sterke scores kom ik er in zijn leg niet doorheen. Een terechte 1-4 nederlaag is het gevolg, hoewel het niveau dichter bij elkaar zat dan die uitslag doet vermoeden.

Door het goede weer begin september besloten Jitse van der Wal en ik onze goede resultaten die avond te vieren door een duik in de Engelse zee te nemen. Hoewel het in het begin wat koud was, was het toch lekker verfrissend. Het zal de lezer opluchten dat er geen foto’s van zijn. De dag erna speelden we de koppels, maar daarin lukte het niet om veel indruk te maken. We speelden niet slecht, maar troffen in de tweede ronde een koppel dat beter voor de dag kwam en verdiend van ons won. Het mag de pret niet drukken, want het gevoel van het toernooi de dag ervoor overheerst.

Nadat ik eerder al niet al te voortvarend aan de eindfase van het seizoen begonnen was, leek die trend zich in Frankrijk voort te zetten. Mijn spel werd weliswaar steeds beter, maar de lotingen zaten ook dit weekend niet mee. De ommekeer kwam echter op zondag, toen ik op de Franch Classic voor het eerst in mijn loopbaan een kwartfinale haalde.

De wiskundige in mij kwam boven bij het zien van dit kunstwerk in De Panne

Er lijkt een beetje een patroon in te komen, want ook dit weekend begon niet goed. Niet alleen achter het dartbord in dit geval, maar al tijdens de rit. Bij het straatje keren in België schampte ik een stoeprand. Blijkbaar vindt men het daar normaal om stoepranden te vijlen, want mijn band (die voor de rest compleet in orde en totaal niet versleten was) klapte direct. Een half uur later en 80 euro lichter dan gepland, kwamen we alsnog aan in De Panne, vlakbij de Franse grens. In de koppels speelde ik met Jitse van der Wal en troffen we in de eerste ronde onze reisgenoot Brian Raman, die net als in Zwitserland met Dave Evans speelde. Het resultaat was helaas hetzelfdeze, namelijk een nipte 3-2 nederlaag.

Ik betwijfel of er überhaupt geloot wordt, want ook op zaterdag tref ik Brian Raman in de eerste ronde. Gezien de vorm van Brian de laatste maanden (hij won de Denmark Masters) zou dit een zeer moeilijke wedstrijd worden. Na 3 legs gaat het gelijk op. Ik sta beide keren na 15 pijlen op tops in zijn leg, maar dit bleek niet voldoende en check tussendoor 82 om mijn eigen te houden. In leg vier laat ik me afleiden door een gesprek iets verderop, met enkele mindere beurten als gevolg en daarna houdt Brian opnieuw zijn eigen leg. Daardoor verlies ik met 4-1 en zit ook dit toernooi er al op.

Ook op zondag zit de loting niet mee, want in de eerste ronde tref ik de geplaatste Simon Stainton (waar ik van verloor in Selsey). Met slechts 16 geplaatste spelers hoopte ik dit weekend wat makkelijker door te kunnen stoten naar de laatste 32, bij voorkeur zonder een geplaatste speler tegen te komen (die kans is immers 50-50), maar de laatste tijd zit die coin flip bepaald niet mee. Dus zat er maar een ding op: zo goed mogelijk spelen en die wedstrijd gewoon binnen slepen. Dat lukt uitstekend; ik straf zijn missers af geef scorend voldoende druk om steeds kansen af te dwingen. Op 2-1 plaats ik de beslissende versnelling om met 4-1 te winnen.

Het voordeel van zo’n vervelende loting in de eerste ronde, is dat de weg naar de laatste 16 daarna open ligt. Dat moest ik dan nog wel ‘even’ doen natuurlijk. Daar maakte ik het mezelf nog onnodig moeilijk. Eerst won ik vrij eenvoudig van een Fransman, waarna ik goed weg kwam met een 4-2 overwinning op een Belg, die wisselend speelde maar wel steeds bij bleef. Ik kwam er vervolgens weer steeds beter in en won daarna opnieuw makkelijk van een Fransman. Met een plek bij de laatste 16 was mijn toernooi sowieso geslaagd.

De kers op de taart moest nog komen. Ik zit er al een tijdje tegenaan te hikken; een plek in de kwartfinale. Dat lukt steeds maar (net) niet. Tegen ‘child prodigy’ Leighton Bennettzal dat wederom geen eenvoudige taak worden. In de eerste leg mis ik een paar pijlen, waardoor hij me direct kan breken en in de tweede leg staat hij een behoorlijk eind voor. Met Bennett op een dubbel sta ik nog op 158. Dit zou voor mij het moment van het weekend worden, want die 158 ging uit. Daarna zit ik ook meteen beter in de wedstrijd. De drie legs erna gaan met de darts mee (hoewel ik een kansje mis om 3-1 voor te komen). Op 3-2 geeft de jonge Engelsman me een mogelijkheid vanaf 57 en die laat ik niet onbenut. Met 4-2 pak ik de winst en een plek bij de laatste 8.

De kwartfinale speelde ik tegen de ervaren Belg John Desremeaux. Dit werd een matige wedstrijd en ondanks een vroege voorsprong trek ik de partij niet over de streep. Tot en met 3-3 gaan we gelijk op, maar waar hij scorend een tandje bij kan schakelen, laat ik het daar wat liggen. Uiteindelijk verlies ik met 5-3. Dat neemt niet weg dat ik met een goed gevoel op deze dag terug kan kijken en met vertrouwen de komende toernooien in kan gaan.

Na een aantal weken relatieve rust in deze bloedhete zomer, werd de BDO tour hervat in het laatste weekend van juni. Snel na elkaar stonden er double-headers op het programma in Luxemburg, Antwerpen en Malmö. Helaas is het me niet gelukt om deze serie toernooien tot een goed resultaat te komen. Dat was te wijten aan een vormdipje, lastige lotingen en soms gewoon botte pech. Alleen in Antwerpen ging ik met een paar punten naar huis.

Het was warm in Luxemburg

Weinig succes in Luxemburg

In Luxemburg klonk het startsein voor de traditionele eindsprint van de ranking. Eind augustus is de cut-off voor de World Masters (die ik dit jaar wel ga halen, in tegenstelling tot vorig jaar) en een maand later voor het WK. Voor organisatoren is het natuurlijk interessant om hun toernooi in deze maanden te plannen, om zoveel mogelijk deelnemers te trekken die de punten goed kunnen gebruiken en daarom zijn augustus en september misschien wel de drukste maanden van het jaar.

Na een mislukt koppeltoernooi (tweede ronde) zat de loting op zaterdag niet mee. In de eerste ronde zou ik aantreden tegen Richard Veenstra, als eerste geplaatst. Het werd geen hoogstaande wedstrijd en we wisten beiden niet los te komen. Met de nodige moeite houd ik mezelf in het begin in de wedstrijd. Op 2-2 gooi ik net op tijd 180 om de ruimte te krijgen om mijn leg te houden en wanneer Veenstra de leg erna een paar foutjes maakt, kan ik de wedstrijd met 4-2 binnen halen. Zo’n overwinning is uiteraard mooi, maar weinig waard als je de wedstrijd erna niet weet te winnen. Dat is helaas wat er gebeurde. Jason Marriot speelt goed, ik nog steeds niet en met 0-4 verlies ik ruim. De dag erna gaat het nog niet veel beter. De eerste ronde kom ik makkelijk door, maar daarna verlies ik met 4-1 van Adam Mould. Mould speelt erg goed; de enige leg die ik kon winnen ging in 12 darts. Ik blijf wel steeds bij, maar hij maakt geen fouten. Zo wordt het een weekend om snel te vergeten.

Herstel in Antwerpen

Twee weken later reis ik af naar Antwerpen, op zoek naar sportieve revanche. Aan de vooravond van het toernooi kreeg ik een positief bericht; op de zaterdag zou ik geplaatst zijn. Dan hoop je de eerste paar rondes gemakkelijk door te komen, maar niets was minder waar. Ik werd gekoppeld aan de ervaren Dennis Smith (bekend om zijn unieke manier van gooien). Het werd een goede wedstrijd en scorend ben ik hem de baas. De dubbels werken echter niet mee, waardoor hij net zijn eigen legs kan houden. Wanneer ik bij een 2-1 achterstand één slechte score noteer, reageert hij met 180 en loopt uit. Ik breek nog terug naar 3-2 en sta in de zevende leg na 12 pijlen op 24. Drie volledige beurten, met de nodige pijlen op het ijzer, zijn onvoldoende voor mij om een zevende leg af te dwingen.

De volgende dag speel ik eigenlijk een stuk minder goed, maar weet ik wel vaker op de juiste momenten de finishes te raken. Ik ben nu niet geplaatst en zal in de tweede ronde, na een moeizame winst in de eerste ronde, langs Gino Vos moeten. Het was een goede partij, met de nodige ups en downs. Ik blijf scorend steeds de druk op hem houden en pak mijn kansen wanneer die zich aandienen. Op 3-3 steek ik hem voorbij door twee ton-plus scores. Op dubbel 8 win ik de partij. Nu geldt hetzelfde als twee weken eerder na de wedstrijd tegen Veenstra: om iets aan deze overwinning te hebben, zal ik de volgende partij ook moeten winnen. Ik speel tegen een Belg die prima kan gooien, maar waar ik normaal gesproken van moet winnen. Alle legs gaan gelijk op, maar in bijna elke leg gooi ik net een triple meer. Zodoende kan ik met 4-1 winnen om de laatste 32 te bereiken. Die wedstrijd zal ik terecht verliezen van Gary Stone (een dag eerder nog finalist) met 4-1. Ik moet het vandaag vooral van mijn vechtlust hebben, maar Stone haalt een niveau waar ik op dit moment niet heel veel tegenin te brengen heb.

Ongelukkig in Zweden

Mijn ster scheen dit weekend niet

Wanneer ik een week later naar Malmö afreis voor het Open Zweden (waar vreemd genoeg een A- en een D-toernooi gespeeld wordt), heb ik de verwachting hier goede zaken te kunnen doen. Vooral op het A-toernooi is het met een goede loting mogelijk om relatief eenvoudig punten op te pikken. Helaas was het lot mij niet dermate gunstig gezind. Op vrijdagavond liepen de koppels (met Jeffrey de Graaf) nog wel lekker, met een onnodige uitschakeling bij de laatste 16. Op zaterdag trof ik bij de laatste 128 al Gary Robson (6). Ik begin beter, maar laat na om hem direct op achterstand te zetten. Hierdoor blijven we de hele wedstrijd aan elkaar gewaagd. Op 3-2 kan ik het verschil wederom niet maken en op 3-3 speel ik net niet goed genoeg om het hem echt lastig te maken. Zondag wist ik van tevoren dat het moeilijk zou worden om met punten naar huis te gaan, want een plek bij de laatste 16 is daarvoor noodzakelijk op een D-toernooi. In de eerste ronde loot ik Darryll Fitton. In een spannende wedstrijd halen we allebei zo nu en dan echt een hoog niveau. Met een 74-finish pak ik op 3-2 de break en meteen de wedstrijd. Daarna maak ik de fout iets te lang na te genieten en me niet optimaal voor te bereiden op de wedstrijd tegen Brian Lokken uit Denemarken. Hij speelt erg sterk en ik ben vooral gefrustreerd met mezelf bezig (een fout die ik de laatste tijd gelukkig zelden meer maak). Hij wint 4-0 en ik ben klaar voor het weekend.

Zo werd het begin van de laatste fase van het rankingseizoen niet wat ik ervan hoopte. In het begin kon ik dat vooral mijzelf verwijten, maar later werd mijn spel echt beter en had ik soms gewoon pech. Het volgende toernooi is het Open Frankrijk en daar zal ik goed spel aan resultaat willen koppelen.

Het blijft mooi om de roots van een grootheid te bezoeken

Begin juni staan er nog twee toernooien op de agenda, te beginnen met het Open Zwitserland. Met het oog op de West-Europese ranking was het de bedoeling om goede resultaten te halen. Hoewel ik met een handje vol punten naar huis ging, bleef een écht goede prestatie uit. Het lukte me ook niet om de goede vorm van een paar maanden geleden te benaderen.

De spelers die bij de laatste 32 verloren op het Swiss Open

Na een lange rit begonnen we (Anoop Ramdajal en ik) in Zwitserland aan de koppels. Na eerst een goede overwinning op de Duitser Rupert Frauendienst, wonnen we daarna van een onbekend koppel. Bij de laatste 16 speelden we tegen Brian Raman (waarmee we samen reisden dit weekend) en Dave Evans. We waren deze wedstrijd de mindere, maar met finishes van 126 en 98 hield ik ons in de wedstrijd. In de laatste leg kreeg ik een kans vanaf 150 om de kroon op het werk te zetten, maar helaas ging de dubbel 15 er (ruim) naast. Raman en Evans maakten het vervolgens af en wonnen daarna ook het toernooi.

Op de meeste toernooien op de tour wordt tegenwoordig in de vroege rondes best of 7 legs gespeeld, maar op het Swiss Open hadden ze iets anders bedacht: best of 3 sets, best of 3 legs. Na de eerste ronde vrijgeloot te zijn, kwam ik de tweede ronde gemakkelijk door. In de derde ronde speelde ik tegen een (hoorde ik later) Zwitsers international. De man speelde goed, maar had elke leg wel een mindere beurt waar ik van kon profiteren. Zodoende kon ik beide sets winnen. Daarna was er een lastige wedstrijd tegen Vitor Charrua, een van de beste spelers van IJsland. Ik mocht de eerste set beginnen en na mijn eigen leg gehouden te hebben, lukte het ook om die van hem af te pakken. De tweede set begint Charrua, maar met een 127 finish breek ik hem wederom. De leg erna begin ik met twee keer 180 en daarmee lijkt de buit wel binnen. Ik mis nog een paar dubbels, waardoor ik de winst uiteindelijk op dubbel 5 binnenhaal.

Daarmee heb ik mijn sheet gewonnen en wacht bij de laatste 32 Michael Unterbuchner. De Duitser was als eerste geplaatst, maar zijn vorm de laatste tijd is niet geweldig. Toch heeft hij in redelijk korte tijd een behoorlijke erelijst opgebouwd, met onder andere een finale op de World Trophy, een halve finale op Lakeside en een kwartfinale op de Grand Slam. Ik begin goed en win mijn eigen leg. Daarna volgen er twee min of meer gelijke legs, die de besilssing van de wedstrijd zouden betekenen. Eerst krijg ik op zijn leg een kans vanaf 80, maar ik mis een pijl op tops. In mijn eigen leg erna, kom ik op 68, ongeveer een zelfde finish als de leg ervoor. Ook nu krijg ik een pijl en ook nu mis ik. De Duitser pakt mijn set en geeft de voorsprong niet meer weg. In de tweede set gaat hij beter scoren en kan ik geen vuist meer maken. Zo eindigt het Swiss Open bij de laatste 32, met toch 4 punten.

De dag erna verliep chaotisch. Het begon ermee dat ik niet op de loting stond. Gelukkig was ik niet de enige en dus moest de complete loting opnieuw gedaan worden. Daarna moest ik ineens om 10 uur al spelen, waar ik niet op voorbereid was. Gelukkig was het geen moeilijke wedstrijd, dus kon ik hem rustig als opwarmertje gebruiken. Ook daarna kreeg ik nog een makkelijke wedstrijd, maar het lukt me vandaag niet om goed in vorm te komen. Bij de laatste 64 tref ik de Belg Jeffrey van Egdom, als zevende geplaatst. Vorig jaar in Antwerpen won ik nog van hem, maar ditmaal zou het helaas niet zo gaan. We spelen allebei niet goed, maar ik maak de meeste fouten. Op 1-1 verzuim ik te breken. Daarna gooi ik nog een 12-darter om gelijk te maken, maar even later loopt het toch fout af. Ik mis een hand vol pijlen om 3-3 (vandaag wel ‘gewoon’ best of 7 legs) te maken via dubbel 19 en uiteindelijk profiteert Van Egdom. Een dag om snel te vergeten.

Waar het op het Europese vasteland de laatste toernooien allemaal prima verloopt, wil het aan de overkant van de plas nog niet zo lukken. Op het Isle of Man speelde ik weliswaar goed, maar was dat te weinig om tot resultaten te komen. Het algehele niveau is gewoon hoger in het Verenigd Koninkrijk en dus is het nog lastiger om door de toernooien heen te komen. In Wales slaagde ik er dan ook niet in om een goede prestatie neer te zetten. Eigenlijk ben ik het hele weekend nauwelijks in mijn spel gekomen en dat leidde tot vroege uitschakelingen op vrijdag en zondag. Een lichtpuntje was de kwartfinale in het koppeltoernooi, maar dat was te weinig om echt positief terug te kunnen kijken.

Het toernooi werd gehouden op een vakantiepark in het noorden van Wales en grof gezegd was alles daar gewoon kut: de appartementen zijn denk ik in de jaren ’40 voor het laatst onderhouden, warm water hadden we niet (ook al hadden we een elektriciteitskaartje, ook zoiets idioots), bedlinnen was niet goed en kwam steeds los, gedoe met polsbandjes voor het eten (waar we toch echt voor betaald hadden), vies ontbijt, halfrauwe kip bij het avondeten (gezellig een nachtje op het toilet doorgebracht), nauwelijks ingooiruimte en borden die zo dicht op elkaar staan dat je in sommige delen van de zaal niet eens mocht komen, behalve als je aan een van de borden moest spelen. De toernooileiding was wel prima trouwens, in tegenstelling tot het Isle of Man eerder.

Hoewel de dubbele regenboog anders doet vermoeden, was het verre van een paradijs

Wat wel leuk was, was het gezelschap. Ik was voor het eerst een weekend weg met Anoop Ramdajal, Santino Broer en Jitse van der Wal en dat klikte prima. Ook met mijn koppelmaat Michael Busscher ging de samenwerking goed, wat toch prettig is als je de eerste keer samenspeelt. Het toernooi was wel raar ingedeeld, met een singletoernooi op vrijdag overdag, het koppeltoernooi vrijdagavond, niets op zaterdag (kennelijk waren er lokale countywedstrijden) en dan weer een singletoernooi en de finalewedstrijden op zondag. Het zorge er wel voor dat we op vrijdagavond gebruik konden maken van de feestavond, wat een topavond werd.

Welnu, het darten dan, want daar kwam ik voor. Voor een avond uit had ik immers ook dichter bij huis kunnen blijven en mijn vrienden die ik veel te weinig zie kunnen bellen. De vorm op vrijdagochtend was niet goed. Ik had heel veel moeite om de triples te vinden en kon daardoor niet constant een goed niveau halen. In de eerste wedstrijd had ik nog het geluk dat ook de tegenstander niet al te best was. Dat werd alsnog een gemakkelijke overwinning. Daarna tegen voormalig Lakeside-finalist Dean Winstanley was het snel afgelopen. Ook hij speelde trouwens verre van goed, maar hij bleef me drie keer net voor en won zo alle legs. Jammer, want als ik in goeden doen was geweest had ik best kunnen winnen.

Die avond in het koppeltoernooi ging het beter. Er werd gespeeld in het behoorlijk bizarre format van 601, best of 3. De eerste paar ronden kwamen we zonder kleerscheuren door. We hadden weleens een laatste leg nodig, maar die werd dan nooit echt spannend. Bij de laatste 64 werd het moeilijker. Na een 1-0 voorsprong verzuimden we de partij in het slot te gooien, met als gevolg dat we in de laatste leg met geluk overeind bleven. Maarliefst vijf matchdarts werden door onze opponenten gemist, waarna we alsnog aan het langste eind trokken. De rond erna troffen we twee spelers die daarvoor hun beste wedstrijd al gespeeld hadden. Tegen ons waren ze een stuk minder. In de eerste leg zorg ik voor een hoogtepuntje door 170 uit te gooien en in de tweede leg maken we het direct af. In de kwartfinale treffen we Wesley Harms en Richard Veenstra. Zij scoren beter dan wij, maar in de eerste leg gooit Michael 90 uit om hem toch binnen te trekken. In de tweede leg herhaalt hij dat kunststukje bijna, ditmaal vanaf 155. De dubbel 19 gaat er echter net onder. Hierna laten de voormalig WDF koppels wereldkampioenen ons er niet meer in en we verliezen met 2-1. Desondanks kunnen we met een kwartfinaleplaats spreken van een geslaagd debuut.

Op zondag moet het dan gebeuren, wanneer het hoofdtoernooi (A+ voor de ranking) begint. Wederom begin ik moeizaam, maar zo langzamerhand begin ik toch beter te spelen. De eerste twee wedstrijden kom ik makkelijk door. Vervolgens tref ik een Ier, die behoorlijk goed was. Mijn eerste twee legs zijn nu uitstekend, met een 2-0 voorsprong als resultaat. In de derde leg maken we allebei veel fouten op de dubbels. Ik was uiteindelijk de gelukkige die dubbel 1 raakte en daarmee komt er ook direct een eind aan de partij. Dan sta ik inmiddels bij de laatste 128 en ben ik nog een overwinning verwijderd van 7 punten. Ik speel tegen een Schot, Craig Owens. Ik kende hem niet, maar hij zal me nog wel even bijblijven. De man speelde werkelijk briljant. De eerste leg pak ik nog met een 15-darter (72 checkout), maar daarna is er geen houden meer aan. Hij gooit eerst een 14 darter, breekt me daarna in 13 (ik stond na 15 op 24) en maakt het af met een 12-darter met 152 finish. Ik kan mezelf niet echt iets verwijten, maar de nederlaag in deze fase van het toernooi is wel teleurstellend.

Daarna restte niets anders dan een vroege tocht naar huis op maandagochtend en mezelf klaarmaken voor het volgende toernooi, het Open Zwitserland van begin juni.

Na een weekend op het Isle of Man, was het fijn om nu eens wat dichter bij huis te kunnen blijven. Het West-Fries Open verliep vorig jaar dramatisch, mede door ziekte, dus dit jaar was het tijd voor revanche. Dat lukte uitstekend, met een kwartfinale in de koppels en twee maal de laatste 16 in de single toernooien, met onderweg een aantal mooie overwinningen.

Het is het tweede jaar dat het West-Fries Open internationaal geranked is en de organisatorische kinderziektes zijn er inmiddels wel uit. De locatie is ruim opgezet en er is voldoende plek om in te gooien (ook omdat het aantal inschrijvingen helaas wat tegenviel). Bijkomend voordeel is dat ik heerlijk op de fiets naar het toernooi kon, dat is wel even iets anders dan uren rondhangen op een vliegveld.

Op vrijdagavond begonnen we (Silko Visser en ik) met de koppels. Het gevoel was goed, maar ik startte zeer slecht. Gelukkig gold dat niet voor Silko en hij trekt me door de eerste wedstrijd heen. De tweede wedstrijd begin ik al niet veel beter, maar vanaf dat we 1-0 achter komen gaat het ook bij mij lopen. We maken gelijk, waarmee we zeker weten de poule door te komen en spelen een goede derde leg, die nipt verloren gaat. Dan zit de poulefase er alweer op een kan het echte werk beginnen.

Beelden van de kwartfinale bij de koppels

Bij de laatste 32 kom ik in de persoon van Bob van Oerle een oud-teamgenoot tegen. We spelen uitstekend en zorgen ervoor dat zij er niet aan te pas komen. Met 3-0 halen we de partij binnen. Ook de ronde erna tref ik een voormalig teamgenoot; Sjors Kolvers, die speelt met André Ruiter. Dit werd een goede wedstrijd, van beide kanten. In de eerste leg zet ik weg met een 174 score, maar raakt Sjors 68 om te breken. Zij houden daarna ook hun eigen leg. Even lijkt er een vroegtijdig einde te komen, maar met een 120 checkout houdt Silko ons in leven. Vanaf dat moment zijn we niet meer te houden, ook al blijven Sjors en André vlakbij. We breken terug en winnen daarna de laatste leg.

De kwartfinale wordt op het hoofdpodium gespeeld, tegen Wessel Nijman en Jimmy Hendriks. We moeten er even aan wennen en leveren prompt onze eigen leg in. In de tweede leg blijven we beter bij, maar komen we net tekort. We herpakken ons en houden de eigen leg om terug in de wedstrijd te komen. Daarna moeten we breken om erin te blijven. Hoewel we de hele leg goed bij blijven, krijgen we geen kans om gelijk te maken. Daarmee eindigt het toernooi voor ons in de kwartfinale.

De dag erna staat het eerste single toernooi op het programma. Ik heb een lastige loting met Andrew Beeton in de tweede ronde (de eerste had ik een vrijloting) en de organisatie besluit ook deze wedstrijd op het podium af te werken. Na een weifelend begin en een 1-0 achterstand, kom ik steeds beter in de wedstrijd. In 16 darts maak ik 1-1, waarna ik breek in 14. Met de nodige moeite houd ik opnieuw mijn eigen leg en daarna gooi ik met 99, 180, 180 en 42 een 11-darter voor de winst.

Mijn eerste wedstrijd op zaterdag tegen Andrew Beeton

In de derde ronde wacht de jonge maar getalenteerde Jarrod Cole. Hij speelt zijn wedstrijden doorgaans op de PDC jeugdtour, maar kwam dit weekend bij de BDO in actie. Hij begint beter dan ik, met name scorend. Ik blijf er echter aan hangen en vanaf 1-1 gaat het beter lopen. Hij mist wat dubbels en ik pak een break. De leg erna werd beslissend. We staan allebei rond de 100 en ik mag eerst. Ik check 106, waar hij gehoopt zal hebben nog een kans te krijgen. In de leg erna loop ik weg en win ik met 4-1 de wedstrijd.

Bij de laatste 32 tref ik geen internationale topspeler, maar een lokale rivaal: Teun de Jong, een ervaren speler uit Enkhuizen en verantwoordelijk voor de uitschakeling van Darryl Fitton. Het werd een prachtige partij. Dit keer begin ik wel goed en kom ik op voorsprong. Ik mis de kans om uit te lopen, door dubbel 5 te missen. Teun komt terug en pakt een 3-2 voorsprong. Onder druk maak ik 3-3, maar hij mag de laatste leg beginnen. Dat doet hij zeer goed en ik kan alleen maar volgen. Na 9 pijlen staat hij op 118, met mij op 321. Ik gooi 140 om het verschil te verkleinen. Vervolgens maakt hij een fout door na een 20 en 18 voor tops te gaan en die aan de bovenkant te missen. Ik gooi 100 om 81 over te laten en dat blijkt voldoende druk. De Jong mist 80 en ik check 81 en win daarmee de wedstrijd.

Over de wedstrijd daarna, tegen (opnieuw) Wessel Nijman, kan ik kort zijn: de tank was leeg en hij daardoor een maatje te groot. Ik mis pijlen om 1-1 te maken en daarna was hij niet meer bij te halen: 0-4. Toch sluit ik de dag weer met een goed gevoel af en ga ik op naar de zondag, als er wederom een single toernooi gespeeld wordt.

Zondag begint raar. Ik speel tegen een lokale derde divisiespeler (Sergio Krassen), maar de organisatie besluit opnieuw mijn wedstrijd op het podium te zetten. Onterecht wat mij betreft, want er stonden in de tweede ronde (ik had ook nu een bye) wel mooiere wedstrijden in de loting. Toevallig had ik eerder deze week al eens tegen Sergio gespeeld en hoewel ik toen met 4-1 won, bleef hij toen steeds goed bij. Dat deed hij vandaag ook in een zeer matige wedstrijd. Met veel moeite pak ik steeds een voorsprong, maar op 3-1 kan ik het niet afmaken. Het wordt zelfs 3-3 en de laatste leg gaat gelijk op. Gelukkig weet ik te voorkomen dat hij vanaf 80 voor de wedstrijd mag gooien, door 60 te finishen.

In de derde ronde had ik Michael Busscher verwacht, maar hij verloor verrassend van jeugdspeler Patrick Bus. Die had zijn kruit wat verschoten en ik speelde zelf ook een zeer goede wedstrijd tegen hem. Ik check 90 en 72 om 2-0 voor te komen en toen was het verzet wel gebroken. Ik loop daarna relatief gemakkelijk uit naar 4-0. Al snel erna moet ik tegen Jerry Hendriks, in een recent verleden nog actief op het PDC WK. Ik verzuim de eerste leg te winnen en via dubbel 7 pakt hij die van me af. Ik breek meteen terug, maar word daarna nog eens gebroken. Dit resulteert in een 3-1 achterstand, terwijl ik voor mijn gevoel minstens gelijkwaardig ben. Dat blijkt daarna gelukkig ook, wanneer ik wel mijn kansen pak en terug kom naar 3-3. In de laatste leg krijgt hij nog een wedstrijdpijl vanaf 118. Hij mist en ik maak het af en haal zo alsnog de winst binnen.

Ik probeerde mijn leerpunt van gisteren direct in de praktijk te brengen, door nu na een spannende wedstrijd meteen weer goed voor de dag te komen. Dat ging nu wel goed, maar dat was aan het resultaat niet te merken. Ik liep tegen een buitenaards spelende Martijn Kleermaker (die beide toernooien dit weekend zou winnen) aan. In de eerste leg sta ik keuren na 12 pijlen op 62, maar krijg ik een 11 darter tegen. In de twee legs erna gooit hij vier maal 180. In de vierde leg doet hij iets rustiger aan, waardoor hij uitkomt op ‘slechts’ 105 gemiddeld. Mijn verzet was toen al gebroken: 0-4.

Dat neemt niet weg dat ik kan spreken van een geslaagd weekend. Mijn niveau was hoog en ook onder druk bleef ik vaak goed gooien. Dit biedt behoorlijk wat vertrouwen voor de komende tijd.