Al het recente gedoe binnen de BDO laat ook de organisatie van de Dutch Open niet onberoerd. Na de mededeling vanuit het Verenigd Koninkrijk dat men bij de BDO afdrachten wilde ontvangen per deelnemer aan een toernooi om mee te mogen tellen voor de ranking, besloot de Dutch Open (het grootste ‘slachtoffer’ van deze regeling) de BDO ranking dan maar de rug toe te keren en alleen nog WDF punten te vergeven. Begrijpelijk, maar het kwam me wel slecht uit, want voor het eerst wist ik de finaledag te halen.

Mijn vriend en opponent Brian Raman haalde uiteindelijk de finale

Daar zag het aan het begin van de dag niet naar uit. Ik opende tegen een goed spelende Lars Fransen; een geduchte tegenstander waartegen ik normaal gesproken licht de overhand zou moeten hebben. Dat was nu ook zo, maar nadat ik in de eerste leg een kansje miste, sloeg hij meteen toe met een 100-finish. Toen hij vervolgens ook zijn eigen leg hield, stond ik direct met de rug tegen de muur. Ik bleef goed spelen en won hierna mijn eigen leg. De vierde leg was spannend en met mij op 72 mist Fransen twee wedstrijdpijlen. Ik begin met een triple 5, maar weet via single 17 en tops toch een beslissende leg af te dwingen. Die mag ik zelf beginnen en daarin kom ik niet meer in de problemen. De opluchting is groot na deze ontsnapping.

Na de nodige uren wachten, zoals gebruikelijk is in de vroege rondes op dit toernooi, wacht mijn volgende tegenstander. Mijn wedstrijd tegen Wouter Kalk verloopt eigenlijk hetzelfde als mijn eerste wedstrijd vandaag, maar dan met een belangrijk verschil: ik win dit keer wel de eerste legs. Checks van 60 en 56 vallen nu wel meteen en daarna kom ik niet meer in de problemen; 3-0.

Ik kom steeds beter in mijn spel wanneer ik Daniel Papke tref. De eerste legs gaan nog gelijk op, maar scorend ben ik al dominanter. Wanneer ik in de derde leg 144 uitgooi, komt hij die klap niet meer te boven. De sheetfinale tegen Marcel Möller zou nooit echt spannend worden. Scorend ben ik de betere en op de dubbels ben ik constant genoeg om met 3-0 te winnen. Datzelfde geldt voor de wedstrijd bij de laatste 128 tegen Kilian van Ramshorst. Ik had al gezien dat hij zijn voorgaande wedstrijden met het nodige geluk met 3-2 had gewonnen en zijn tank was overduidelijk leeg. In twee eerdere pogingen was het me steeds net niet gelukt om de finaledag te halen, maar dit keer eindigde het dus een beetje met een anticlimax. Dat vond ik geen enkel probleem natuurlijk, want met 3-0 gaat deze wedstrijd mijn kant op.

Daarna was het zaak om even na te genieten en goed te eten, alvorens op tijd mijn luchtbedje op de kamer van Anoop op te zoeken. De volgende dag zou ik weer vroeg op moeten voor mijn wedstrijd tegen de Belgische topspeler Geert de Vos. Het is altijd lastig om twee dagen achter elkaar goed te zijn, dus wilde ik me goed voorbereiden.

Als op zondag de wedstrijd begint, voel ik dat ik er klaar voor ben. Of dat genoeg gaat zijn om te winnen weet ik niet, maar ik zal in ieder geval proberen zelf op mijn best te spelen. Het zou een heerlijke partij worden. Ik win de strijd om de bull en wil meteen het initiatief nemen. De Vos blijft in de buurt, maar ik kan mijn eigen leg houden. Hierna gooit de Belg een gewelidge leg, waar ik weinig tegen in te brengen heb. Dit was het verhaal van de wedstrijd, want de legs erna verlopen op dezelfde manier. We houden onze eigen legs, maar ik moet daar aanmerkelijk meer moeite voor doen (een keer een 118 finish met hem op een dubbel) dan hij. Toch blijven echt grote kansen ook voor Geert uit. Wanneer ik 3-2 voor kom, weet ik eindelijk een keer echt druk op zijn leg te zetten, maar hij gooit snel genoeg uit om mij geen kans te geven. Een zevende leg zou beslissing moeten brengen. Ik scoor goed, maar de Belg doet dat nog beter. Ik sta na 12 pijlen op dubbel 19, maar moet toch afwachten of ik daarvoor terug mag komen. De Vos mist echter de bullseye voor een 12-darten en ik gooi direct uit om de wedstrijd in het slot te gooien.

Ik zit in een Belgisch deel van het schema, want ook Andy Baetens en Brian Raman zitten in dit hoekje van de loting. Mijn volgende tegenstander zou mijn vriend en reisgenoot Brian worden. Ook dit werd een goede wedstrijd, maar met veel meer ups en downs. Brian begint niet op zijn best, maar het lukt me niet om daar optimaal van te profiteren. Net als in de vorige wedstrijd, lukt het me ook nu om 118 uit te gooien. Op 2-2 vindt het belangrijkste moment van de wedstrijd plaats. Op Brians leg neem ik het initiatief. Vanaf 108 zet ik weg op 48 en hij zet met een laatste inspanning met een 140 score weg op 100. Ik mis twee pijlen vanaf 48 op dubbel 16 en Brian checkt 100. De leg erna blijf ik achter en wanneer Brian ook nog eens 160 uitgooit, zit mijn toernooi erop.

Brian zou later op de dag de finale spelen, na een mooie overwinning op Paul Hogan. Hij verloor van de Schot Ross Montgomery.

Goed, technisch gezien waren het niet helemaal mijn eerste wedstrijden op de PDC Tour. Ik had in 2010 al eens twee Player’s Championships gespeeld en later nog een aantal keren meegedaan aan WK en Euro Tour qualifiers. Toch was dit voor mijn gevoel de eerste keer dat ik een serieuze poging ging wagen om toe te treden tot de elite van de sport. De mannen (en sinds kort enkele dames) die week in, week uit de wereld over reizen om hun positie op de Order of Merit velig te stellen. Eind januari deed ik mee aan Q School. De week erna volgden de eerste Challenge Tours. Hoewel ik al niet op al te veel succes rekende, viel het behoorlijk tegen.

Bij het stadion van Wigan Athletic. Niet mijn beste foto

Ik zoek al jaren naar het juiste moment om de overstap te wagen. Tot vrij recent was het nooit een echte optie, omdat de BDO toen nog schorsingen uitdeelde aan Q School-deelnemers. Als je daar dan niet doorheen kwam, bleef alleen de Challenge Tour (CT) over en dat was gewoon te weinig. Daarnaast, als je bij de BDO al meerommelt in de marge, wat heeft het dan voor zin om het een niveau hoger te proberen?

Nu heb ik mezelf de laatste jaren behoorlijk verbeterd en zie ik spelers die ik kan verslaan tourkaarten (die op het spel staan tijdens de Q School en nodig zijn om deel te mogen nemen aan de meeste PDC evenementen) winnen. Dus ook al zou het een heel kleine zijn, er was een kans aanwezig dat ik het zou halen. Misschien, als alles meezat, of als ik vier dagen lang stabiel kon presteren.

Het moeilijkste bij het plannen van mijn agenda de laatste jaren is het balanceren van gezin, werk, financiën en darten. Er moet voldoende geld zijn om het huishouden draaiende te houden en ik wil ook mijn kinderen zien opgroeien. Ik zal jullie de details besparen, maar eigenlijk kwam het hierop neer: ik kon beter nog twee jaar wachten, tot beide kinderen op school zitten. Als ik nu een tourkaart had gewonnen, had ik (veel) minder moeten gaan werken en dat had ik me eigenlijk nog niet kunnen veroorloven.

Desondanks ben ik gegaan, om drie redenen. Ten eerste wilde ik vast ervaring op kunnen doen op het PDC circuit. Als ik er daadwerkelijk over twee jaar helemaal klaar voor zou zijn, zou het goed zijn om alvast meegemaakt te hebben hoe zo’n Q School in zijn werk gaat en wat te verwachten. Verder wordt de CT steeds aantrekkelijker. Er worden elk jaar meer toernooien gespeeld. Bovendien zou ik in het begin de CT kunnen spelen naast de BDO tour en op basis van mijn positie kunnen kiezen waar verder te gaan. Tot slot, de belangrijkste reden, de puinhoop bij de BDO. Niet voor niks waren de deelnemersaantallen op Q School hoger dan ooit. Het is onduidelijk of er komend seizoen nog wel tv-toernooien zijn om voor te spelen. De WDF zegt met alternatieve toernooien te komen, maar dat moet eerst nog maar eens bekend worden.

Oftewel, het was eerder een vlucht van de BDO, dan een bewuste keuze voor de PDC. Dat is eigenlijk geen goede motivatie om een dergelijke keuze te maken en ik denk dat dat voor een aanzienlijk deel heeft bijgedragen aan mijn matige prestaties. Overigens vond ik het ook teleurstellend dat er tijdens de toernooien, wanneer het verboden is om bij de wedstrijdbanen in te gooien, zo weinig ingooiruimte beschikbaar is. Ik had dat beter verwacht van een professionele bond.

Welnu, terug naar het dartbord. Dat is in ieder geval het gedeelte waar ik zelf invloed op heb. De eerste dag Q School (een donderdag) begon wel redelijk. In een goede partij versla ik de Duitser Patrick Plötz en ik ga met vertrouwen mijn tweede wedstrijd in. Tegen de Zwitser Marcel Gugger spelen gemiste dubbels mij echter parten. Scorend ben ik voor mijn gevoel iets beter, maar toch verlies ik met 1-5. Een domper, zo vroeg in het toernooi.

De dagen erna werd het niet veel beter. Op vrijdag won ik mijn eerste partij nog redelijk eenvoudig. Vervolgens verloor ik nipt van de Duitser Franz Roetzsch. Dit was wel een goede wedstrijd, maar hij was net iets stabieler. Zaterdag speel ik tegen de ervaren Kroaat Dragutin Pecnjak. Deze wedstrijd schommelde heen en weer en een aantal gemiste matchdarts kwam me in de negende leg duur te staan: 4-5.

Op zondag wist ik dat de kans op een tourkaart nu wel heel klein geworden was. Ik zou proberen er nog een dag het beste van te maken. Het lot had besloten dat ik de eerste ronde moest spelen tegen mijn vriend en reisgenoot Anoop Ramdajal. Anoop heeft na een ongeluk al enige tijd last van zijn nek. Daar was in de beginfase alleen niet zo veel van te merken. Hij begint goed en ik mis hier en daar een paar dubbels, waardoor we tot 3-3 gelijk op gaan. Ik zet wel een eindsprint in en wanneer de dubbels ook wat sneller gaan vallen, trek ik de partij met 5-3 naar me toe.

De wedstrijden erna zijn zo nu en dan wisselvallig, maar het lukt me wel om steeds op tijd bij de les te zijn en toe te slaan. Overwinningen Op Michele Turetta uit Italië en de Duitser Andreas Gradert zorgen ervoor dat ik vandaag mijn bord win. Daarna is het snel (letterlijk en figuurlijk) voorbij. Tegen een ontketende Derk Telnekes kom ik geen moment in de wedstrijd en ga ik er met 5-0 af. Daarmee eindigt mijn eerste en waarschijnlijk niet laatste Q School.

Onder het mom van “wie A zegt, moet ook B zeggen” reisde ik een week later af naar Wigan voor de eerste Challenge Tours van het seizoen. Ik hoopte misschien een paar goede runs te kunnen maken, om een mooie positie op de ranking te verwerven. Mijn zelfvertrouwen kreeg echter vroeg in het weekend al een knauw, toen ik zag dat ik niet de juiste schoenen mee had genomen. Zoals met de meeste dingen in het darten, is zoiets voor 90% een mentaal probleem, maar het kostte me ook echt wel even tijd om aan andere schoenen te wennen. Ik was al lang blij dat ze zwart waren en ik er gewoon op mocht spelen.

Het hoogtepunt van het weekend is een plaats op het lijstje hoogste gemiddelden van CT1

De eerste wedstrijd van het weekend zou direct het hoogtepunt worden. Ik speel tegen de Spaanse PDC WK-deelnemer Jose Justicia. Ik ga geweldig van start, maar mis twee darts op de dubbel, waardoor ik alsnog achter kom. Ik vecht me echter direct terug en drie legs later staan we op 2-2. Ik lijk geen triple meer te kunnen missen en nu ook de dubbels vallen loop ik uit naar 4-2. De leg erna mis ik mijn eerste matchdarts, maar een beurt later pak ik de winst. Het blijkt met 99,9 mijn hoogste geregistreerde gemiddelde ooit. En dat op de verkeerde schoenen…

Daarna zou er met Andrew Gilding opnieuw geen misselijke tegenstander op me staan te wachten. De Engelsman begint een stuk beter dan ik en al snel kijk ik, ietwat onnodig, tegen een 3-0 achterstand aan. Voor mijn gevoel sta ik eigenlijk helemaal niet zo slecht te spelen en ik houd vertrouwen in een goede afloop. Langzaam voel ik dat ik terug in de wedstrijd kom, maar op 4-2 achter gooit Gilding een fantastische leg waarop ik het antwoord schuldig moet blijven.

Over de rest van het weekend kan ik eigenlijk kort zijn: het was niet best. Ik moet nog wennen aan het spelen van meerdere toernooien op een dag en daar de juiste voorbereiding op te treffen. Het niveau van de rest van het veld is gewoon te hoog om tijdens het toernooi erin te kunnen komen. Zaterdagavond verlies ik van Jack Neary. Op zondag win ik mijn eerste ronde nog van de Griek Veniamin Symeonidis (5-4), maar daarna volgt een absolute flutpartij tegen Thomas Lovely (3-5). Het laatste toernooi van het weekend en voorlopig even mijn laatste in de PDC, eindigt met een nederlaag tegen Dean Owen (2-5).

Dan verdient mijn vriend Jitse van der Wal vanaf deze plaats nog eens mijn complimenten en felicitaties. Hij wint het vierde evenement van het weekend. Een geweldige prestatie.

De conclusie van deze weekenden is, behalve dat mijn algehele niveau omhoog moet, dat ik een stuk constanter een hoog niveau moet weten te halen, om serieus mee te kunnen doen in dit circuit. Bij de BDO kom je nog weg met af en toe een mindere partij of een paar matige legs, maar hier moet het gewoon consequent goed zijn. Ik moet gaan werken aan mijn voorbereiding (wat lastig is, omdat de ingooiruimte tot nu toe steeds erg beperkt is) en mentale weerbaarheid. Als dat lukt, zijn deze twee min of meer verloren weekenden straks toch niet voor niks geweest. Maar nu eerst op naar de Dutch Open.

Jaarlijks komen alle bekerkampioenen van de verschillende bonden binnen de NDB bijeen om met elkaar uit te vechten wie zich tot nationaal bekerkampioen kroont. Een toernooi waar ik nog niet eerder aan deel had genomen, omdat het steeds maar niet lukte om binnen de eigen DONHN het bekertoernooi te winnen. Dit jaar lukte dat voor het eerst en om het dan maar meteen goed te doen, wonnen ‘we’ (samen met Silko Visser, Ed de Koff en Wesley Harms) dan ook maar meteen de nationale titel.

Een aantal zeer sterke teams deed mee op deze finaledag. Wij hadden niet te klagen over onze loting, door de allersterkste teams te ontlopen in de poulefase. Toch mochten onze eerste twee tegenstanders niet onderschat worden. Ik begon zelf niet al te overtuigend aan de dag, maar omdat dat ook gold voor mijn opponenten, kwam ik weg zonder puntverlies. We wonnen tweemaal ruim en plaatsten ons zo als groepswinnaar voor de kwartfinale. Daarin troffen we Vrijbuiter 1, drie jaar geleden de tegenstander in de finale, toen ik het NK Eredivisie won. Tot 2-2 gaan we gelijk op, maar in de koppels maken we het verschil door op beide borden te winnen en de wedstrijd met 4-2 in ons voordeel te beslissen.

Ingetogen blijdschap na een gewonnen leg

Dan begint het pas echt. In de halve finale treffen we ’t Ouwe Vat uit Friesland, met onder andere Jan Dekker en Rick Hofstra in de gelederen. Vorig jaar schakelden zij ons nog nipt uit op de nationale Eredivisie kampioenschappen. Dit keer komen we beter uit de startblokken. Ed maakt een achterstand tegen Hofstra goed, door te profiteren van gemiste dubbels, Silko speelt een geweldige vijfde leg en Wesley was, zoals de hele dag, angstaanjagend solide. Zelf verloor ik met 1-3 van Dekker, omdat mijn scores te wisselvallig waren. We hebben dan 1 koppel nodig om de finale te halen en Ed en Wesley halen die binnen, terwijl Silko en ik nog bezig zijn.

Ook in de finale een tegenstander waar we een historie mee hadden. Fifth Division uit Den Haag werd algeheel Nederlands Kampioen in 2013 door ons in de finale te verslaan na drie gemiste matchdarts. In 2014 wonnen wij in de halve finale van hun. Tegen Mike Zuydwijk laat Wesley opnieuw zien dat er vandaag geen maat op hem staat. Ed zet tegelijkertijd opnieuw een geweldige prestatie neer, door te winnen van Jeffrey de Zwaan (die onlangs nog Michael van Gerwen uit de UK Open knikkerde). Ik moet tegen voormalig PDC WK-deelnemer Dirk van Duijvenbode en speel een prima eigen leg om voor te komen. Hij heeft daarna alle ruimte om gelijk te maken, maar verzuimt dat. Vanaf 110 straf ik dat af. Hierna breekt hij me wel meteen terug, maar in de vierde leg sla ik definitief toe. Ik mis 164, maar mag terugkomen en poets de laatste 25 punten weg. Even later verliest Silko nipt, waardoor we wederom 1 punt nodig hebben in de koppels. Opnieuw zijn het Wesley en Ed die dat punt binnenhalen, tot onze grote opluchting, omdat Silko en ik achter staan. Zo worden wij het eerste team dat namens de DONHN Nederlands Bekerkampioen is. Tot slot wil ik nog even de inspanningen van captain Hilbert Fidom en aankomend teamlid Frank Hoek genoemd hebben, die de hele dag het schrijven en andere logistiek op zich genomen hebben.

Het was weer tijd voor het grootste toernooi ter wereld: de Dutch Open in Assen. Twee (of drie) dagen vol darts. De deelnemersaantallen waren ook dit jaar weer enorm, met ruim 1500 herenkoppels en bijna 4000 mannen die aan het singletoernooi begonnen. Het zou weer, letterlijk en figuurlijk, een helse tour worden om door dat deelnemersveld heen te komen.

Alle foto’s afkomstig van de Facebookpagina van Dartfreakz

Want druk is het, in de Bonte Wever, waar het toernooi gehouden wordt. Gelukkig is er een verbouwing geweest, waardoor er een nieuw gedeelte beschikbaar was. Hierdoor kon het wat ruimer opgezet worden en waren er zelfs wat ingooibanen beschikbaar. Ook zat je net iets minder op elkaars lip, wat ik persoonlijk erg prettig vond. De koppels speelden we (Sjors Kolvers en ik) in één van die nieuwere, rustigere delen. We hoefden pas om half 3 te beginnen (de eerste wedstrijden begonnen al rond een uur of 10), dus namen we alle tijd om bij de locatie te komen. Onze eerste wedstrijd was niet heel eenvoudig. Onze tegenstanders, afkomstig uit een buitenland, gooiden zo nu en dan sterke scores. Omdat zij die afwisselden met mindere en vooral Sjors meteen de triples wist te vinden, liepen we snel uit. In de derde leg ging ik ook meedoen en de 3-0 stond al snel op het bord.

Ook ik denk aanvankelijk dat deze man uit Schotland komt

Er ontstond lichte verwarring voor de tweede wedstrijd. Niet vanwege het reglement of het ontbreken van een schrijver (wat helaas wel zo was), maar om de afkomst van onze opponenten. De heren Binder stonden beide in volledig Schotse klederdracht aan het bord, maar bleken slechts matig Engels te spreken. De mannen kwamen uit Oostenrijk. Wellicht hadden ze darten ooit op tv gezien en namen ze aan dat iedereen altijd verkleed komt, ook als ze zelf moeten spelen. Hoe het ook zij, ze waren beter in verkleden dan in darten, want zonder veel moeite wonnen we de wedstrijd. Ook onze derde partij van de dag verliep soepel. Hiervoor gold een beetje hetzelfde als voor de eerste; de tegenstanders gooiden best aardig, maar wij blijven de hele wedstrijd door goed scoren en geven weinig weg op de dubbels. Ook deze wedstrijd eindigt in 3-0 en daarmee is sheetwinst een feit.

Nu zou het toch lastiger gaan worden. De ronde erna spelen we tegen onze teamgenoot in de Superleague Lars de Jong, spelend met Marco den Dekker. Lars is al een tijdje goed in vorm en zou dat ook nu laten zien. Scorend is hij nauwelijks bij te houden, maar we hebben het geluk dat Marco een stuk wisselvalliger is. Sjors weet met een creatieve 80-finish (single 5, single bull, bull) de eerste leg op het scorebord te zetten. Daarmee delen we een tik uit, maar Lars en Marco komen op gelijke hoogte. In de leg erna plaatsen we een versnelling en weten we te breken. De vierde leg zou vervolgens de laatste worden. Ook in deze leg gaat het lang gelijk op, maar met een 180-score sla ik een gat. We hebben dan wel een paar pijlen nodig voor de dubbel, maar uiteindelijk raakt Sjors dubbel 10 en zijn we weer een ronde verder.

Sjors was goed bezig vandaag

Van onze volgende tegenstanders vragen we ons een beetje af hoe ze eerdere rondes doorgekomen zijn, want ze gooiden niet veel, een kleine opleving hier en daar daargelaten. Ik zie 3-1 in de uitslagen staan, maar in mijn herinnering was het toch echt 3-0. Het maakt weinig uit, want zonder ons al te veel in te spannen komen we weer een rondje door. Nu begint het leuk te worden. Bij de laatste 32 spelen we tegen een koppel met een heel goede en een stuk mindere speler. Eigenlijk valt er niet zo heel veel over deze wedstrijd te zeggen, want het begint een beetje eentonig te worden; we gooien constant en checken snel, waardoor er voor wisselvallige tegenstanders niet veel te halen viel. De beste mannen haalden nog een leg binnen, maar konden op den duur niet meer bijblijven.

We staan inmiddels bij de laatste 16 en beginnen nu te geloven in een echte stunt vandaag. Helaas moeten we meteen doorspelen, voor de derde keer op rij. Dit is het enige negatieve dat ik dit weekend op de organisatie kan aanmerken. Blijkbaar liep ons bord achter (wellicht omdat we voor onze tweede wedstrijd heel lang op een schrijver moesten wachten. Uiteindelijk vonden we er zelf een, maar werd het betreffende koppel niet eens gediskwalificeerd voor de dag erna) en moest er tijd ingehaald worden.

Rustig de tijd nemen om aan te leggen

Wij hadden inmiddels wel de behoefte om even snel wat te eten en drinken te halen en ons mentaal weer helemaal op te laden, maar dat kwam er helaas niet van. Of het echt van invloed was zullen we nooit weten, maar de wedstrijd erop zijn de rollen omgedraaid. Dit keer gooien wij te wisselvallig en zijn het onze tegenstanders die zeer solide scoren (zeer luidruchtig aangemoedigd, maar daar moeten we maar tegen kunnen). In elke leg komen we net iets te kort en daardoor staat er een harde 0-3 op het scorebord. Op dat moment zijn we even teleurgesteld, zeker omdat we dachten dat we nog wel een ronde verder hadden kunnen komen. We kunnen echter terugkijken op een zeer goede dag. We mogen vooral tevreden zijn over de manier waarop we lange tijd ons niveau vastgehouden hebben.

Na een lange en zeldzame rustpauze, was het tijd om de pijlen weer serieus op te pakken. Het internationale seizoen zit er bijna op, maar augustus is altijd een drukke maand. Twee weekenden achter elkaar van twee toernooien in Antwerpen. Dubbels zouden ook de hoofdrol gaan spelen deze weekenden. Ik ging er vooral heen om de vorm te testen en me klaar te maken voor het komende seizoen, maar vooral in het tweede weekend waren ook de resultaten goed.

Gezellig is het wel in Antwerpen

Het lijkt wel alsof ze het erom doen in België; niet voor het eerst zou ik mijn vriend Sjors Kolvers al vroeg in het toernooi kunnen treffen op de Belgium Masters. Ik zou dan in de eerste ronde een onbekende Spanjaard uit moeten schakelen. Met dergelijke exoten is het altijd even afwachten wat je voorgeschoteld krijgt. Zo’n kerel zal toch niet voor niets vanuit Spanje naar Antwerpen afgereisd zijn? Het bleek geen lastige horde en met een matige en enkele behoorlijke legs win ik met 4-0. Sjors had een bye en stond al op me te wachten in de tweede ronde. Hij begint een stuk beter dan ik, maar dan ben ik warm gedraaid. Ik houd mijn eigen leg in 15 pijlen en met sterke scores breek ik hem de leg erna. Ook in de vierde leg heb ik een voorsprong, maar ik gooi me dood op 84. In de beurt die volgt mis ik 2 pijlen op dubbel 18, waarna Sjors me terugbreekt. In de daaropvolgende leg verpest ik het opnieuw op de finish en ik kom op achterstand. In leg 6 gooit Sjors erg sterk en maakt hij de partij af. Zo zit de zaterdag er voor mij al vroeg op.
Zondag ging het gelukkig al beter. De eerste twee rondes zijn tegen onbekende tegenstanders en die bleken allebei snel van de rel als ik een paar sterke scores gooide. De 180-ers vallen dit weekend makkelijk en ook de dubbels beginnen te lopen, met 2x 4-0 als gevolg.

De derde ronde is tegen de jonge talentvolle Belg Brian Raman. In onze vorige ontmoeting won ik met 4-3, nadat we beiden wedstrijdpijlen hadden gehad. Deze versie zou net zo spannend worden. De eerste leg is redelijk en deze weet ik zonder al te veel moeite te houden. Daarna komt hij goed op stoom en kan ik geen druk op zijn leg zetten. Brian gaat goed door en krijgt vanaf 146 een pijl op dubbel 19, maar gelukkig voor mij mist hij. Ik sta dan op 126 en finish deze op dubbel 6 om toch de voorsprong weer te pakken. Opnieuw kan ik geen druk geven op zijn leg en zo komen we op 2-2. Dit keer gooi ik dan een ijzersterke eigen leg, in de hoop nu echt druk op zijn worp te kunnen zetten. Raman laat zich niet van de wijs brengen en maakt 3-3. Ik mag de laatste leg beginnen en kom goed uit de startblokken; na 12 pijlen sta ik op 86. Ik gooi de triple 18, maar mis 2 pijlen op dubbel 16. Niets aan de hand, maar hij zet nu wel weg op een dubbel. Ik weet de 16 overgebleven punten niet weg te poetsen met 3 pijlen en dat wordt afgestraft. Ondanks een goede partij ga ik er hier dus toch af, tot mijn grote spijt. Uitslagen van latere fasen van de toernooien staan hier en hier.

De week erna zal het beter moeten. Op een nieuwe locatie wordt het Open Antwerpen gespeeld en dit is bepaald geen verbetering. Ook het ophalen van de spelerskaarten duurt erg lang, maar omdat ik al vroeg ingeroosterd sta, geeft dit me wat extra tijd om te acclimatiseren. De loting vandaag is gunstig, met een relatief eenvoudige helft van de sheet. Helaas wordt er best-of-5 gespeeld, wat toch altijd voor wat druk zorgt in de vroege rondes. De dubbels gaan gelukkig goed in de eerste twee wedstrijden en deze win ik beide met 3-0. Dan komt de voor mij vaak zo fatale ronde voor de punten. Ook dit keer ben ik wat zenuwachtig, maar de tegenstand is niet geweldig. Ik scoor goed en kan me hier en daar een missertje op de dubbels veroorloven; 3-1.

De ronde erna wacht Nederlands international Chris Landman, die de ronde ervoor verantwoordelijk was voor de uitschakeling van mijn vriend Kjeld Cousijn (die daarvoor weer een geweldige prestatie leverde door James Hurrell de voet dwars te zetten). Vanaf het begin speel ik een uitstekende wedstrijd en laat nauwelijks iets liggen. Omdat Landman zo nu en dan een mindere score gooit, weet ik elke leg een buffertje te maken. De zenuwen op de dubbels zijn deze ronde helemaal weg en ik komt met 3-0 voor. We spelen inmiddels best-of-7 en Landman gooit een goede leg om terug te komen. De leg erna loop ik weer rap bij hem weg en de laatste dubbel gaat er voor de verandering gewoon eens snel in. De 4-1 overwinning is een geweldige opsteker. Vervolgens ga ik me proberen te plaatsen voor mijn eerste kwartfinale in het internationale circuit. Dat zal moeten gebeuren tegen Marco Libbers, die de ronde ervoor Gary Robson uitschakelde. We beginnen allebei wat weifelend, maar ik houd mijn eigen leg. Hij doet dat vervolgens ook, waarna ik de schroom van me af gooi. Met sterke scores en snelle checks kom ik met 3-1 voor en ben ik 1 leg verwijderd van de winst. Nu komt dan toch het moment dat de zenuwen toeslaan en Marco schakelt een tandje bij. Hij breekt terug en houdt onder druk zijn eigen leg. Ik mag de zevende leg beginnen en dit wordt bijna een kopie van de wedstrijd tegen Raman van vorige week. Vanaf 122 mis ik een pijl op dubbel 16. Libbers zet vanaf hoog weg op 110 en ik mis weer 3 pijlen. Op dubbel 15 gooit Libbers 110 uit. Ik ben trots op het halen van de laatste 16, maar het is nu toch even de teleurstelling die overheerst.

Op zondag is de loting me een stuk minder gunstig gezind. De eerste ronde was nog goed te doen. De scores waren matig, maar de dubbels behoorlijk; 3-0. In de ronde erna wachtte Martin Atkins, voormalig angsgegner van Raymond van Barneveld. Ik had zijn eerste ronde gezien en die was bepaald niet indrukwekkend, maar anderzijds kon ik me ook niet voorstellen dat hij erg onder de indruk was van mijn spel tot nu toe. We gaan allebei goed van start. Atkins mag beginnen en gooit zijn leg in 13 pijlen uit. In de leg erna sta ik na 9 pijlen op 81. Vanaf dan wordt het rommelig, maar ik haal de leg wel binnen. Ik hoop dat Atkins vervolgens een beetje gaat dimmen, maar hij smijt er opnieuw een 13-darter in. Vanaf dat moment heb ik een stuk meer moeite om de triples te vinden. Hij breekt me en mag zelf gaan gooien voor de wedstrijd. Ik zet nog een keertje aan en krijg een kans vanaf 126. Ik gooi een single en triple 19, maar mis de bullseye. Geheel onverwachts kom ik nog een keer terug, als de Engelsman wedstrijdpijlen mist. Mijn eerste pijl zou mijn laatste van het weekend worden en het werd ook wel een passende afsluiting van de afgelopen weekenden: vol in de triple 9.

Al met al viel het me niet eens tegen. De nederlaag tegen Atkins (niet de Atkins die het toernooi won) was ingecalculeerd en de dag ervoor speelde ik goed op het moment dat de loting ook meezat. De week ervoor had ik het wat lelijker laten liggen, maar toen zat er wel een stijgende lijn in het spel. Het Open Frankrijk ga ik waarschijnlijk laten schieten en daarna gaat de focus toch op het nieuwe seizoen. Dan zal ik vaker mijn kansen moeten pakken, op dagen dat de dingen een beetje mijn kant op vallen. Ook de lastige dagen zullen er tussen blijven zitten, met ongetwijfeld weer de nodige leermomentjes.

Nu de kruitdampen van een lang seizoen darts weer een beetje opgetrokken zijn, leek het me een goed moment om eens terug te blikken op de afgelopen jaargang. Want er is veel gebeurd, zowel privé als met de pijlen. Een nieuw team, een oud team dat maar niet op gang leek te komen, het intensiveren van de internationale tour, de jacht op sponsors en de geboorte van mijn zoon. De algehele teneur is absoluut positief te noemen, maar er is ook nog voldoende werk aan de winkel.

Nadat we in de DONHN vorig seizoen een punt tekort kwamen voor de titel en ook nog eens de bekerfinale verloren, waren er twee spelers die het team verlieten. Uiteindelijk werd besloten om ons team samen te voegen met De Tegenstander, met het huidige topteam als gevolg. Het team presteerde vanaf het begin goed, ook al moesten we wel even aan elkaar wennen. Toen dat eenmaal gebeurd was, konden we de voorsprong op de concurrentie steeds verder uitbouwen en ging het niveau ook steeds verder omhoog. Al snel konden alle pijlen gericht worden op de finaledagen aan het eind van het seizoen.

Bij De Taveerne in de Superleague begon het allemaal wat minder vlekkeloos. Ook hier waren de verwachtingen hooggespannen; vorig seizoen hadden we een sterke eindsprint en dit jaar was het team versterkt. Door allerlei oorzaken (waar ikzelf mede debet aan was), konden we maar zelden over een compleet team beschikken. Toen ook nog eens de een na de ander liet weten niet meer door te willen gaan en we bovendien afzakten naar de laatste plaats, hadden we op tweederde van het seizoen een wondertje nodig om degradatie te ontlopen.

Zelf had ik besloten om de internationale tour weer wat serieuzer op te pakken, om toch eens te gaan kijken hoe ver ik zou kunnen komen. Mede hierdoor moest ik de nodige Superleague wedstrijden missen. Een lastige, maar bewuste keuze. Zeker in het begin had ik vaak moeite om meerdere goede wedstrijden achter elkaar te spelen. Hierdoor bleef ik met enige regelmaat net buiten de punten (Luxemburg, Romanian Classic, Dutch Open). Op andere dagen zat het er helemaal niet in, met vroege uitschakelingen tot gevolg (Tsjechië, Romanian Open). Alleen in Jersey wist ik de laatste 16 te halen. Vreemd genoeg verliepen de koppeltoernooien vaak een stuk beter, met resultaten bij de laatste 16 (Tsjechië) en zelfs een halve finale (Roemenië). Ik wist dit seizoen van tevoren dat plaatsing voor Lakeside er nog niet in zou zitten. Daarvoor kom ik nog een beetje kwaliteit en ervaring tekort en bovendien zou ik nog niet de hele tour af kunnen gaan. Ik had echter wel verwacht wat dichter bij de toppers te zitten.

Tegelijkertijd begon de ontwikkeling van deze website en de bijbehorende Facebook-pagina, met als doel het aantrekken van sponsoren om die internationale tour te helpen bekostigen. Daarbij hoorde ook nog een strategie voor het aantrekken van die sponsoren. Wie vraag je, hoe vraag je ze, waar haal je je contacten vandaan? De tijd en energie die hierin gingen zitten heb ik van tevoren wel een beetje onderschat. Samen met Teamverband is er de site uitgekomen die u nu bezoekt. Het eindresultaat (hoewel dat eigenlijk niet het goede woord is, een site is immers altijd in beweging) mag er zijn, al zeg ik het zelf. De vele complimenten die ik heb gehad, bevestigen dat denk ik ook wel.

Ondertussen was ook duidelijk geworden dat ik in mei opnieuw vader zou worden. Deze blijde gebeurtenis zou ervoor zorgen dat ik vanaf dat moment een aantal grote toernooien zou gaan missen, dus er kon tijdelijk een streep door al te hoge internationale ambities. Omdat dat toch al niet vlekkeloos verliep, was dat eenvoudig te accepteren.

Al met al verliep het seizoen tot februari niet helemaal naar verwachting, met de goede prestaties bij De Tegenstander als uitzondering. Daar kwamen nog eens problemen met mijn materiaal bij. In november kreeg ik steeds vaker het gevoel dat pijlen alle kanten op vlogen, zeker op spannende momenten. Nu ben ik niet snel iemand die zijn materiaal de schuld geeft (hoewel, dat vind ik zelf, mensen om me heen denken daar misschien anders over…), maar nadat ik anderen er een paar keer mee liet gooien, werd me duidelijk dat er nog maar erg weinig grip op mijn pijlen zat. Dat verklaarde ook waarom het probleem zich vooral voordeed onder druk; dan gaan de handen soms toch een beetje zweten en heb je meer last van een gebrek aan grip. Half december kocht ik een nieuw setje pijlen en daarmee leek dat probleem afgedaan.

Het NK koppels was een positieve uitschieter in het najaar van 2016

Niets was minder waar. Na samen met Kevin Gijzen met de nieuwe set derde geworden te zijn op het NK voor koppels, brak er tijdens een training een punt af. Vlak onder de barrel, dus verwijderen was niet mogelijk. Ik had een half jaar geleden twee setjes punten met heerlijke grip erop besteld, maar blijkbaar gingen die niet lang mee. Nadat de eerste afbrak, braken er in de weken die volgden namelijk nog vier af. Het leidde ertoe dat ik nog twee setjes pijlen moest kopen en ondertussen de eerste twee rondes van de Saen Trophy zou spelen met twee nieuwe en een oude pijl. Hierna was de zoektocht nog niet voorbij, want ik moest weer een nieuwe goede set grippunten hebben. Ik houd mijn middelvinger op de plek waar de barrel van de pijl overgaat in de punt en wil daarom dat de grip op de punt direct onderaan de barrel al begint. Ik kon geen set vinden waarbij dat het geval was. De oplosing was uiteindelijk weinig elegant, maar zeer effectief. Ik bestelde een aantal setjes punten online en bij Prima Darts zaagden we een stuk van de punten af, om de start van de grip wat meer naar boven te plaatsen. Hierna ging ik direct een stuk beter spelen, hoewel er ook wel een beetje sprake geweest zal zijn van een placebo-effect.

Op de internationale tour begonnen zich de eerste succesjes aan te dienen. Hoewel de vorm niet goed was, haalde ik een plek bij de laatste 32 in Venray. Later kwam daar een handje vol punten in Brugge bij. Dit gecombineerd met uitstekende prestaties op de Dutch en German Open (hoewel daar weer net buiten de punten), zorgde ervoor dat ik alweer een heel stuk hoopvoller naar de toekomst kijk. Vooral de overwinning op Labanauskas in Duitsland heeft me heel veel goed gedaan. In mei werd door de geboorte van Aron de tour even stopgezet, maar vanaf augustus zet ik die weer vol goede moed voort. Hopelijk met steeds betere prestaties.

Zelfs Aron slaapt in een HybrIT outfit

 

In de superleague begonnen we plots wedstrijden te winnen. Wedstrijden die eerst stelselmatig de verkeerde kant op vielen, vielen nu een keer goed. We gingen met steeds meer vertrouwen spelen en knokten ons langzaam maar zeker de degradatiezone uit. Door vijf overwinningen op rij, eindigden we zelfs nog op de vierde plaats, met een 0-10 overwinning bij Sonny’s Darts als hoogtepunt. Als we er volgend jaar eens in slagen om goed te beginnen, kan het een mooi seizoen worden.

Tussen de slapeloze nachten door had ik wel wat tijd om serieus wat sponsors te gaan werven, met het nodige succes. Tandprotetische Praktijk Kamstra was de eerste, gevolgd door Prima Darts en mijn werkgever HybrIT. Ik ben hen natuurlijk erg dankbaar voor de steun en het vertrouwen en ben blij met de extra mogelijkheden die ik door hun bijdragen heb. De zoektocht naar geldschieters gaat onverminderd voort (sterker nog: wordt uitgebreid) en extra steun is natuurlijk van harte welkom. Intussen zijn ook de eerste Vrienden van… aangemeld en ook hen ben ik dankbaar voor hun bijdrage.

Ik rijd tegenwoordig rond met het logo van HybrIT op mijn auto

Tijdens het slot van het seizoen keek ik het meeste uit naar de finaledagen met De Tegenstander. Vlak na de geboorte van Aron was er eerst de bekerfinale van de DONHN.   Die verloren we jammerlijk van onze grote rivaal Powerdarts. In meerdere partijen tijdens die wedstrijd misten we wedstrijdpijlen en uiteindelijk werd er met 5-2 aan het kortste eind getrokken. Een hoogtepunt kwam er een hoogtepunt kwam er in de vorm van de winst van de NDB Teamcup. Daar slaagden we erin op een zware avond het onderste uit de kan te halen en de titel voor de poorten van de hel weg te slepen. Toch eindigden we met een domper: tijdens het NK kwamen we niet door de poulefase, ondanks goed spel.

Al met al kan ik terugkijken op een geslaagd seizoen. In de Superleague geldt eind goed al goed en met De Tegenstander gaan we volgend jaar opnieuw op jacht naar de titel. Op de BDO-tour wordt net niet steeds vaker net wel. Dat zal ik moeten zien uit te breiden. Dat kan, want ik zie mezelf nog altijd verbeteren. Het lukt me steeds vaker om goed spel langer vast te houden. Daarnaast slaag ik er steeds vaker in om mindere wedstrijden toch binnen te halen. Om nog verder vooruit te gaan zal ik veel moeten spelen, tegen goede tegenstanders. Ik ben al druk bezig met de planning van volgend seizoen, om te beginnen met toernooien in België en Frankrijk. Eerst ga ik even genieten van een paar vrije weekenden, maar tussendoor zal ik ook weer vaak genoeg het trainingsbord opzoeken.

Op zondag 2 juli stonden de nationale kampioenschappen voor eredivisieteams op de kalender. De beste teams uit alle lidorganisaties van de NDB verzamelden zich om te strijden om de NK titel. De Tegenstander was present namens de DONHN. Omdat ik hier, met eerdere teams, drie maal de finale had gehaald (tweede plaats in 2013 en 2014, winst in 2015), en vanwege de winst in de Teamcup van enkele weken geleden, waren de verwachtingen opnieuw hooggespannen. Aan de dag kwam echter al vroeg een einde, na een thriller tegen de kampioen uit Friesland, die uiteindelijk ook de titel zou opeisen.

Van de succesvolle teams van enkele jaren geleden (De Gieterij en Nelly’s), zijn alleen Wesley Harms en ik nog over. Toch kan er niet gezegd worden dat de kwaliteit omlaag is gegaan. Sterker nog; dit was misschien wel het sterkste team waarmee ik ooit naar Nijkerk ben afgereisd. De concurrentie was echter hevig, met internationale topspelers als Benito van de Pas, Jan Dekker, Rick Hofstra en Geert de Vos in ‘de tent.’ Er worden acht poules met elk drie teams gemaakt. Alleen poulewinnaars gaan door naar de kwartfinale, dus elke misstap kan fataal zijn. We spelen onze eerste wedstrijd tegen Vosta 1, een team uit het Oosten van het land, om vervolgens de strijd aan te binden met ’t Ouwe Vat, de kampioen van de FDB.

Die eerste ontmoeting is interessant om Kevin Wensink bij Vosta 1 speelt. Tegen Wensink vond ik mijn Waterloo op de Dutch Open, nadat ik twee wedstrijdpijlen miste. Na een vriendschappelijke terugblik op die wedstrijd, speelt hij zijn single tegen Sjors Kolvers. Sjors doet het uitstekend en weet deze partij te winnen. Op het andere bord wint Wesley zijn eerste pot van de dag. Ook de rest van de wedstrijd zijn wij de betere. Ik win een niet hoogstaande single met 3-1 en ook Silko Visser sluit zijn single winnend af. De winst is dan al binnen. Wesley en Sjors winnen hun koppel, maar Silko en ik moeten die van ons afstaan. De teamronde valt wel weer onze kant op en dus komt er 6-1 op het scorebord te staan. Wanneer ook ’t Ouwe Vat van Vosta 1 wint, weten we dat de wedstrijd tegen de Friezen een direct duel om de groepswinst wordt.

Deze wedstrijd zou voortdurend gelijk op gaan, zowel in de partijen als in de totaalstand. We hanteren dezelfde opstelling als eerder en dus bijten Wesley en Sjors het spits af. Sjors is niet in staat om de solide Rick Hofstra te verrassen en dus is het aan Wesley om de stand op 1-1 te brengen. Dat lukt met de nodige moeite, want er moet een vijfde leg aan te pas komen om Frans van der Weit te verslaan. Terwijl ik mijn partij tegen voormalig kwart en halve finalist op Lakeside Jan Dekker speel, tovert Silko een aantal finishes van wereldklasse uit de hoge hoed om zijn single binnen te halen. 61 is nog de opmaat en na de gelijkmaker van zijn tegenstander maken checks van 125 en 156 het feest compleet. Intussen ben ik met een matige leg begonnen en op achterstand gekomen. De tweede leg is beter en omdat Dekker nu iets minder triples raakt, kan ik met een 111 checkout gelijk maken. De derde leg kom ik al iets dichter in de buurt, maar door goed weg te zetten en snel te checken houdt de Drent in Friese dienst mij op afstand. In de volgende leg weet ik hem weer voor te blijven en met een 60 finish dwing ik een laatste leg af. Ik verlies de strijd om de bull en zal dus een superleg moeten gooien om te winnen. Dat lukt niet en dat zou wellicht niet eens voldoende zijn geweest, want Dekker is met 13 pijlen uit.

Hoge finishes houden ons op koers

Ook in de koppels kiezen we uiteindelijk voor dezelfde combinatie als in de eerste wedstrijd. Samen met Silko tref ik opnieuw Dekker, spelend met Age de Boer. Waar ons eerste koppel nog niet optimaal verliep, spelen we nu uitstekend. Mindere legs en scores van de een, worden gecompenseerd door de ander. In de eerste leg is het Silko die uitblinkt en ons op voorsprong zet. Nadat ook de Friezen hun leg houden, staan we in onze eigen leg onder druk. Omdat ik zelf ook steeds meer beurten met twee triples noteer, komen we onder de druk uit en gooit Silko opnieuw de dubbel. In de vierde leg komen we steeds dichterbij en mis ik een kans om het punt al binnen te halen. Vervolgens verliezen we de strijd om de bull en zullen we dus moeten breken. Met de druk er vol op noteren we een fabelachtige leg. Silko raakt elke beurt een triple en met scores van 140 en 180 doe ik er een schepje bovenop. Na 5 beurten mag ik aanleggen vanaf 101 en gooi uit, ons team op voorsprong zettend. Want hoewel we de volle vijf legs nodig hadden, waren Wesley en Sjors ook nog niet klaar. Ook zij speelden een vijfde leg. In dit geval gooide ’t Ouwe Vat echter de betere leg en trok het de stand gelijk. De teamronde, 1001 best-of-1, zou beslissing gaan brengen. We verliezen de bull en moeten al snel in de achtervolging. Die Friezen vallen halverwege de leg iets terug en met enkele sterke scores komen we weer helemaal terug. Op het moment dat beide teams in de lage 300 staan, plaatsen de Friezen een versnelling waartegen wij kansloos waren: Vanaf 332 gooit Hofstra 180, waarna Van der Weit de overige 152 punten wegpoetst.

Daarmee eindigt onze dag en ook meteen het seizoen. Aanvankelijk overheerst de teleurstelling, maar die maakt na enige tijd plaats voor realisme. We hebben een prima partij gegooid, tegen sterke en ervaren tegenstanders. Later bleek ook nog eens dat we van de latere kampioen verloren hadden. Voor ons restte de terugreis en de ambitie om volgend jaar wel die titel te pakken. Die weg is nog lang en begint in september gewoon weer bij ons in de DONHN.

Samen met mijn teamgenoten van De Tegenstander, zijn we erin geslaagd om de NDB Teamcup Gold te winnen. Op de finaledag werd eerst de halve finale overtuigend met 5-1 gewonnen. De finale werd een thriller, waarin ik uiteindelijk de laatste dubbel raakte en de titel binnensleepte (vanaf 1:10 in de video).

De NDB Teamcup moet zijn plaats op de Nederlandse dartskalender nog een beetje vinden. Het toernooi is bedoeld als aanvulling op de competitie en bekertoernooien binnen de bonden. Dit overstijgende bekertoernooi zorgt ervoor dat je tegenstanders uit het hele land kunt loten. Omdat dit toernooi voor veel teams dwars door de eigen competitie heen loopt, is het soms wat husselen met de speeldata. Symptomatisch hiervoor is de manier waarop we de finaledag bereikten, namelijk door een afmelding van een tegenstander (ironisch genoeg het team van bondsvoorzitter Niels de Ruiter, die ons vrijdag de cup uitreikte).

Van tevoren hadden we te maken met de nodige personele problemen. Onze internationaal het meest gelauwerde spelers Wesley Harms en Silko Visser zouden al ontbreken en een paar dagen van tevoren blesseerde Ed de Koff zich op het werk en moest ook hij verstek laten gaan. Dit hield in dat de normaal gesproken non-playing captain Hilbert Fidom zijn pijlen uit het vet moest halen. Met Hilbert, gelegenheidsschrijver Kevin de Weel en vaste spelers Kevin Gijzen en Sjors Kolvers, reisden we af naar Van der Valk in Leusden. Om de titel te winnen zouden we allemaal top moeten zijn.

In de halve finale speelden we tegen Aloë Masters uit Wijchen, uitkomend in de RDB. Deze jongens konden een uitstekend pijltje gooien, maar misten onder druk ook hier en daar een dubbel. Sjors en Kevin profiteren hier optimaal van en winnen hun singles. Zelf tref ik een speler die wat minder in vorm is en ik win zonder al te veel moeite met 4-0. Hilbert moet er nog even inkomen en verliest. Omdat er vijf punten nodig zijn om door te gaan, is het zaak om snel twee koppels binnen te halen. Sjors en ik komen in onze wedstrijd met 2-0 achter. We vechten ons echter terug en winnen drie legs op rij. Ongeveer gelijktijdig gooit Kevin een creatieve 90-finish (18, D18, D18) om ook daar de partij te beslissen. Hiermee komen we op een 5-1 voorsprong en zo plaatsen we ons voor de finale.

Die wordt gespeeld tegen Purmer Posse uit Purmerend, uit de Darts Organisatie Regio Amsterdam. In deze wedstrijd zal de stand voortdurend gelijk opgaan. In de eerste serie singles wint Kevin overtuigend. Hilbert raakt ondertussen steeds beter op dreef en weet een beslissende leg af te dwingen met finishes van 108 en 127. De laatste leg gaat echter verloren. In de volgende serie weet Sjors opnieuw knap te winnen. Mij lukt dat dit keer niet. Het spel is niet slecht, maar kleine foutjes worden afgestraft en ik weet niet terug te breken. Daardoor komt de stand in de wedstrijd op 2-2. We kiezen ervoor om Sjors en Kevin te laten koppelen. Ze speelden goede singles en zouden in staat geacht moeten worden om hun koppels te winnen. Hilbert en ik zouden gaan vechten voor wat we waard waren. Het loopt echter anders. Sjors en Kevin weten elkaar niet op te stuwen en zij verliezen hun eerste koppel. Hilbert en ik staan onder druk, maar we barsten niet. Nadat Hilbert gelijk maakt, komt een 180 van mij in de laatste leg precies op tijd. We pakken het punt en staan zo weer gelijk. Tegen het andere koppel spelen we erg sterk. Dit keer pak ik de finishes, met 97 en 100 om met 3-0 te winnen. Sjors en Kevin kunnen dan de winst binnenhalen, maar dat lukt helaas niet, waardoor een captainsgame de Teamcup Gold gaat beslissen.

Het team van De Tegenstander na de prijsuitreiking van de NDB Teamcup, met van links naar rechts, schrijver Kevin Weel, Sjors Kolvers, Roemer Mooijman, Kevin Gijzen en captain Hilbert Fidom

Er is wat overleg nodig, want wie gaat hem spelen? Sjors en Kevin speelden betere singles, maar mijn vorm in de koppels was aanmerkelijk beter. Op basis daarvan kiest Hilbert voor mij. De eerste leg, tegen Erik Avondrood, is nog matig, maar gelukkig mocht ik die toch niet beginnen. Hierna gooi ik de schroom van me af en speel ik steeds beter. Ik houd mijn eigen leg, plaats meteen daarna en break en gooi 120 uit om met 3-1 voor te komen. In de leg erna komt er nog geen kans om het af te maken, want Erik houdt deze. In die erna zet hij ook nog wat druk en ik moet even passen. Ik krijg een pijl op bullseye en na een misser van hem ook nog twee op dubbel 16, maar kan het niet afmaken. Passend bij deze wedstrijd wordt de stand 4-4, 3-3 en zal een laatste leg beslissend worden. Erik gooit zijn pijl net onder de bull. Ik heb er wat last van, maar weet die van mij erlangs en in de bullseye te plaatsen; ik mag dus beginnen. Ik begin niet heel goed, maar in de beurten erna bouw ik een ruime voorsprong op. Ik mis opnieuw twee pijlen om te winnen en Erik komt weer rap dichterbij. Ik krijg drie pijlen op 32, normaal gesproken een zekerheidje. Ik wil mijn eerste pijl niet te laag hebben zitten, dus ik gooi hem er stevig in. Te stevig, want ik raak de 8. Vanaf dat moment gooi ik gewoon door. De dubbel 12 komt aan de binnenkant, maar de dubbel 6, met mijn laatste pijl, gaat er wel in, tot mijn grote opluchting.

Sjors en Kevin doen gek, na de overwinning.

De ontlading bij de rest van het team is enorm en vol trots nemen wij de prijs in ontvangst. De bekerfinale van de DONHN ging enkele weken terug nog verloren, dus was het heerlijk om deze cup wel te winnen. Het seizoen zit er nu bijna op. Het toetje is het NK voor eredivisiekampioenen op 2 juli in Nijkerk. Hopelijk met hetzelfde resultaat.

Het diende zich al enige tijd aan; donderdag is De Tegenstander kampioen in de eredivisie van de DONHN geworden. Door de 8-1 overwinning, thuis in Café de Hoek Wervershoof, op Alibi zijn we door achtervolgers niet meer te achterhalen.

Het team is aan de vooravond van het huidige seizoen ontstaan uit een samenstelling van twee oude teams, Nelly’s en De Tegenstander. Waar we in het begin van het seizoen nog een beetje aan elkaar moesten wennen, volgden de grote overwinningen elkaar al snel op. Alle competitiewedstrijden tot dusver werden gewonnen, met een zeer hoog gemiddelde van 7,72 punten per wedstrijd. Ook werd er maar liefst zeven maal een 9-0 op het bord gezet. De individuele statistieken zijn ook uitstekend te noemen.

Het is de eerste titel van dit nieuwe team, maar inmiddels mijn vierde. In 2015 wisten we ook nog het nationale kampioenschap te winnen, waar ons nu dus ook voor gekwalificeerd hebben. Eerst moeten echter nog de laatste twee competitiewedstrijden, waaronder die tegen de nummer twee Powerdarts, afgewerkt worden. Bovendien zijn we nog actief in het bekertoernooi en de NDB Teamcup. Als alles goed gaat worden het nog een paar drukke maanden.

Silko Visser zorgt voor een verrassing met zijn winst in Roemenië

Silko Visser zorgt voor een verrassing met zijn winst in Roemenië

Dit weekend stond het Open Roemenië op het programma. Mijn reisgezelschap bestond dit weekend uit teamgenoot Silko Visser en de ervaren Rob Radsma en Reinier Schouten. Het beloofde een druk weekend te worden, met op vrijdagavond een opwarmtoernooi, een single en koppeltoernooi op zaterdag en nog een singletoernooi op zondag.

Veel tijd om de straten Boekarest in te duiken zou er niet zijn, op een korte trip naar de plaatselijke supermarkt op vrijdagmiddag na. Na ons verbaasd te hebben over de verpakking van het bier (in plastic flessen van 2,5 liter) en wat er in Roemenië verstaan wordt onder een pizza classic (ik verwachtte wat standaard ingrediënten, maar kreeg ham en heel veel olijven), begonnen we aan het opwarmtoernooi.

Het lot had bepaald dat ik mijn eerste ronde zou spelen tegen reisgenoot Reinier Schouten. In een redelijke partij, met veel goede, maar ook een aantal mindere scores, vallen maar liefst vijf breaks. Omdat de laatste in mijn voordeel was, won ik met 3-2. De ronde erna was tegen een stuk mindere tegenstander en ik kon eenvoudig met 3-0 winnen. In de ronde erna nam ik het op tegen Jeffrey Sparidaans, lid van de Nederlandse selectie. Nu zal ik de eerste zijn om toe te geven dat hij niet op zijn scherpst was, maar de 3-1 overwinning smaakte toch goed. Ik kon prima profiteren van de steekjes die hij liet vallen. Hij vond dat ik het toernooi daarna ook maar moest winnen, maar helaas was de koek op. Tegen een mij onbekende Oost-Europeaan, die erg goed kon darten, zo bleek, verloor ik in de ronde erna.

Zaterdag was de eerste kans om punten voor de ranking te halen. Hiervoor zou een plek bij de laatste 32 noodzakelijk zijn. Om dat te bereiken zou ik vier rondes door moeten komen. Het goede nieuws was dat ik, door een vrijloting in de eerste ronde, daar al een stapje dichterbij was. Het slechte nieuws was dat er een geplaatste speler uitgeschakeld zou moeten worden; Andy Baetens, onlangs nog winnaar van het Open Tsjechië. Ik begon matig, tegen een Griek. Hoewel ik scorend veel beter was, wilden de dubbels nog niet echt vallen. Omdat ik voldoende kansen krijg, win ik eenvoudig met 4-1. De volgende partij ging al een stuk beter. Met 4-0 kon ik me gaan opmaken voor de bordfinale tegen Baetens. Dat werd een teleurstelling. Hij scoort uitstekend en ik gooi in elke leg een mindere beurt. In leg 2 krijg ik een pijl om gelijk te maken. Hij laat niets liggen en ik verlies met 4-0. Later zou Baetens het toernooi winnen, dus een schande was het niet, maar ik had op meer gehoopt.

Zaterdagavond stond het koppeltoernooi op het programma, samen met Silko Visser. Silko was ’s middags iets verder gekomen en nog behoorlijk vermoeid daarvan. Ikzelf moest proberen de teleurstelling van me af te spelen. We beginnen matig, maar dat geldt ook voor de tegenstand. We winnen de eerste wedstrijd simpel. In de ronde erna spelen we tegen twee Spanjaarden. Die wisselen goede scores af met mindere, maar straffen onze missers op de dubbels wel af. Ze lijken met de zege aan de haal te gaan, maar net op tijd weten we de wedstrijd te keren. Het belooft alleen niet veel goeds voor de bordfinale. Die is tegen twee Engelsen, die eerder op de dag goed op dreef waren. We komen dan ook met 3-1 achter. Nadat zij met 180 wegzetten om voor de wedstrijd te kunnen gaan gooien, check ik 86 om erin te blijven. Ons niveau gaat langzaam maar zeker omhoog en we weten zelfs nog mroemenie_koppelset 4-3 te winnen en de laatste 32 te bereiken. Daarin nemen we het opnieuw op tegen een Engels duo. We scoren ijzersterk in deze partij en Silko weet alle dubbels te raken. Tussendoor krijgen we nog een 120-finish tegen, maar met 4-1 gaat de winst naar ons. In de kwartfinale opnieuw Britse tegenstand. Ditmaal is het mijn beurt om de dubbels te gooien. Met checks van onder andere 116 en 140 bereiken we de halve finale. Daarin spelen we tegen het Belgisch/Nederlandse duo Brian Raman-Carlo van Kleef. Alle legs gaan gelijk op, maar omdat wij de kleine kansen die we krijgen (ik mis onder andere bull voor 135 en tops voor 114) net niet benutten, staat er uiteindelijk 0-4 op het scorebord. Toch kunnen we zeker tevreden zijn met deze podiumplaats, zeker met het matige begin in ons achterhoofd.

Zondag zouden de punten dan gehaald moeten worden. De landgenoot die ik in de eerste ronde tegenkom is normaliter een goede darter, maar weet totaal niet in zijn spel te komen. Daardoor win ik al snel met 4-0. In de ronde erna wacht een Engelsman. Ook hij is niet goed op dreef, waardoor ik met 2-0 voor kom. Hij wordt dan beter, ik minder. Hij pakt drie legs op rij. In de leg erna mis ik vijf pijlen om gelijk te maken en ik verlies met 4-2. Die tik komt wel even aan. Het zou alsnog een bijzondere dag worden. Niet voor mijzelf helaas, maar ik heb van dichtbij kunnen zien hoe een vriend zijn droom uit laat komen. Silko Visser wint na zijn sheet van onder andere Martin Phillips en Gary Robson om de halve finale, op het podium te halen. Daar wint hij eerst van James Hurrell en later in een thriller van Martin C. Atkins. Ik ben denk ik nog nooit tegelijkertijd zo trots en jaloers geweest. Natuurlijk gun ik hem dat succes van harte, maar ik was toch graag zelf een paar rondes verder gekomen. Het zit er echt in en ik heb nu kunnen zien hoe het kan gaan op een dag dat alles lukt. Laat dat een inspiratie voor de komende toernooien zijn.

Om mijn activiteiten te bekostigen, ben ik op zoek naar sponsors. Kijk hier om te zien hoe u mij kunt helpen om de top te bereiken. Particulieren kunnen Vriend van worden.