Het was een toernooi waar ik erg naar had uitgekeken; voor het eerst zou het West-Fries Open een internationaal geranked toernooi zijn. Het evenement wordt praktisch in mijn achtertuin gehouden en dus zou het een mooie kans zijn om in mijn eigen omgeving te laten zien wat ik kon. Het liep echter totaal anders.

Op zaterdagavond zou er begonnen worden met het koppeltoernooi. Ik speelde samen met Wesley Harms, een van de beste darters van Nederland en daarom zouden we een goede kans maken om ver te komen. Op vrijdagavond werd ik echter uit het niets doodziek. Voor de grafisch ingestelde lezers zal ik de details besparen, maar het komt erop neer dat er niets binnen bleef en dat ik hoge koorts had. Daarnaast had ik ’s nachts geen oog dicht gedaan. Zaterdag in de loop van de dag besloot ik toch te gaan spelen, maar dat was eigenlijk een beetje tegen beter weten in.

Ook de loting zat niet mee. We zouden geen kans krijgen om rustig erin te komen, want met Conan Whitehead en Ritchie Edwards troffen we meteen twee toppers van de overkant van het kanaal. In de eerste leg laten ze zich meteen gelden, door hun 701 punten in 18 pijlen weg te poetsen. De leg erna gooien ze minder. Wij nemen een beetje afstand, door elke beurt een triple te raken. We krijgen twee volle beurten om gelijk te maken, maar maken daar geen gebruik van. Cruciale missers, zo zal blijken. Vanaf een 2-0 achterstand vechten we ons wel terug. We houden onze eigen leg om de aansluiting te vinden en in de leg erna breken we terug. Die leg ging gelijk op, maar op 260 gooi ik 180 en Wesley poetst de overige 80 punten weg. In de laatste leg krijgen we echter een 19-darter tegen, waardoor de eerder gemiste dubbels extra zuur zijn. Ik kan gelukkig wel op tijd naar bed, in de hoop de ochtend erna wat fitter te zijn.

Ik ben de dag erna wel iets fitter, maar verre van beter. Elk ander toernooi zou ik afgezegd hebben, maar omdat er punten te verdienen zijn, wil ik kijken waar het schip strandt. Daar komt bij dat ik voor het eerst in mijn loopbaan een geplaatste status heb gekregen. Dat is natuurlijk best een mooie mijlpaal en dat moet er normaal gesproken voor zorgen dat ik een paar rondes relatief eenvoudig door kan komen. In de eerste partij klopt dat. Ik begin goed, met een paar sterke scores. Mijn tegenstander is dermate onder de indruk dat hij niet veel meer gooit en zonder enige moeite win ik met 4-0. De ronde erna moet ik tegen mijn teammaatje Sjors Kolvers. Ik weet niet wie er verantwoordelijk is voor de loting, maar dit is de derde keer dat we elkaar op een internationaal toernooi in de eerste of tweede wedstrijd treffen. Sjors begint goed en check 144 en 102. Ik zet hier weinig tegenover. Ik pep mezelf nog een keer op, om er toch nog wat van te maken en met pijn en moeite win ik twee legs. Daarna gaat het langzaam beter en ik breek zelfs om 3-2 voor te komen. In de zesde leg kom ik op 80 voor de winst, maar door een fout krijg ik geen pijl op een dubbel. Sjors gooit 100 uit en wint hierna ook de laatste leg. Ik ben er letterlijk en figuurlijk doodziek van.