Terugval in Wales
Waar het op het Europese vasteland de laatste toernooien allemaal prima verloopt, wil het aan de overkant van de plas nog niet zo lukken. Op het Isle of Man speelde ik weliswaar goed, maar was dat te weinig om tot resultaten te komen. Het algehele niveau is gewoon hoger in het Verenigd Koninkrijk en dus is het nog lastiger om door de toernooien heen te komen. In Wales slaagde ik er dan ook niet in om een goede prestatie neer te zetten. Eigenlijk ben ik het hele weekend nauwelijks in mijn spel gekomen en dat leidde tot vroege uitschakelingen op vrijdag en zondag. Een lichtpuntje was de kwartfinale in het koppeltoernooi, maar dat was te weinig om echt positief terug te kunnen kijken.
Het toernooi werd gehouden op een vakantiepark in het noorden van Wales en grof gezegd was alles daar gewoon kut: de appartementen zijn denk ik in de jaren ’40 voor het laatst onderhouden, warm water hadden we niet (ook al hadden we een elektriciteitskaartje, ook zoiets idioots), bedlinnen was niet goed en kwam steeds los, gedoe met polsbandjes voor het eten (waar we toch echt voor betaald hadden), vies ontbijt, halfrauwe kip bij het avondeten (gezellig een nachtje op het toilet doorgebracht), nauwelijks ingooiruimte en borden die zo dicht op elkaar staan dat je in sommige delen van de zaal niet eens mocht komen, behalve als je aan een van de borden moest spelen. De toernooileiding was wel prima trouwens, in tegenstelling tot het Isle of Man eerder.

Wat wel leuk was, was het gezelschap. Ik was voor het eerst een weekend weg met Anoop Ramdajal, Santino Broer en Jitse van der Wal en dat klikte prima. Ook met mijn koppelmaat Michael Busscher ging de samenwerking goed, wat toch prettig is als je de eerste keer samenspeelt. Het toernooi was wel raar ingedeeld, met een singletoernooi op vrijdag overdag, het koppeltoernooi vrijdagavond, niets op zaterdag (kennelijk waren er lokale countywedstrijden) en dan weer een singletoernooi en de finalewedstrijden op zondag. Het zorge er wel voor dat we op vrijdagavond gebruik konden maken van de feestavond, wat een topavond werd.
Welnu, het darten dan, want daar kwam ik voor. Voor een avond uit had ik immers ook dichter bij huis kunnen blijven en mijn vrienden die ik veel te weinig zie kunnen bellen. De vorm op vrijdagochtend was niet goed. Ik had heel veel moeite om de triples te vinden en kon daardoor niet constant een goed niveau halen. In de eerste wedstrijd had ik nog het geluk dat ook de tegenstander niet al te best was. Dat werd alsnog een gemakkelijke overwinning. Daarna tegen voormalig Lakeside-finalist Dean Winstanley was het snel afgelopen. Ook hij speelde trouwens verre van goed, maar hij bleef me drie keer net voor en won zo alle legs. Jammer, want als ik in goeden doen was geweest had ik best kunnen winnen.
Die avond in het koppeltoernooi ging het beter. Er werd gespeeld in het behoorlijk bizarre format van 601, best of 3. De eerste paar ronden kwamen we zonder kleerscheuren door. We hadden weleens een laatste leg nodig, maar die werd dan nooit echt spannend. Bij de laatste 64 werd het moeilijker. Na een 1-0 voorsprong verzuimden we de partij in het slot te gooien, met als gevolg dat we in de laatste leg met geluk overeind bleven. Maarliefst vijf matchdarts werden door onze opponenten gemist, waarna we alsnog aan het langste eind trokken. De rond erna troffen we twee spelers die daarvoor hun beste wedstrijd al gespeeld hadden. Tegen ons waren ze een stuk minder. In de eerste leg zorg ik voor een hoogtepuntje door 170 uit te gooien en in de tweede leg maken we het direct af. In de kwartfinale treffen we Wesley Harms en Richard Veenstra. Zij scoren beter dan wij, maar in de eerste leg gooit Michael 90 uit om hem toch binnen te trekken. In de tweede leg herhaalt hij dat kunststukje bijna, ditmaal vanaf 155. De dubbel 19 gaat er echter net onder. Hierna laten de voormalig WDF koppels wereldkampioenen ons er niet meer in en we verliezen met 2-1. Desondanks kunnen we met een kwartfinaleplaats spreken van een geslaagd debuut.
Op zondag moet het dan gebeuren, wanneer het hoofdtoernooi (A+ voor de ranking) begint. Wederom begin ik moeizaam, maar zo langzamerhand begin ik toch beter te spelen. De eerste twee wedstrijden kom ik makkelijk door. Vervolgens tref ik een Ier, die behoorlijk goed was. Mijn eerste twee legs zijn nu uitstekend, met een 2-0 voorsprong als resultaat. In de derde leg maken we allebei veel fouten op de dubbels. Ik was uiteindelijk de gelukkige die dubbel 1 raakte en daarmee komt er ook direct een eind aan de partij. Dan sta ik inmiddels bij de laatste 128 en ben ik nog een overwinning verwijderd van 7 punten. Ik speel tegen een Schot, Craig Owens. Ik kende hem niet, maar hij zal me nog wel even bijblijven. De man speelde werkelijk briljant. De eerste leg pak ik nog met een 15-darter (72 checkout), maar daarna is er geen houden meer aan. Hij gooit eerst een 14 darter, breekt me daarna in 13 (ik stond na 15 op 24) en maakt het af met een 12-darter met 152 finish. Ik kan mezelf niet echt iets verwijten, maar de nederlaag in deze fase van het toernooi is wel teleurstellend.
Daarna restte niets anders dan een vroege tocht naar huis op maandagochtend en mezelf klaarmaken voor het volgende toernooi, het Open Zwitserland van begin juni.





