Na het uiteindelijk succesvolle weekend in Slowakije, stond al snel het Isle of Man Festival of Darts op de agenda. Ik reisde met veel vertrouwen af naar de rots tussen Groot-Britannië en Ierland, maar de loting was erg zwaar. Op alle dagen zou ik snel een goede tegenstander treffen en met een beetje pech zou het weleens een erg kort weekend kunnen worden. Van dat laatste was gelukkig geen sprake, maar desondanks slaagde ik er niet in om punten voor de BDO-ranking te halen.

De zaal lag er mooi bij, maar extra banen hadden geen kwaad gekund

Op vrijdag kwam ik aan, na winderige vluchten langs de Engelse kust. Die avond stond al direct het eerste toernooi op het programma. Ik moest aantreden tegen een legende uit Wales: Martin Phillips. Ingooien bleek heel dit weekend trouwens praktisch onmogelijk. Voortdurend stond ik met vier of vijf man aan een baan. In de wedstrijd begon ik wel direct goed en won de eerste leg. In de tweede had ik Phillips moeten breken. Eerst mis ik 148 en daarna mis ik nog een volle beurt. Hij komt er vervolgens steeds beter in en met de nodige moeite en een 99-finish houd ik mijn eigen leg. Ik hoop op een kansje in zijn leg, maar dat komt er niet. In de vijfde en laatste leg kom ik tekort en zo zit deze avond er snel op. Als ik in het rond kijk naar de andere banen, valt me wel op dat er overal goed gespeeld wordt. Niet alleen door de vele grote namen die aanwezig zijn, maar ook door relatief onbekende spelers.

De dag erna is er een toernooi dat alleen meetelt voor de WDF ranking (en niet ook voor de BDO ranking helaas). De eerste twee wedstrijden speel ik tegen voor mij onbekende spelers. Zij spelen goed, maar ik ook. Mijn spel is zeer solide en zo kan ik beide keren met 4-1 winnen. De derde wedstrijd is de sheetfinale tegen de als 25e geplaatste Mark Layton. Hij speelt redelijk traag en ik heb aanvankelijk moeite om in mijn spel te komen. Hij houdt zijn eigen leg en als ik daarna twee dubbels mis, gooit hij 164 uit om een break te plaatsen. Gelukkig ben ik tegenwoordig niet meer zo snel onder de indruk als een aantal jaar geleden. Ik ga beter scoren en breek direct terug. Dan gaat het hard. Ik houd mijn eigen leg, breek opnieuw en gooi de wedstrijd vervolgens met 4-2 in het slot.

Bij de laatste 32 wacht een confrontatie met Richard Veenstra (ik deduceer dat hij als 8e ingeschaald was). Dit werd een zeer sterke partij, met een wat bitter einde. De eerste drie legs gaan met de darts mee. Daarna weet Veenstra me te breken met een 100 finish, na een kleine misser van mij. Ik weet ook dit keer terug te breken en kom met 3-3 weer helemaal terug in de wedstrijd. De laatste leg had mijn kant op moeten vallen, maar deed dat niet. Ik mis een aantal wedstrijdpijlen (ik denk vier of vijf) en dat moet je tegen een speler als Veenstra natuurlijk niet doen. Hij profiteert en ik moet me klaar maken voor het belangrijkste toernooi.

Het plafond van de prachtige zaal in Villa Marina

Want op zaterdagochtend begint het Isle of Man Open, een A+-toernooi. Net als de rest van het weekend, moet ik ook nu van meet af aan de bak. Mijn eerste tegenstander ken ik niet, maar hij kan prima gooien. Ik blijf hem steeds net wat voor en in de eerste leg check ik 135. Mijn scores blijven goed en zo kan ik steeds de druk erop houden. Uiteindelijk wordt hem dat in elke leg net iets te veel en pak ik met 4-0 de overwinning.

Na heel lang wachten, speel ik de tweede ronde tegen Willem Mandigers, die hoog geplaatst is. Met moeite houd ik mijn eigen leg, want hij zit me op de hielen. De Brabander wint vervolgens wat gemakkelijker zijn eigen leg. Zo zou het eigenlijk de hele wedstrijd gaan. Mandigers zit vlak achter me aan in mijn legs en ik kan ze steeds net houden. Hij wint zijn legs met iets minder moeite. Ik sta wel steeds in de buurt, maar richting het einde van de leg plaatst hij telkens nog een versnelling. Logischerwijs wordt het dan 3-3 en dan kom ik lekker weg in de zevende leg. Hij mist twee pijlen vanaf 60 om de wedstrijd te winnen en ik profiteer door opnieuw mijn eigen leg en daarmee de wedstrijd te winnen.

Een mooie overwinning, maar nog niet voldoende om ook echt met een resultaat (lees: punten voor de ranking) naar huis te kunnen. De wedstrijd ontmoet ik Niall Culleton, een Ier waar ik tot dan toe nooit van gehoord had. Later hoor ik dat hij vorig jaar op de Winmau World Masters en de Lakeside kwalificatie wel indruk had gemaakt. Hij gooit langzaam, maar wel zeer precies. Ik verlies de bull en de eerste leg. In de tweede mis ik twee pijlen om gelijk te maken en voor ik het weet sta ik met 3-0 achter. Ik vecht me terug in de wedstrijd; met een break en een goede eigen leg kom ik op 3-2. Het bleek helaas te laat, want daarna gooit Culleton een goede leg die hij zelf mocht beginnen. Een terechte nederlaag, maar toch heb ik het gevoel dat er meer in had gezeten.

Uitzicht vanuit mijn hotelkamer

Dat gevoel overheerst over het hele weekend. Ik heb eigenlijk drie dagen lang gewoon goed staan spelen. Hier en daar een foutje, maar dat overkomt zelfs de besten. Ik ging goed om met tegenslag, kon terugkomen van achterstanden en raakte niet in de war als het even iets minder ging. Het niveau was hoog en volgend jaar moet ik terugkomen om te laten zien dat ik niet alleen daarin mee kan, maar ook resultaten kan boeken in een dergelijk deelnemersveld. Daar denk ik de dag erna iets anders over, wanneer mijn dag bestaat uit wachten op luchthavens en schommelend door de lucht geslingerd worden. Die toernooien naar plekken waar geen rechtstreekse vlucht naartoe gaat, blijven toch vervelend wat dat betreft.

In een weekend met twee gezichten heb ik een prima resultaat behaald in Samorin, Slowakije. Na op vrijdag vroeg uitgeschakeld te zijn met belabberd spel, vocht ik me zaterdag door een moeilijke wedstrijd heen, waarna ik op de drempel van de kwartfinale strandde; na een overwinning op Scott Mitchell verloor ik nipt van Ross Montgomery.

Vorm is, voor zover het al bestaat, een ongrijpbaar begrip. De ene week is het er en de andere kan het zo weer weg zijn. Ik was al een tijdje behoorlijk in vorm, ook al ging de Dutch Open iets minder. De competitiewedstrijd van vorige week ging prima, dus ik verwachtte dat door te kunnen zetten. Het hielp natuurlijk niet mee dat ik al twee weken last had van een bijholteontsteking, maar tijdens het darten had ik daar niet veel last van gehad. Het vliegen was wel erg onprettig.

Op vrijdagavond werd direct al de Slovak Masters gespeeld, een B-toernooi. De eerste twee ronden kwam ik makkelijk door, zonder goed te spelen. Ook het goede gevoel wilde maar niet komen. Dit zou me in de derde ronde fataal worden. Tegen een redelijke tegenstander, weet ik in het begin van de wedstrijd niet het verschil te maken. Ik hoor deze wedstrijd eigenlijk zonder al te veel moeite te winnen, maar omdat ik steeds wisselvalliger ga spelen, geef ik het uiteindelijk met 3-4 uit handen. Vooral de manier waarop ik speelde bood weinig vertrouwen voor de dag erna.

Op zaterdagochtend ging het Slovak Open van start. Hoewel ik opnieuw niet heel sterk begin, is het gevoel nu al een stukje beter. De eerste ronde kom ik snel door. Daarna wacht er een Tsjechisch international. Ik had hem in de ronde ervoor al zien spelen en was op mijn hoede. Hij scoorde goed, maar ik was iets beter. Omdat ik een volle beurt mis op de dubbels, breekt hij me. Ik breek terug, waarna er opnieuw hetzelfde gebeurt; ik mis drie pijlen, hij breekt mij en ik breek terug. Ik wil nu bij hem weglopen, maar hij gaat nu beter scoren en breekt me wederom. In de leg erna krijgt hij een wedstrijdpijl vanaf 130. Die gaat er gelukkig niet in en ik check 72 om een beslissende leg af te dwingen. Daarin speel ik goed en eindelijk gaat de dubbel er een keer snel in en trek ik toch aan het langste eind.

De wedstrijd erna is tegen Mike Warburton uit Wales. Ik kende de man niet, maar hij bleek vorig jaar het Welsh Open te hebben gewonnen, dus dan kun je er wel wat van. In het begin van de partij was hij ook de betere. In mijn eigen legs kon ik eraan blijven hangen om in de wedstrijd te blijven en tot 2-2 bij te blijven. Daarna kantelde het. Hij ging iets minder goed scoren en ik kreeg wat meer vertrouwen. Ik dwong een kans af in zijn leg en pakte die. In mijn eigen leg kwam ik vervolgens niet meer in de problemen, ook al duurde het even voor de laatste dubbel gevonden werd. De opluchting is groot, nu ik zeker weet niet helemaal met lege handen naar huis te gaan. Hierna wachtte er een Oostenrijker waarvan ik me al snel afvroeg hoe hij erin geslaagd was vier wedstrijden te winnen. Afijn, het mag ook weleens mee zitten en zonder al te veel inspanning kwam ik ook deze wedstrijd (4-1) door.

Nu de druk er een beetje af is, krijg ik de kans om mijn beste spel te laten zien. Bij de laatste 32 wachtte een wedstrijd tegen Scott Mitchell, de wereldkampioen van 2015. De eerste leg gaat rap zijn kant op, maar vanaf leg twee doe ik helemaal mee. Ik open 180, 140, 140 en finish uiteindelijk in 13 darts om te laten zien dat ik er ben. De volgende drie legs gaan opnieuw met de darts mee, ook al kom ik steeds een beetje dichterbij in zijn legs. Leg zes lijkt de kant van de Engelsman op te gaan, maar vier wedstrijdpijlen zijn niet aan hem besteed. Ik maak gelijk en neem me voor om nog een keer alles op alles te zetten voor een break. Meestal is dit het punt waarop ik een of twee mindere beurten gooi en dat uiteindelijk afgestraft wordt. Tot mijn eigen verrassing gebeurde dat dit keer andersom. Mitchell geeft me de ruimte om 118 terug te brengen naar 24. Nadat hij 113 niet uit krijgt, gooi ik mijn tweede wedstrijdpijl raak.

Ik krijg dan de kans om voor het eerst in mijn loopbaan (ik zit er al een tijdje tegenaan te hikken) een kwartfinale te halen. Montgomery had me eerder op de Dutch en Swedish Open al dwars gezeten, in wedstrijden die beide kanten op gekund hadden. Hij mag beginnen en de eerste drie legs gaan met de darts mee. Op 1-1 kreeg ik een pijl voor 116, maar die zat er net naast. Hij breekt mij vervolgens met een 160 finish. De leg erna open ik met twee keer 180. Een 9 darter zat er niet in, maar in 12 pijlen breek ik terug en houd daarna mijn eigen leg om weer terug op een gelijke stand te komen. Het blijft dicht bij elkaar en ook leg 7 en 8 gaan weer met de darts mee. De Schot mag de laatste leg beginnen en doet dat goed. Ik zet de achtervolging en en sta na 9 pijlen op 176. Montgomery zet zichzelf op 120 en zal daar sowieso voor terug mogen komen. Ik zet de druk er nog eens maximaal op, met een 140 score. Ik heb goede hoop terug te komen voor dubbel 18, maar Montgomery weet heel knap die 120 uit te gooien en daarmee de wedstrijd te winnen. Het was een geweldige wedstrijd en doordat ik al bij de laatste 16 zat, kan ik leven met deze nederlaag.

Na de toch wel grote teleurstelling van vrijdagavond, ziet de wereld er na zo’n goed toernooi op zondag er toch weer heel anders uit. Als ik deze vorm vast kan houden, kunnen er een paar weken later op het Isle of Man weleens mooie dingen gaan gebeuren.

In het verleden waren de Dutch Open en ik geen vrienden. De afgelopen twee jaar kwam daar verandering in, hoewel ik steeds struikelde over de laatste horde voor de finaledag. Ik hoopte het dit jaar iets beter te doen, maar het werd uiteindelijk vlees noch vis.

Foto van Bas van den Berk (Dartfreakz)

Slecht was het zeker niet, wat ik stond te doen in Assen, maar de topvorm die nodig zou zijn om echt ver te komen in het toernooi ontbrak simpelweg. Ook gaandeweg de toernooien slaagde ik er niet echt in om mijn niveau op te krikken. Vooral het consistent gooien van degelijke legs lukte maar niet. Op vrijdag, het koppeltoernooi met Sjors Kolvers, kwamen we daar lange tijd mee weg. De eerste paar rondes wonnen we met 3-0, omdat er geen sprake was van serieuze tegenstand. In de sheetfinale werd het moeilijker en rechtten we de rug. Scorend speelde ik deze wedstrijd uitstekend, maar door veel gemiste dubbels, hadden we de volle 5 legs nodig om de partij binnen te slepen. Daarna kwamen we met Darryl Fitton en Wessel Nijman een koppel van wereldklasse tegen. We gooiden simpelweg te wisselvallig om het ze moeilijk te kunnen maken en daarme zat het toernooi erop bij de laatste 64 koppels.

Dan moest het maar gebeuren in de singles. De loting zag er van tevoren redelijk uit (hoewel dat natuurlijk heel weinig zegt). De moeilijkste wedstrijd zou een eventuele derde ronde tegen Tony Martin worden. Martin is tegenwoordig vooral bekend als de man van Dobromyslova, maar was in het verleden ook regelmatig op tv te bewonderen. Ik had al een tijdje niet zoveel van hem gehoord en hoopte daarom dat ik een goede kans zou maken. In het koppeltoernooi de dag ervoor wist hij echter plots de halve finale te halen en dus was hij beter in vorm dan ik verwacht had. Mijn eerste twee rondes waren eigenlijk hetzelfde als de dag ervoor; wisselvallig, maar zonder in de problemen te komen.

Tegen Tony Martin word ik de eerste twee legs scorend overklast. Toch kom ik de wedstrijd in, omdat ik 118 uit weet te gooien en dan kantelt de wedstrijd. Ik ga beter scoren en krijg meer kansen. Ik moet hem breken, maar laat dat na. Ik hou vervolgens mij eigen leg om een beslissende leg af te dwingen. Die leg is van beide kanten niet bijzonder goed en het wordt vervelenden als er tijdens het gooien nog iemand tegen me aan loopt. Het lukt me niet om een vuist te maken en zo verlies ik teleurstellend met 3-2. Martin haalt uiteindelijk de laatste 32. Het enige positieve dat ik eruit kan halen is dat ik niet eens in topvorm hoef te zijn om het dit soort spelers moeilijk te kunnen maken, maar dat is wel een heel schrale troost.

Over drie weken staat er een double header in Slowakije op het programma. Daar verwacht ik weer beter voor de dag te komen.

Het is de laatste jaren een van mijn favoriete toernooien geworden; de Saen Trophy in Café de Schot. Tijdens het WK, toch al een heerlijke tijd, staat het hele café een week lang helemal in het teken van dit evenement. 32 gekwalificeerde spelers spelen op een podium vanaf de eerste ronde wedstrijden over meerdere sets. Na overwinningen in de eerste twee ronden, verloor ik uiteindelijk een prachtige kwartfinale.

Omdat ik vorig jaar behoorlijk uit vorm was en daardoor al de eerste ronde verloor, moest ik me dit jaar via het kwalificatietoernooi plaatsen. Dat lukte gelukkig zonder al te veel moeite en dus stond ik dit jaar wederom op de deelnemerslijst. Omdat ik ongeplaatst was, zat het er wel dik in dat ik een pittige loting zou krijgen. Het viel mee, want in de eerste ronde ontliep ik de geplaatste spelers. Met Robin Mau Asam trof ik een goede tegenstander, maar ook een die zich de afgelopen jaren niet zo vaak meer laat zien. In een wedstrijd over meerdere sets bleek dat in mijn voordeel. Scorend ben ik duidelijk de baas, met een first 9 gemiddelde van rond de 95 en zo kan ik het me veroorloven de nodige dubbels te missen. Ik kom in de eerste set met 2-1 achter, maar vanaf dat moment gaan ook de dubbels lopen. Ik win acht legs op rijd en daarmee de wedstrijd met 3-0.

Naar de tweede wedstrijd, mijn eerste in 2019, keek ik erg uit. Teamgenoot Lars de Jong was als tweede geplaatst en werd vorig seizoen zevende op de nationale ranking. Dat zou best eens een mooie partij kunnen worden. Net als in mijn eerste ronde ga ik wat traag van start. Ik win de eerste leg, maar verlies er vervolgens vier op rij. Lars scoort in deze fase beter dan ik, wat ik van tevoren niet helemaal verwacht had. Naar het eind van de tweede set toe vallen zijn scores een klein beetje weg en omdat ik nu wel de dubbels ga gooien, kan ik hem breken en de set binnenhalen. Hierna valt de wedstrijd steeds meer mijn kant op. Min of meer op cruise control (met veel hoge scores) win ik de derde set en kom ik op 2-0 in de vierde. Ik word een beetje laks en Lars gaat ook weer beter gooien. Hij komt terug naar 2-2. In de laatste leg lijkt hij een kans te gaan krijgen, nadat ik opnieuw pijlen mis. De laatste get echter in het hoekje van de dubbel 3, waarmee ik 3-1 voor kom. In de laatste set zet Lars nog een keer aan, maar met een 96 checkout win ik de wedstrijd. Mijn gemiddelde is prima, hoewel het door de fases van gemiste dubbels nog wat hoger had gekund. Scorend was het wel weer goed. Ik ga door naar de kwartfinale tegen Kevin Doets en ben al zeker van plaatsing voor volgend jaar, waarmee mijn eerste doel bereikt is.

Maar als je daar eenmaal staat, wil je natuurlijk door ook. Kevin, ook een teamgenoot, had twee uitstekende eerste ronden gespeeld en ik kon er zeker niet van uitgaan dat ik scorend het overwicht zou hebben. Ik zou ditmaal dus vanaf het begin goed moeten finishen. Ik win het bullen en besluit tegen mijn eerdere gedachte in om zelf te beginnen. Ik wil direct op voorsprong kunnen komen en de druk bij hem leggen. Dat plan mislukt, vanwege hetzelfde euvel als een dag eerder: aan het begin van de wedstrijd mis ik een aantal dubbels. Niet zoveel als toen, maar zoveel kansen kreeg ik ook niet. Ik verlies de eerste twee sets met 3-1, mede doordat Kevin een 164 gooit om zijn eigen leg te redden. Dat zou ook een beetje het verhaal van de wedstrijd worden. Hij wist zich iets beter onder mijn druk uit te finishen dan ik. Na de onderbreking gooi ik er scorend een tandje bij en met uitstekend spel win ik de derde set. Ik krijg helaas ook weer een zeer sterke set terug van hem, waarin ik er niet aan toe kom om te breken. Zodoende kom ik 3-1 achter en moet ik drie sets op rij winnen. In mijn eigen set komt de stand vervolgens op 2-2 en met een 12-darter haal ik deze binnen, om de achterstand te verkleinen.

In zijn set word ik in de tweede leg gebroken en dan lijkt het toch echt voorbij. Ik recht nog een keer de rug en pak een break terug. Nadat Kevin vervolgens een paar wedstrijdpijlen mist, check ik 90 om de druk nog wat op te voeren. De vijfde leg van deze set zou de laatste worden. Kevin plaatst een versnelling en dit keer heb ik geen antwoord meer. Hij wint de set en daarmee met 4-2 de wedstrijd. Hoewel ik op zijn zachtst gezegd niet zo’n fan ben van verliezen, kan ik er dit keer goed mee leven. Het was een geweldige wedstrijd om te spelen en ik heb ervan genoten. Volgend jaar een nieuwe kans. Kevin zou uiteindelijk de finale halen en daarin verliezen van Saen Trophy veelvraat Remco van Eijden.

 

November is traditioneel de eerste maand van mijn nieuwe seizoen. Dit jaar koos ik ervoor om naar Tsjechië en Italië te gaan voor het Czech Open en de Italian Grand Masters. Natuurlijk is het belangrijk om een goede start te maken. De vorm was goed en dus was ik er klaar voor om direct te presteren.

Dat liep toch even anders. Het warm-up toernooi in Praag ging nog prima, na een autorit van bijna 10 uur. Het singletoernooi ging een stuk minder. De eerste wedstrijd kwam ik nog eenvoudig door, maar in de derde ronde verloor ik van Davy van der Zande. Een prima speler, maar ik kon veel te weinig een vuist maken en voor mijn gevoel zat een goed resultaat er geen moment echt in. Het koppeltoernooi de dag erna was ook snel voorbij. Ik kon dit niet goed verklaren, zeker omdat de vorm in aanloop naar het toernooi zo goed was geweest.

Na een week veel getraind te hebben, reisde ik af naar Bologna. Mijn zelfvertrouwen had wel even een tikje gehad, dus het was zaak dit weekend goed voor de dag te komen. Op zaterdag wed een A-toernooi gespeeld. De eerste rondes kwam ik makkelijk door, met solide spel. Bij de laatste 128 speel ik tegen de sterke Noord-Ier Darren Clifford. Ik begin uitstekend en heb zelfs de ruimte om een paar dubbels te missen om toch 1-0 voor te komen. In de leg erna breek ik hem direct met een 12-darter. Hij komt vervolgens terug in de wedstrijd, maar gaat ook hier en daar wat dubbels missen. Ik profiteer door opnieuw te breken en 3-1 voor te komen. In de zesde leg mist Clifford 61 en check ik 74 om de winst te pakken en voor het eerst dit nieuwe seizoen punten te scoren. De ronde erna speel ik tegen een mij onbekende Italiaan. Later zal Scott Mitchell me vertellen dat hij de beste van zijn land is en dat was ook te merken. Na vier legs staat er 2-2 op het scorebord en heb ik kleine kansjes gehad om het verschil te maken. Vanaf dat moment gooit de man bijna elke beurt twee triples en hoewel ik scorend bij blijf, laat hij niets liggen op de dubbels en verlies ik met 4-2. Het toernooi wordt uiteindelijk gewonnen door mijn teamgenoot Wesley Harms, die dat kunstje daarmee voor de derde keer op rij flikt.

De dag erna begint met een aangename verrassing; ik blijk als 31e geplaatst te zijn. De route naar de laatste 32 (en opnieuw een gevulde box) ligt daarmee open en dat blijkt ook. De eerste drie rondes kom ik zonder noemenswaardige problemen door en zo sta ik al, zonder me al te veel in te spannen, bij de laatste 32. Daarin neem ik het op tegen Ricardo, een Spanjaard. In deze wedstrijd geldt eigenlijk een beetje hetzelfde als gisteren. Ik kende hem niet, maar hij blijkt zeer goed te kunnen darten. Ook deze keer gaan we tot 2-2 gelijk op. Daarna weet hij onder druk zijn eigen leg te houden, waar ik had gehoopt terug te kunnen komen om de break te pakken. De leg erna mis ik 100 om een beslissende leg af te kunnen dwingen en met opnieuw een goede finish beslist Ricardo de wedstrijd in zijn voordeel. Hij haalt vervolgens ook de finale, die hij verliest van Martin Adams.

Na een zeer teleurstellend weekend in Praag, volgde dus een veel beter weekend in Bologna. Zeker qua spelniveau was het daar echt gewoon goed. De resultaten hadden nog wel iets beter gekund, maar na een seizoen waarin ik steeds tegen de punten aan zat te hikken, is het wel lekker om meteen een paar keer wat binnengehaald te hebben. Het volgende toernooi zal de Dutch Open zijn, begin februari. Tot die tijd moet ik proberen zoveel mogelijk trainigsuren te maken en wedstrijden te spelen.

Het einde van het seizoen van de BDO tour is in zicht. In de zomer staan traditioneel tripjes naar het zuiden op de agenda. Niet zoals voor de meeste Nederlanders naar warme stranden en zonnige campings, maar naar hete sporthallen. Na een weekend Luxemburg volgden twee weekenden in Antwerpen. Daarna kwam ik erachter dat er nog een reële kans was me te plaatsen voor de Winmau World Masters, waardoor ik besloot ook naar Zweden te gaan. Helaas is die missie uiteindelijk mislukt.

We begonnen in Luxemburg, het laatste weekend van juli. Over de koppels kan ik kort zijn: lastige loting en wisselend spel en dus snel eruit. Het singletoernooi op zaterdag begon voorspoedig. Na een bye en een tegenstander die afwezig was, speelde ik de derde ronde tegen de Zwitserse kopman Thomas Junghans. Dit werd een geweldige partij. De eerste leg verliep nog een beetje stroef, maar die pak ik met een 112-finish. Junghans breekt terug in 12 darts, waarna ik twee 14-darters gooi (76 en 70 checks). Opnieuw komt er een antwoord van de Zwitser in 12 pijlen. Ik win vervolgens mijn eigen leg in 15 met een 78 checkout om de partij binnen te halen. In de sheetfinale speel ik tegen Francis Carragher. Ik trek de lijn van vorige wedstrijd door en kom met 2-0 voor. In de derde leg krijg ik twee pijlen vanaf 71. Ik mis en dit is het kantelmoment in de match, maar vervelend genoeg niet in mijn voordeel. Carragher checkt 126 en hierna scoort hij zo goed, dat ik geen kansen meer kan forceren. Hij laat ook niks liggen op de dubbels en dus vertrek ik vandaag met uitstekend spel, maar zonder punten. De dag erna was vervelend, omdat ik het (na een eenvoudige eerste ronde) al snel op moest nemen tegen mijn maatje Silko Visser. In een nerveuze (zeg maar gerust slechte) wedstrijd kom ik twee keer op voorsprong, maar verlies ik toch met 4-2. Daarmee zit het weekend erop.

Op het Open België zouden de resultaten beter moeten worden. De eerste dag begon goed, met een aantal zeer makkelijke overwinningen. Om de sheet te winnen zou ik echter wel af moeten rekenen met Mario Vandenbogaerde, een Vlaamse revelatie op de tour dit jaar. Ik speel iets te zenuwachtig en kom met 3-0 achter. Door missers van zijn kant, weet ik nog 3-2 te maken en zelfs een pijl voor 3-3 te krijgen, maar de zege gaat zeer terecht naar de Belg. De dag erna tap ik uit een ander vaatje. De eerste paar rondes zijn nu lastiger, maar ik kom er wederom goed doorheen, met behoorlijk solide spel. Vandaag wacht Scott Waites in de sheetfinale. Een grote naam, maar hij blijkt niet in topvorm. Ik zet hem de hele partij door onder druk en weet met 4-1 deze wedstrijd te winnen. Een mooie scalp en het betekent bovendien dat ik Antwerpen dit weekend niet puntloos zal verlaten. Bij de laatste 32 speel ik tegen Dan Nicholls. Ik kende deze man niet, maar hij blijkt natuurlijk goed te kunnen gooien. Hij speelt wel erg wisselend. De wedstrijd gaat alle kanten op en we komen tot 2-2. Met een 158-finish lijk ik een zogenaamde vorentscheidung te pakken te hebben, maar in een sterke leg maakt hij gelijk. In de laatste leg missen we allebei wedstrijdpijlen en loop ik helaas op zure wijze de zege mis.

Het weekend erna staat er in Antwerpen maar een singletoernooi op de agenda. De eerste twee rondes kom ik snel door, waarna ik met Viani Van den Bergh serieuze tegenstand krijg. Mijn dubbels lopen erg goed en vooral daarop haal ik de partij met 4-2 binnen. De ronde erna is weer iets makkelijker, hoewel de 4-0 uitslag niet helemaal recht doet aan het verschil in niveau. Het goede nieuws is dat ik dan wederom in de punten zit, maar het spel smaakt naar meer. Bij de laatste 32 tref ik Jeffrey van Egdom, die zich vooral het laatste jaar uitstekend laat zien. Niet voor niets is hij als zesde geplaatst. Ik verzuim de eerste leg te winnen, maar kom wel met 2-1 voor. Na een matige leg van mijn kant, kan hij gelijk maken. In een prima leg pak ik vervolgens weer de voorsprong, maar in de leg erna verpruts ik enkele pijlen om te winnen. Dit komt mij bijna duur te staan, als ik door een bouncer slecht begin aan de laatste leg. Van Egdom loopt uit, maar langzaam weet ik terug te komen. Wanneer hij wegzet op 62, krijg ik een kans vanaf 120. Wat de laatste weken steeds net niet lukte, gebeurt nu net wel: een laatste leg pakken met een goede finish. In de achtste finale speel ik opnieuw tegen Mario Vandenbogaerde. Veel meer dan vorige week ben ik er nu klaar voor om mijn huid zo duur mogelijk te verkopen. Aan de uitslag is dat echter niet te zien. Hij is simpelweg net even beter en heeft elke leg net een kleine voorsprong. Hij laat me geen ruimte om in de wedstrijd te komen. Op 1-3 denk ik nog even aan een comeback, als ik eens voorsta in zijn leg, maar dan tovert hij een hoge finish uit de hoed en wint hij opnieuw verdiend.

We gaan even terug naar het begin van het seizoen, herfst 2017; op dat moment hadden we een meisje van twee en een jongetje van een paar maanden oud. Het was niet realistisch om dan te verwachten de hele tour te kunnen spelen en dus zou ik voor dit seizoen mijn ambities naar beneden bijstellen. Toen na het toernooi in Antwerpen echter bleek dat ik op plek 137 stond, besloot ik toch eens te gaan kijken wat de criteria waren voor plaatsing voor de Winmau World Masters. Het bleek dat de top-128 zich zou plaatsen en dat ik daar maar één resultaat voor nodig zou hebben. Daarom besloot ik ook naar Zweden te gaan en mezelf een mooie kans te geven nog iets aan het seizoen over te houden.

Zweden begon net als Luxemburg met een mislukt koppeltoernooi op de vrijdagavond, maar na een hele dag in de auto was dat eigenlijk niet zo erg. Op zaterdag zou een plek bij de laatste 64 volstaan. Helaas koppelde het lot me net iets daarvoor aan Ross Montgomery en had ik een topwedstrijd nodig om dat te realiseren. Eigenlijk kom ik er de hele wedstrijd niet lekker in, maar ik vecht me wel de wedstrijd in. Op 0-1 check ik 132 en op 1-2 gaat 144 uit. Mijn vertrouwen groeit dan wel, zeker als ik een 12 darter gooi, afgesloten met een 138 checkout. In de leg erna kan ik helaas niet doordrukken, ook al krijg ik een pijl vanaf 110 om te winnen. Blijkbaar wordt de druk toch te veel (dure leermomenten dit weekend) en op 3-3 kan ik geen vuist meer maken. Dan is er nog een ontspappingsroute, namelijk de laatste 16 halen bij het lager gewaardeerde toernooi op zondag. De loting is niet heel lastig en op het moment dat de favoriet voor de sheet wordt uitgeschakeld, moet ik dat eigenlijk gewoon redden. Eigenlijk ben ik te veel met dat resultaat bezig en te weinig met gewoon pijlen naar het bord gooien. Ik mis in mijn eerste wedstrijd (tegen een goede, maar geen onoverkomelijke tegenstander) een karrevracht aan matchdarts en verlies met 3-2.

Zo eindigt het seizoen toch nog in mineur. Ik verwachtte niets, kreeg onverwachts toch nog de mogelijkheid om het seizoen een succes te maken, maar miste op de cruciale momenten de koelbloedigheid om wedstrijden af te maken. Dat loopt een beetje als een rode draad door het jaar heen en is zeker iets dat volgend jaar beter moet gaan. Mijn volgende toernooi zal Italië of Tsjechië zijn, in de loop van november.

Voor de tweede keer stond het Bruges Belfry Darts evenement op het programma, in het prachtige Brugge. Dit keer werd helaas niet in het historisch centrum gespeeld, maar in een sportzaal even daarbuiten. Op zaterdag lukte het me niet om ver te komen, mede door een lastige loting, maar met een plek bij de laatste 32 op het A-toernooi zondag, werd het een geslaagd weekend.

De deelnemersaantallen zijn nog niet heel hoog, maar net als vorig jaar werd er al vroeg in het toernooi een goed niveau gehaald. Het voordeel is dat je daardoor met een paar goede wedstrijden al relatief ver in het toernooi zit (zeker als je het vergelijkt met de Dutch of German Open). Het nadeel is dat je vanaf het begin al goed moet zijn. In het verleden had ik daar vaak moeite mee, zeker in vroege eerste rondes. Tegenwoordig lukt het me steeds beter om meteen goed in het toernooi te zitten. Wat daarbij helpt is dat er steeds vaker best of 7 gespeeld wordt, waardoor eerste legs iets minder belangrijk worden.

Omdat ik op zaterdag een bye had, moest ik enige tijd wachten op mijn eerste wedstrijd. De organisatie was prima dit weekend, maar het is wel lastig om geen indicatie te hebben van wanneer je volgende wedstrijd is. Er hing een prachtig scherm met wedstrijden die op dat moment gespeeld werden, maar misschien zou het ook handig zijn om een lijst met aankomende wedstrijden te hebben. Afijn, ik begon bij de laatste 128 tegen een prima spelende Nederlander. Omdat hij elke leg wel een mindere beurt heeft, kan ik hem in alle legs voor blijven. Op de dubbels laat ik weinig liggen en zodoende win ik met 4-0, hoewel die uitslag niet helemaal recht doet aan de verhoudingen die dag.

Bij de laatste 64 wacht de nummer 3 geplaatst, Willem Mandigers. De loting had dus beter gekund, maar mijn spel biedt wel ruimte voor optimisme. Ik begin goed en ondanks een 180-score van Mandigers haal ik de leg binnen in 14 darts. In de leg erna gooit hij opnieuw een maximum en hoewel ik druk kan zetten, houdt hij zijn eigen leg in 13 pijlen. In de derde krijg ik 3 pijlen om te houden, maar die gaan op het ijzer en dan moet ik in de achtervolging. Ik kan daarna terugbreken, omdat Mandigers zo vriendelijk is de nodige dubbels te missen. Leg 5 moet me dan weer op voorsprong brengen. Door een mindere wegzetbeurt word ik genoodzaakt 68 te finishen. Ik begin met een 5 en kies ervoor om via single bull en dubbel 19 te gaan. De dubbel 19 gaat er helaas net aan onder. Mandigers breekt me opnieuw en speelt daarna een sterke eigen leg om de partij binnen te halen.

Na een heerlijke Argentijnse steak duik ik mijn veel te hete bed in. Op zondag moet ik wel al vroeg beginnen en stroom ik ook een ronde eerder al in. Ik heb vandaag geen reden om te klagen over mijn loting in de eerste ronden. Tegen een onbekende Belg begin ik meteen met een 12-darter en kom al snel met 3-0 voor. Daarna wil die laatste dubbel er maar niet in. 3-0 wordt 3-2 en in de zesde leg komt hij nog akelig dichtbij, wanneer ik met mijn laatste pijl eindelijk dubbel 10 raak. Ook de tweede ronde speel ik tegen een Belg die niet heel veel indruk maakt. Ik ben nu een stuk beter bij de les en dit keer wordt het ‘gewoon’ 4-0. Daarmee bereik ik de laatste 64 en ben ik in ieder geval niet voor niks naar Brugge afgereisd.

Ik wil natuurlijk meer. Bij de laatste 64 speel ik tegen een landgenoot. Hij speelt erg sterk, hoewel ik nog nooit van hem gehoord had. Met name scorend is hij erg goed en de eerste twee legs worden gedeeld. Daarna ben ik de meer solide speler. Hij mist hier en daar een dubbel en ik weet goed te profiteren. Op 2-1 plaats ik een break, die hij niet meer te boven komt. Ik win de wedstrijd met 4-1 en kan me opmaken voor de laatste 32. Dat zal zijn tegen de Engelsman Daniel Day, die al enige tijd goed in vorm is. Voor het eerst dit weekend haal ik niet mijn niveau. Scorend kom ik niet mee en daarom kan ik geen druk op hem zetten. Day komt met 3-0 voor en dan gebeurt hem wat mij eerder vandaag overkwam; de laatste dubbel gaat er niet in. Ik kom nog terug tot 3-2 en dan wil ik nog wel even aanzetten om eventueel gelijk te kunnen maken. Helaas is ook Day weer bij de les en dit keer gooit hij meteen uit om de wedstrijd verdiend binnen te halen. Met een plek bij de laatste 32 pak ik wel 10 punten voor de ranking en zal ik een aantal plekken kunnen stijgen.

Terwijl het darten in Duitsland steeds populairder wordt, komen er ook op het Open Duitsland steeds meer deelnemers af. Het is inmiddels uitgegroeid tot een van de grootste toernooien op de kalender. Dit betekent dat er meer rondes gewonnen moeten worden om een goed resultaat mee naar huis te kunnen nemen, iets wat helaas nipt mislukte.

Sinds enige jaren is het koppeltoernooi verplaatst naar vrijdagavond, bedoeld als warm-up voor de singletoernooien op zaterdag en zondag. Een goede zaak, maar daardoor neemt de status van het koppeltoernooi enigszins af. Toch doe ik, als het even kan, graag mee, om vast een keer in de zaal geweest te zijn en wie weet zit er een mooi resultaat in. Dat ging dit keer prima, samen met teamgenoot Silko Visser. De eerste rondes kwamen we zonder veel moeite door en pas bij de laatste 16 kregen we serieuzere tegenstand. Ons vizier stond de hele avond al op scherp en omdat we elke leg een nipte voorsprong hadden, wonnen we met 3-0 en plaatsten ons voor de kwartfinale. Dat zou het eindstation zijn. We beginnen goed, maar verzuimen een 2-0 voorsprong te nemen. Dit zou ons uiteindelijk opbreken. We komen 2-1 achter (de wedstrijden zijn nog steeds 501 best of 5, een behoorlijk kort format), maar winnen wel de vierde leg. In de beslissende leg lijken we wedstrijdpijlen te gaan krijgen, maar met 6 pijlen vanaf 116 missen we tweemaal het grote vlak. De opponenten finishen wel en zo zit de avond erop.

Op zaterdag wordt een A-toernooi gespeeld, wat inhoud dat ik in eerste instantie mik op een plek bij de laatste 64, om zodoende wat punten te kunnen verzamelen. Ik begin goed aan de dag, met een makkelijke overwinning. In de derde ronde wacht een jonge, getalenteerde Deen. Scorend gooit deze jongen zeer goed, maar op de finishes weet ik hem pijn te doen. Een 117-check voor een break doet hem de das om, waarna ik verder weg loop en uiteindelijk (geflatteerd) met 4-1 win. In de bordfinale wacht WK-ganger Chris Landman. Waar ik vorig jaar in Antwerpen nog van hem wist te winnen, zat een stunt er nu geen moment in. Landman speelt uitstekend en ik haal niet mijn beste niveau en dan staat er al snel 4-0 op het bord.

De dag erna zijn er nieuwe kansen. Een bekende ‘ziekte‘ in het Duitse lotingsalgoritme is dat er op beide toernooidagen een vrijwel identieke loting uit de bus komt, vaak alleen met een andere geplaatste speler in de sheet. Ditmaal moet ik mijn eerste wedstrijd al tegen dezelfde Deen als gisteren. Het begin van de wedstrijd verloopt hetzelfde als de vorige. Ik check 97 om mijn eigen leg te houden. Daarna gooit hij een prima leg, maar omdat ik een 12-darter gooi, kan ik breken. Met weer een snelle finish win ik mijn eigen leg en zo lijkt het ook deze keer een grote uitslag te worden. Dat lukt echter niet, als ik in de leg erna een pijl mis om de partij in het slot te gooien. De tegenstander profiteert. Vervolgens lukt het me, ondanks kansen, niet mijn eigen leg te winnen. Na de zesde leg staat het zelfs 3-3 en dus moet ik mijn eigen leg nu houden om door te komen. Dat lukt net aan, net voordat hij wedstrijdpijlen krijgt. De wedstrijd erna kom ik wat eenvoudiger door. Ik speel goed, met name in het begin en dat is genoeg om met 4-0 te winnen.

De bordfinale is opnieuw tegen een Nederlandse WK-speler, dit keer Derk Telnekes. Ongeacht het resultaat wil ik dit keer in ieder geval een goede wedstrijd neerzetten. Dat lukt aardig, want ik win de bull en houd mijn eigen leg. Hij doet dat ook en zo zou het deze wedstrijd steeds dicht bij elkaar blijven. Ik houd opnieuw en in leg 4 neem ik het initiatief. Telnekes kan echter steeds zeer goed wegzetten, door voortdurend hoog te scoren als hij tussen de 150 en 200 staat. Zo kan hij alsnog 2-2 maken. Daarna is het weer mijn beurt, maar dit keer mis ik de dubbels en word ik gebroken. In de zesde leg geef ik nog eens gas en met een 78-finish dwing ik toch nog een zevende leg af. Daarin begin ik uitstekend, want na 3 beurten sta ik op 167. Met een matige beurt kom ik op 123, maar omdat Telnekes nog niet op een finish staat, kan ik die gewoon wegzetten op 32. Ook dit keer zet hij enorm veel druk, door dubbel 18 over te laten. Die druk wordt me blijkbaar te veel, want ik mis 3 pijlen. Hij doet dat niet en zo sta ik met lege handen, maar wel met een beter gevoel dan gisteren.

Het was een toernooi waar ik erg naar had uitgekeken; voor het eerst zou het West-Fries Open een internationaal geranked toernooi zijn. Het evenement wordt praktisch in mijn achtertuin gehouden en dus zou het een mooie kans zijn om in mijn eigen omgeving te laten zien wat ik kon. Het liep echter totaal anders.

Op zaterdagavond zou er begonnen worden met het koppeltoernooi. Ik speelde samen met Wesley Harms, een van de beste darters van Nederland en daarom zouden we een goede kans maken om ver te komen. Op vrijdagavond werd ik echter uit het niets doodziek. Voor de grafisch ingestelde lezers zal ik de details besparen, maar het komt erop neer dat er niets binnen bleef en dat ik hoge koorts had. Daarnaast had ik ’s nachts geen oog dicht gedaan. Zaterdag in de loop van de dag besloot ik toch te gaan spelen, maar dat was eigenlijk een beetje tegen beter weten in.

Ook de loting zat niet mee. We zouden geen kans krijgen om rustig erin te komen, want met Conan Whitehead en Ritchie Edwards troffen we meteen twee toppers van de overkant van het kanaal. In de eerste leg laten ze zich meteen gelden, door hun 701 punten in 18 pijlen weg te poetsen. De leg erna gooien ze minder. Wij nemen een beetje afstand, door elke beurt een triple te raken. We krijgen twee volle beurten om gelijk te maken, maar maken daar geen gebruik van. Cruciale missers, zo zal blijken. Vanaf een 2-0 achterstand vechten we ons wel terug. We houden onze eigen leg om de aansluiting te vinden en in de leg erna breken we terug. Die leg ging gelijk op, maar op 260 gooi ik 180 en Wesley poetst de overige 80 punten weg. In de laatste leg krijgen we echter een 19-darter tegen, waardoor de eerder gemiste dubbels extra zuur zijn. Ik kan gelukkig wel op tijd naar bed, in de hoop de ochtend erna wat fitter te zijn.

Ik ben de dag erna wel iets fitter, maar verre van beter. Elk ander toernooi zou ik afgezegd hebben, maar omdat er punten te verdienen zijn, wil ik kijken waar het schip strandt. Daar komt bij dat ik voor het eerst in mijn loopbaan een geplaatste status heb gekregen. Dat is natuurlijk best een mooie mijlpaal en dat moet er normaal gesproken voor zorgen dat ik een paar rondes relatief eenvoudig door kan komen. In de eerste partij klopt dat. Ik begin goed, met een paar sterke scores. Mijn tegenstander is dermate onder de indruk dat hij niet veel meer gooit en zonder enige moeite win ik met 4-0. De ronde erna moet ik tegen mijn teammaatje Sjors Kolvers. Ik weet niet wie er verantwoordelijk is voor de loting, maar dit is de derde keer dat we elkaar op een internationaal toernooi in de eerste of tweede wedstrijd treffen. Sjors begint goed en check 144 en 102. Ik zet hier weinig tegenover. Ik pep mezelf nog een keer op, om er toch nog wat van te maken en met pijn en moeite win ik twee legs. Daarna gaat het langzaam beter en ik breek zelfs om 3-2 voor te komen. In de zesde leg kom ik op 80 voor de winst, maar door een fout krijg ik geen pijl op een dubbel. Sjors gooit 100 uit en wint hierna ook de laatste leg. Ik ben er letterlijk en figuurlijk doodziek van.

 

Na de lange dag gisteren bij de koppels, was het zaterdag tijd voor de singles. We wisten de verleiding te weerstaan om het al te laat te maken, om zodoende topfit aan de start te verschijnen. Nu zijn de Dutch Open en ik nooit echt vrienden geweest. In eerdere jaren had ik altijd óf een slechte loting, óf speelde ik zelf slecht. Vorig jaar kwam daar verandering in, toen ik kwalificatie voor de zondag net aan misliep. Ook dit jaar kwam ik dichtbij, maar moest ik opnieuw één ronde voor het einde buigen.

Net als gisteren, hoefde ik niet overdreven vroeg te beginnen, dus dat scheelt altijd weer. De eerste ronde werd een vervelende wedstrijd tegen een dronken Engelsman. Hij was luidruchtig, liep aan de verkeerde kant weg en tikte net iets te vaak ‘per ongeluk’ tegen me aan als ik aan het gooien was. Hij gooide matig, maar pakte een leg en kreeg zelfs, na opeens een goede leg, een kans voor 2-2. Net op tijd ben ik bij de les en maak ik 3-1. De rondes erna ga ik beter spelen, zonder dat het echt goed gaat. Ik pak m’n scores en zorg dat ik voldoende ruimte op de dubbels krijg. Dat is voldoende om de tweede ronde met 3-1 en de derde met 3-0 te winnen.

Daarna wordt het lastiger. Mijn tegenstander in de vierde wedstrijd speelt prima en komt op voorsprong. In de legs erna kom ik hier en daar goed weg. Scorend zijn we gelijkwaardig, maar hij mist dubbels, zeker wanneer ik wat druk zet. Nadat ik op 1-1 gekomen ben, kan ik doorpakken en met snelle checks win ik met 3-1. Dan zit ik al in de sheetfinale, tegen Nick Crouwel, een goede speler uit Groningen. Ik ben inmiddels goed bij de les en vooral mijn scores worden steeds beter. Vrij eenvoudig win ik mijn eigen leg. Op zijn leg kan ik vervolgens wel wat druk zetten, maar niet voldoende om te breken. Ook in de leg erna kom ik niet in de problemen en daarna blijf ik opnieuw lang bij. Ik krijg zelfs pijlen om te winnen, maar ik mis en Nick maakt gelijk. De vijfde leg moet dan beslissing gaan brengen en deze kan alle kanten op. Ik mis weer enkele wedstrijdpijlen, maar zie vervolgens tot mijn verbazing hoe hij dat ook doet. Uiteindelijk redt dubbel 7 me en win ik mijn sheet.

Dan moet ik nog één wedstrijd winnen om me te kwalificeren voor de zondag en, ook belangrijk, punten op te pakken voor de ranking. Dat zou dan moeten gebeuren tegen de ervaren Schot Ross Montgomery. Hij speelde zijn eerdere wedstrijden op de tv banen, maar deze wedstrijd zou gewoon op de vloer afgewerkt worden. Ik win het bullen (bij de derde keer) en heb dus het voordeel een eventuele vijfde leg te mogen beginnen. Ik ga zeer sterk van start en Montgomery kan niet bijblijven. Ik gooi dubbel 12 en dubbel 6 aan de binnenkant en moet dan in mijn volgende beurt het afmaken op dubbel 3. Dat lukt tot twee keer toe echter niet en de Schot straft dit uiteindelijk af. In het verleden liet ik dan nog weleens mij koppie hangen en zou ik zeker met 3-0 verloren hebben, maar ik recht de rug en breek terug om op 1-1 te komen. In leg 3 ga ik opnieuw goed van start en heb ik wederom een voorsprong. Het wegzetten is echter matig en met een 60-score kom ik op 81 uit. Montgomery zet nog even aan en komt op 78. Ik mis 81 nipt en hij gooit de 78 in het hoekje van tops. Deze doet meer pijn dan de eerste leg. Montgomery start vervolgens met 180. Ik antwoord nog met 100, maar in de beurten erna loopt hij verder weg. Hij maakt geen fout op de dubbel en zo eindigt het voor mij, net als vorig jaar, in de zesde ronde.