Begin augustus was het tijd om voor de derde keer dit jaar af te reizen naar Milton Keynes voor een weekend van Challenge Tour toernooien. Waar ik de eerste twee keren zo nu en dan goede resultaten wist te boeken, bleef het dit keer bij een succesje op de laatste speeldag.

Het eerste toernooi begon met een relatief makkelijke overwinning op Engelsman David Farmer. Daarna ging het echter mis tegen de jonge Jack Main. Hoewel ik op voorsprong kom, is de Engelsman met een goede eindsprint toch nipt te sterk. ’s Middags is het toernooi ook te snel voorbij. In een wedstrijd met de nodige gemist kansen, verlies ik met 5-2 van Ashley Coleman.

Ik heb dan nog drie kansen op een goed resultaat dit weekend. Mijn spel is niet slecht, maar het lukt me niet om wedstrijden over de streep te trekken dit weekend. Helaas zou dat ook op de tweede dag het geval zijn. Tegen Jim McEwan gooi ik 87 gemiddeld, maar lukt het me niet om voldoende druk te zetten om echte kansen op de overwinning te krijgen. Later op de dag volgt mijn enige echt slechte wedstrijd van het weekend. Tegen de Schot Nelson valt er werkelijk niets mijn kant op. Met een matig gemiddelde van 75 verlies ik deze wedstrijd onnodig met 5-2.

De laatste kans om toch nog wat van het weekend te maken pak ik gelukkig. Met een gemiddelde van dik in de 90 win ik met 5-0 van de Duitser Keine. Daarna volgt een 5-1 overwinning op de bekende speler Prakesh Jiwa. De statistieken van deze wedstrijd zijn behoorlijk matig, maar doen niet helemaal recht aan hoe close de eerste paar legs waren. De dag eindigt tegen een geweldige Stefan Bellmont, die twee 12-darters en een 13-darter noteert. Ik gooi niet eens slecht (ook al suggereert mijn gemiddelde iets anders), maar had veel pijlen op het ijzer van de triples.

Zo eindigt het weekend een beetje positief, maar al met al is het te weinig om echt van een succes te kunnen spreken. Over twee maanden is er een herkansing in Wigan.

Het is voor veel ambitieuze darters het belangrijkste evenement van het jaar; de strijd om de PDC Tourkaarten tijdens Q School. Gevreesd door gevallen toppers, gehaat door spelers die het steeds net niet redden en geliefd door managers op zoek naar nieuw talent. Persoonlijk lukte het me niet om een van de gewilde kaarten te bemachtigen. Niettemin kon ik tevreden naar huis terugkeren.

In een ondergesneeuwd Niedernhausen begon de jacht op het kleinood in fase 1B. Vanwege de coronapandemie was het deelnemersveld in twee helften verdeeld. De beste spelers per fase zouden doorstromen naar fase 2, waar ook spelers instroomden die hun Tourkaart zojuist hadden verloren en de topspelers van de Challenge Tour en Development Tour. Een paar overwinningen zou al voldoende zijn, maar ik maakte het mezelf niet makkelijk.

Op de eerste dag won ik mijn openingswedstrijd redelijk eenvoudig. De ronde erna speelde ik erg matig en verloor ik van de Pool Szaganski, die later in de week een Tourkaart zou halen. Op de tweede dag verloor ik mijn eerste wedstrijd van Max de Jong, waardoor alles van de slotdag zou afhangen. Op de derde dag ging ik iets beter spelen en dat was voldoende voor het winnen van twee wedstrijden en daarmee zette ik mezelf op het nippertje hoog genoeg op de ranking om naar fase 2 te gaan.

In fase 2 begon het echte werk pas, want vanaf nu zouden alle dagwinnaars een Tourkaart krijgen en konden er punten voor de eindranking verdiend worden. Elke wedstrijd zou een zware worden en dat bewijst de eerste dag meteen; met Christian Kist tref ik een voormalig Lakeside wereldkampioen en Tourkaarthouder. Ik begin goed, maar ‘vergeet’ de eerste twee legs te winnen. Beide keren krijg ik twee pijlen vanaf 60. Pas bij een 4-0 achterstand weet ik legs te winnen. Met prima legs in 16, 17 en 13 darts kom ik terug in de wedstrijd. Een 14 darter van Kist op 5-3 is me echter te machtig. Het was eigenlijk pas mijn eerste goede wedstrijd van de week en dat smaakte naar meer.

Dat kwam de dag erna, in een spannende en wisselvallige wedstrijd tegen de Portugees José Marquês. Ik kom wederom onnodig op achterstand, met 2-0 en 4-2. De legs die ik win zijn prima, maar ik blijf in andere legs te ver achter. Ik vecht me terug, maar moet wel hier en daar aan matchdart overleven. Bij een 5-4 achterstand gooi ik 87 en 83 uit om de wedstrijd toch naar me toe te trekken. In de ronde erna kom ik wederom met 2-0 achter, ditmaal tegen de Duitser Steffen Siepmann. Dit keer breek ik meteen terug en maak ik 2-2. Een gemiste 12 darter op de bull blijft me hierna iets te lang achtervolgen. Tegen de tijd dat ik weer bij de les ben is het al te laat en verlies ik, in wat mijn beste wedstrijd van de week tot dan toe is, met 6-2. Mijn vriend en kamergenoot Brian Raman zou vandaag de dagwinst halen en verzekert zich zodoende van 2 jaar op het profcircuit.

Op dag drie van de final stage loot ik meervoudig WK-deelnemer Karel Sedlacek uit Tsjechië. We gaan de hele wedstrijd gelijk op. Er zijn veel legs die beide kanten op kunnen gaan, maar we houden elkaar prima in evenwicht. Op 4-4 plaats ik een break, maar die kan ik niet verzilveren. Op 5-5 kom ik net tekort om dat nog eens te doen en zodoende lijdt ik een nipte nederlaag.

Ik had het beste voor het laatst bewaard. Dag vier van de tweede fase en de zevende dag darts op rij tijdens deze marathonweek bracht me wat geluk met de loting. Ik had een bye in de eerste ronde en moest daarna tegen Mario Schulze niet tegen een hoogvlieger. Ik begin uitstekend met legs in 13 en 14 darts. Ik laat daarna de teugels iets te veel vieren, maar met een 15 darter kom ik op 4-2. Daarna is het verzet gebroken en win ik met 6-2. De volgende ronde is al de laatste 32, tegen de Duitser Lukas Wenig. Die heeft op dat moment nog maar 1 overwinning nodig om zijn Tourkaart te halen. Het werd een mooie wedstrijd, die beide kanten op had gekund. Bij een 4-3 achterstand kom ik echt op stoom. Ik win 3 van de laatste 4 legs, met onder andere legs in 13 en 15 darts. Wenig werd tegen het einde van de wedstrijd minder scherp, vermoedelijk begon de spanning hem toch op te breken.

Net als op de eerste dag, eindigt ook de laatste met een wedstrijd tegen een Pool die uiteindelijk een Tourkaart zou bemachtigen: Krzysztof Kciuk speelt een fantastische partij. Ikzelf tot de laatste twee legs ook trouwens. Een groot aantal legs spelen we boven de 100 gemiddeld. Ik kom met 4-0 achter, hoewel ik nauwelijk iets verkeerd doe. Via legs in 14 en 13 darts doe ik nog iets terug, maar daarna ben ik er echt aan voor de moeite. Door de matige legs op het eind kom ik nog uit op iets boven de 87 gemiddeld. Kciuk gooit ruim 96.

Daarmee eindigt voor mij de Q School van 2022. Het was een zware week, waarin mijn niveau elke dag een beetje hoger werd. Dat biedt vertrouwen voor de toekomst en dat is nodig ook: een week later staan de eerste Challenge Tours al op het programma.

Na wat een eindeloze pauze leek, werd eindelijk de Challenge Tour afgemaakt. Waar dit van origine een vangnet was voor spelers die geen tourkaart behaalden op de PDC Q School, begint het steeds meer een volwaardig circuit te worden. Zeker nu binnen de WDF alles vooralsnog afgelast is, is de Challenge Tour de enige manier om internationaal actief te blijven. Dus waar ik begin dit jaar nog met frisse tegenzin aan de eerste vier evenementen deelnam, keek ik nu uit naar de hervatting.

Het evenement werd gespeeld vlakbij het stadion van de plaatselijke voetbalclub

Maar liefst zes toernooien zouden er gespeeld worden in Barnsley. Oorspronkelijk zouden er vier toernooien per weekend gehouden worden, maar om het totaal aantal toernooien deze cyclus op tien te brengen, werden er twee extra ingepland. Met ruim 200 (zeer sterke) deelnemers zou het een hele krachttoer worden om me erdoorheen te werken. Uiteindelijk lukte het me twee keer om in het prijzengeld terecht te komen, sneuvelde ik drie keer in de eerste ronde en kwam ik een keer net te kort, ondanks een van de hoogste toernooigemiddelden.

Op vrijdagochtend zat de loting een beetje mee. In de eerste twee ronden trof ik spelers die óf hun dag niet hadden, óf het niveau gewoon niet aan konden. In een goede en een iets mindere wedstrijd zet ik twee keer 5-0 op het scorebord. Hoewel het slechts 50 pond is, ben ik hiermee toch verzekerd van een plek op de ranking, wat vorige keer niet gelukt was. Daar zou het voor nu bij blijven. In mijn derde ronde speel ik redelijk, maar niet goed genoeg om echt potten te kunnen breken. De 5-1 nederlaag is terecht, maar wel geflatteerd.

Diezelfde conclusie viel te trekken na de twee volgende toernooien. Beide keren ging ik er behoorlijk hard vanaf (5-1 en 5-0), maar toch zat ik qua niveau dicht in de buurt van mijn tegenstanders. Op zaterdagochtend tegen Justin Hood (kwartfinalist eerder dit jaar op het BDO WK), sta ik alle legs onder de 100 op het moment dat hij uit gaat. Toch kom ik elke leg dus 1 of 2 pijlen te kort. Het biedt wel aanknopingspunten voor de rest van het weekend.

Die avond zou ik het mijn beste spel van het weekend laten zien. In de eerste ronde win ik met 5-0, met onder meer een 15, 14 en 12 darter, een 121 checkout voor de wedstrijd en een gemiddelde van 95,1. De volgende wedstrijd begon ik matig en gooit mijn tegenstander meteen een 14-darter. Hierna houd ik mijn eigen legs in 14, 15 en 14 darts, maar kan ik tussendoor steeds net niet breken. Op 3-3 lukt dat me eindelijk wel en dus ben ik 1 leg verwijderd van de overwinning. De twee legs erna ben ik net niet in 15 pijlen uit en moet ik toezien hoe dat beide keren net te kort is. Met een gemiddelde van 92,4 verlies ik deze wedstrijd alsnog. De volgende dag blijkt zelfs dat ik dit toernooi op plek 3 van hoogste toernooigemiddelden ben gekomen. Het vervelende is dat het me welgeteld 0 pond opleverde (maar wel een goed gevoel).

Deze derde plaats levert me behalve een goed gevoel helaas niets op

Op zondagochtend was het precies andersom. Ik speelde een stuk minder goed, maar kwam wel mijn wedstrijden door. Eerst kom ik na een 2-0 voorsprong totaal onnodig met 4-2 achter. Daarna stel ik orde op zaken en gooi ik op 4-4 een keurige 15-darter. Ook de wedstrijd erna maak ik het mezelf veel te moeilijk. Na een vroege voorsprong lever ik weer een aantal legs op rij in en sta ik met 4-2 achter. Ik kom wederom terug en op 4-4 red ik me uit de problemen met een 92-finish via single 20 en twee keer dubbel 18.

De wedstrijd erna ga ik wel beter spelen, maar gemiste dubbels breken me nu op. Ik kom met 2-0 voor, maar kan het goede niveau niet meer vasthouden. Op 3-4 krijg ik toch nog een kans om er opnieuw een beslissende leg uit te slepen, maar dit keer mislukt dat. Toch pak ik met een plek bij de laatste 64 weer 50 pond voor de ranking mee.

Daarna is het eigenlijk wel op voor het weekend en speel ik voor mijn gevoel mijn enige echte slechte partij van het weekend. Tegen de Braziliaan Portela kom ik (onverdiend) op voorsprong. Daarna ga ik zowaar beter spelen, maar verzuim ik mijn kansen te pakken. Met 3-5 is ook dit laatste toernooi ten einde. Ik eindig de ranking op een teleurstellende plek 143.

Dat laatste neemt niet weg dat ik dit weekend voor mijn gevoel wel echt stappen vooruit heb gezet. Voor het eerst voelde ik dat ik mij kon meten met deze spelers. Dit was mijn eerste echte (voor zover je van een echt seizoen kon spreken) jaar bij de PDC en dat is natuurlijk wel waar ik in de toekomst terecht wil komen. In januari zal ik mijn wederom op Q School melden en daarna is het van vele factoren afhankelijk hoe de rest van het komende jaar eruit gaat zien. Het is behoorlijk vervelend dat ik geen controle heb over een aantal van die factoren: hoe gaat het verder met de WDF en corona? Dat zijn echter zorgen voor later. Eerst dit weekend maar eens laten bezinken en daarna terug naar het trainingsbord!

Goed, technisch gezien waren het niet helemaal mijn eerste wedstrijden op de PDC Tour. Ik had in 2010 al eens twee Player’s Championships gespeeld en later nog een aantal keren meegedaan aan WK en Euro Tour qualifiers. Toch was dit voor mijn gevoel de eerste keer dat ik een serieuze poging ging wagen om toe te treden tot de elite van de sport. De mannen (en sinds kort enkele dames) die week in, week uit de wereld over reizen om hun positie op de Order of Merit velig te stellen. Eind januari deed ik mee aan Q School. De week erna volgden de eerste Challenge Tours. Hoewel ik al niet op al te veel succes rekende, viel het behoorlijk tegen.

Bij het stadion van Wigan Athletic. Niet mijn beste foto

Ik zoek al jaren naar het juiste moment om de overstap te wagen. Tot vrij recent was het nooit een echte optie, omdat de BDO toen nog schorsingen uitdeelde aan Q School-deelnemers. Als je daar dan niet doorheen kwam, bleef alleen de Challenge Tour (CT) over en dat was gewoon te weinig. Daarnaast, als je bij de BDO al meerommelt in de marge, wat heeft het dan voor zin om het een niveau hoger te proberen?

Nu heb ik mezelf de laatste jaren behoorlijk verbeterd en zie ik spelers die ik kan verslaan tourkaarten (die op het spel staan tijdens de Q School en nodig zijn om deel te mogen nemen aan de meeste PDC evenementen) winnen. Dus ook al zou het een heel kleine zijn, er was een kans aanwezig dat ik het zou halen. Misschien, als alles meezat, of als ik vier dagen lang stabiel kon presteren.

Het moeilijkste bij het plannen van mijn agenda de laatste jaren is het balanceren van gezin, werk, financiën en darten. Er moet voldoende geld zijn om het huishouden draaiende te houden en ik wil ook mijn kinderen zien opgroeien. Ik zal jullie de details besparen, maar eigenlijk kwam het hierop neer: ik kon beter nog twee jaar wachten, tot beide kinderen op school zitten. Als ik nu een tourkaart had gewonnen, had ik (veel) minder moeten gaan werken en dat had ik me eigenlijk nog niet kunnen veroorloven.

Desondanks ben ik gegaan, om drie redenen. Ten eerste wilde ik vast ervaring op kunnen doen op het PDC circuit. Als ik er daadwerkelijk over twee jaar helemaal klaar voor zou zijn, zou het goed zijn om alvast meegemaakt te hebben hoe zo’n Q School in zijn werk gaat en wat te verwachten. Verder wordt de CT steeds aantrekkelijker. Er worden elk jaar meer toernooien gespeeld. Bovendien zou ik in het begin de CT kunnen spelen naast de BDO tour en op basis van mijn positie kunnen kiezen waar verder te gaan. Tot slot, de belangrijkste reden, de puinhoop bij de BDO. Niet voor niks waren de deelnemersaantallen op Q School hoger dan ooit. Het is onduidelijk of er komend seizoen nog wel tv-toernooien zijn om voor te spelen. De WDF zegt met alternatieve toernooien te komen, maar dat moet eerst nog maar eens bekend worden.

Oftewel, het was eerder een vlucht van de BDO, dan een bewuste keuze voor de PDC. Dat is eigenlijk geen goede motivatie om een dergelijke keuze te maken en ik denk dat dat voor een aanzienlijk deel heeft bijgedragen aan mijn matige prestaties. Overigens vond ik het ook teleurstellend dat er tijdens de toernooien, wanneer het verboden is om bij de wedstrijdbanen in te gooien, zo weinig ingooiruimte beschikbaar is. Ik had dat beter verwacht van een professionele bond.

Welnu, terug naar het dartbord. Dat is in ieder geval het gedeelte waar ik zelf invloed op heb. De eerste dag Q School (een donderdag) begon wel redelijk. In een goede partij versla ik de Duitser Patrick Plötz en ik ga met vertrouwen mijn tweede wedstrijd in. Tegen de Zwitser Marcel Gugger spelen gemiste dubbels mij echter parten. Scorend ben ik voor mijn gevoel iets beter, maar toch verlies ik met 1-5. Een domper, zo vroeg in het toernooi.

De dagen erna werd het niet veel beter. Op vrijdag won ik mijn eerste partij nog redelijk eenvoudig. Vervolgens verloor ik nipt van de Duitser Franz Roetzsch. Dit was wel een goede wedstrijd, maar hij was net iets stabieler. Zaterdag speel ik tegen de ervaren Kroaat Dragutin Pecnjak. Deze wedstrijd schommelde heen en weer en een aantal gemiste matchdarts kwam me in de negende leg duur te staan: 4-5.

Op zondag wist ik dat de kans op een tourkaart nu wel heel klein geworden was. Ik zou proberen er nog een dag het beste van te maken. Het lot had besloten dat ik de eerste ronde moest spelen tegen mijn vriend en reisgenoot Anoop Ramdajal. Anoop heeft na een ongeluk al enige tijd last van zijn nek. Daar was in de beginfase alleen niet zo veel van te merken. Hij begint goed en ik mis hier en daar een paar dubbels, waardoor we tot 3-3 gelijk op gaan. Ik zet wel een eindsprint in en wanneer de dubbels ook wat sneller gaan vallen, trek ik de partij met 5-3 naar me toe.

De wedstrijden erna zijn zo nu en dan wisselvallig, maar het lukt me wel om steeds op tijd bij de les te zijn en toe te slaan. Overwinningen Op Michele Turetta uit Italië en de Duitser Andreas Gradert zorgen ervoor dat ik vandaag mijn bord win. Daarna is het snel (letterlijk en figuurlijk) voorbij. Tegen een ontketende Derk Telnekes kom ik geen moment in de wedstrijd en ga ik er met 5-0 af. Daarmee eindigt mijn eerste en waarschijnlijk niet laatste Q School.

Onder het mom van “wie A zegt, moet ook B zeggen” reisde ik een week later af naar Wigan voor de eerste Challenge Tours van het seizoen. Ik hoopte misschien een paar goede runs te kunnen maken, om een mooie positie op de ranking te verwerven. Mijn zelfvertrouwen kreeg echter vroeg in het weekend al een knauw, toen ik zag dat ik niet de juiste schoenen mee had genomen. Zoals met de meeste dingen in het darten, is zoiets voor 90% een mentaal probleem, maar het kostte me ook echt wel even tijd om aan andere schoenen te wennen. Ik was al lang blij dat ze zwart waren en ik er gewoon op mocht spelen.

Het hoogtepunt van het weekend is een plaats op het lijstje hoogste gemiddelden van CT1

De eerste wedstrijd van het weekend zou direct het hoogtepunt worden. Ik speel tegen de Spaanse PDC WK-deelnemer Jose Justicia. Ik ga geweldig van start, maar mis twee darts op de dubbel, waardoor ik alsnog achter kom. Ik vecht me echter direct terug en drie legs later staan we op 2-2. Ik lijk geen triple meer te kunnen missen en nu ook de dubbels vallen loop ik uit naar 4-2. De leg erna mis ik mijn eerste matchdarts, maar een beurt later pak ik de winst. Het blijkt met 99,9 mijn hoogste geregistreerde gemiddelde ooit. En dat op de verkeerde schoenen…

Daarna zou er met Andrew Gilding opnieuw geen misselijke tegenstander op me staan te wachten. De Engelsman begint een stuk beter dan ik en al snel kijk ik, ietwat onnodig, tegen een 3-0 achterstand aan. Voor mijn gevoel sta ik eigenlijk helemaal niet zo slecht te spelen en ik houd vertrouwen in een goede afloop. Langzaam voel ik dat ik terug in de wedstrijd kom, maar op 4-2 achter gooit Gilding een fantastische leg waarop ik het antwoord schuldig moet blijven.

Over de rest van het weekend kan ik eigenlijk kort zijn: het was niet best. Ik moet nog wennen aan het spelen van meerdere toernooien op een dag en daar de juiste voorbereiding op te treffen. Het niveau van de rest van het veld is gewoon te hoog om tijdens het toernooi erin te kunnen komen. Zaterdagavond verlies ik van Jack Neary. Op zondag win ik mijn eerste ronde nog van de Griek Veniamin Symeonidis (5-4), maar daarna volgt een absolute flutpartij tegen Thomas Lovely (3-5). Het laatste toernooi van het weekend en voorlopig even mijn laatste in de PDC, eindigt met een nederlaag tegen Dean Owen (2-5).

Dan verdient mijn vriend Jitse van der Wal vanaf deze plaats nog eens mijn complimenten en felicitaties. Hij wint het vierde evenement van het weekend. Een geweldige prestatie.

De conclusie van deze weekenden is, behalve dat mijn algehele niveau omhoog moet, dat ik een stuk constanter een hoog niveau moet weten te halen, om serieus mee te kunnen doen in dit circuit. Bij de BDO kom je nog weg met af en toe een mindere partij of een paar matige legs, maar hier moet het gewoon consequent goed zijn. Ik moet gaan werken aan mijn voorbereiding (wat lastig is, omdat de ingooiruimte tot nu toe steeds erg beperkt is) en mentale weerbaarheid. Als dat lukt, zijn deze twee min of meer verloren weekenden straks toch niet voor niks geweest. Maar nu eerst op naar de Dutch Open.