Opleving zorgt voor succes in Slowakije
In een weekend met twee gezichten heb ik een prima resultaat behaald in Samorin, Slowakije. Na op vrijdag vroeg uitgeschakeld te zijn met belabberd spel, vocht ik me zaterdag door een moeilijke wedstrijd heen, waarna ik op de drempel van de kwartfinale strandde; na een overwinning op Scott Mitchell verloor ik nipt van Ross Montgomery.
Vorm is, voor zover het al bestaat, een ongrijpbaar begrip. De ene week is het er en de andere kan het zo weer weg zijn. Ik was al een tijdje behoorlijk in vorm, ook al ging de Dutch Open iets minder. De competitiewedstrijd van vorige week ging prima, dus ik verwachtte dat door te kunnen zetten. Het hielp natuurlijk niet mee dat ik al twee weken last had van een bijholteontsteking, maar tijdens het darten had ik daar niet veel last van gehad. Het vliegen was wel erg onprettig.
Op vrijdagavond werd direct al de Slovak Masters gespeeld, een B-toernooi. De eerste twee ronden kwam ik makkelijk door, zonder goed te spelen. Ook het goede gevoel wilde maar niet komen. Dit zou me in de derde ronde fataal worden. Tegen een redelijke tegenstander, weet ik in het begin van de wedstrijd niet het verschil te maken. Ik hoor deze wedstrijd eigenlijk zonder al te veel moeite te winnen, maar omdat ik steeds wisselvalliger ga spelen, geef ik het uiteindelijk met 3-4 uit handen. Vooral de manier waarop ik speelde bood weinig vertrouwen voor de dag erna.
Op zaterdagochtend ging het Slovak Open van start. Hoewel ik opnieuw niet heel sterk begin, is het gevoel nu al een stukje beter. De eerste ronde kom ik snel door. Daarna wacht er een Tsjechisch international. Ik had hem in de ronde ervoor al zien spelen en was op mijn hoede. Hij scoorde goed, maar ik was iets beter. Omdat ik een volle beurt mis op de dubbels, breekt hij me. Ik breek terug, waarna er opnieuw hetzelfde gebeurt; ik mis drie pijlen, hij breekt mij en ik breek terug. Ik wil nu bij hem weglopen, maar hij gaat nu beter scoren en breekt me wederom. In de leg erna krijgt hij een wedstrijdpijl vanaf 130. Die gaat er gelukkig niet in en ik check 72 om een beslissende leg af te dwingen. Daarin speel ik goed en eindelijk gaat de dubbel er een keer snel in en trek ik toch aan het langste eind.
De wedstrijd erna is tegen Mike Warburton uit Wales. Ik kende de man niet, maar hij bleek vorig jaar het Welsh Open te hebben gewonnen, dus dan kun je er wel wat van. In het begin van de partij was hij ook de betere. In mijn eigen legs kon ik eraan blijven hangen om in de wedstrijd te blijven en tot 2-2 bij te blijven. Daarna kantelde het. Hij ging iets minder goed scoren en ik kreeg wat meer vertrouwen. Ik dwong een kans af in zijn leg en pakte die. In mijn eigen leg kwam ik vervolgens niet meer in de problemen, ook al duurde het even voor de laatste dubbel gevonden werd. De opluchting is groot, nu ik zeker weet niet helemaal met lege handen naar huis te gaan. Hierna wachtte er een Oostenrijker waarvan ik me al snel afvroeg hoe hij erin geslaagd was vier wedstrijden te winnen. Afijn, het mag ook weleens mee zitten en zonder al te veel inspanning kwam ik ook deze wedstrijd (4-1) door.
Nu de druk er een beetje af is, krijg ik de kans om mijn beste spel te laten zien. Bij de laatste 32 wachtte een wedstrijd tegen Scott Mitchell, de wereldkampioen van 2015. De eerste leg gaat rap zijn kant op, maar vanaf leg twee doe ik helemaal mee. Ik open 180, 140, 140 en finish uiteindelijk in 13 darts om te laten zien dat ik er ben. De volgende drie legs gaan opnieuw met de darts mee, ook al kom ik steeds een beetje dichterbij in zijn legs. Leg zes lijkt de kant van de Engelsman op te gaan, maar vier wedstrijdpijlen zijn niet aan hem besteed. Ik maak gelijk en neem me voor om nog een keer alles op alles te zetten voor een break. Meestal is dit het punt waarop ik een of twee mindere beurten gooi en dat uiteindelijk afgestraft wordt. Tot mijn eigen verrassing gebeurde dat dit keer andersom. Mitchell geeft me de ruimte om 118 terug te brengen naar 24. Nadat hij 113 niet uit krijgt, gooi ik mijn tweede wedstrijdpijl raak.
Ik krijg dan de kans om voor het eerst in mijn loopbaan (ik zit er al een tijdje tegenaan te hikken) een kwartfinale te halen. Montgomery had me eerder op de Dutch en Swedish Open al dwars gezeten, in wedstrijden die beide kanten op gekund hadden. Hij mag beginnen en de eerste drie legs gaan met de darts mee. Op 1-1 kreeg ik een pijl voor 116, maar die zat er net naast. Hij breekt mij vervolgens met een 160 finish. De leg erna open ik met twee keer 180. Een 9 darter zat er niet in, maar in 12 pijlen breek ik terug en houd daarna mijn eigen leg om weer terug op een gelijke stand te komen. Het blijft dicht bij elkaar en ook leg 7 en 8 gaan weer met de darts mee. De Schot mag de laatste leg beginnen en doet dat goed. Ik zet de achtervolging en en sta na 9 pijlen op 176. Montgomery zet zichzelf op 120 en zal daar sowieso voor terug mogen komen. Ik zet de druk er nog eens maximaal op, met een 140 score. Ik heb goede hoop terug te komen voor dubbel 18, maar Montgomery weet heel knap die 120 uit te gooien en daarmee de wedstrijd te winnen. Het was een geweldige wedstrijd en doordat ik al bij de laatste 16 zat, kan ik leven met deze nederlaag.
Na de toch wel grote teleurstelling van vrijdagavond, ziet de wereld er na zo’n goed toernooi op zondag er toch weer heel anders uit. Als ik deze vorm vast kan houden, kunnen er een paar weken later op het Isle of Man weleens mooie dingen gaan gebeuren.





